#233: Vertrouwen op je adviseur mag

Het indienen van belastingaangiften is een ingewikkelde aangelegenheid. Veelal schakelen personen en bedrijven de hulp van een adviseur in. Van een fiscaal delict kan pas sprake zijn als de belastingplichtige (voorwaardelijk) opzet had op het onjuist indienen van de aangifte(n). De vraag is of sprake kan zijn van opzet als een belastingplichtige zich verlaat op zijn adviseur. De Hoge Raad heeft in het verleden al meerdere malen geoordeeld dat indien een belastingplichtige zich laat bijstaan door een adviseur die hij voor voldoende deskundig mocht houden en aan wiens zorgvuldige taakvervulling hij niet behoefde te twijfelen, hij zich mag verlaten op zijn adviseur. Een recent arrest gaat hier nader op in.

In 2009 oordeelde de Hoge Raad dat er geen aanleiding is tot het stellen van de algemene eis dat de belastingplichtige zich ter voorkoming van fouten ook zelf in de inhoudelijke aspecten van op hem toepasselijke belastingregelingen verdiept. Dit wordt niet anders door het enkele feit dat hij – al dan niet op grote schaal – gebruik maakt van de desbetreffende regeling. In een recent arrest gaat de Hoge Raad hier  nader op in.

In die zaak oordeelde het Hof dat belanghebbende, hoewel zij haar aangiften loonheffing liet doen door een adviseur, zich tijdig, dat wil zeggen, voor de indiening van de aangifte, op de hoogte had moeten stellen van de formele voorwaarden voor de afdrachtvermindering. Volgens het Hof was er sprake van een andere situatie dan als bedoeld in het arrest van de Hoge Raad uit 2009.  Volgens het Hof ging het namelijk in het onderhavige geval niet om inhoudelijke aspecten van de toepasselijke belastingregelingen, maar om betrekkelijk eenvoudige formele voorwaarden om voor toepassing van de afdrachtvermindering in aanmerking te komen. Tegen dit oordeel van het Hof is – onder meer – cassatie ingesteld.

Onder verwijzing naar een arrest van 3 februari 2017 oordeelt de Hoge Raad dat er geen aanleiding is om van het uitgangspunt zoals geformuleerd in het arrest van 2009 af te wijken. Ook niet als het gaat om “betrekkelijk eenvoudige formele voorwaarden” zoals door het Hof was gesteld. De Hoge Raad voegt daar aan toe dat ook indien de belasting- of inhoudingsplichtige zich wél zelf heeft verdiept in de op hem toepasselijke belastingregelingen, dan kan dat enkele feit nog niet meebrengen dat hij ook gehouden is om te controleren of de door zijn deskundige adviseur opgemaakte aangiften juist waren. De Hoge Raad casseert het arrest van het Hof om die reden en verwijst de zaak naar Hof Amsterdam.

Wij kunnen ons geheel vinden in dit arrest van de Hoge Raad. Het toont aan dat het verwijt van opzet of schuld niet zomaar gemaakt mag worden. Het verwijt van opzet verdient een nauwgezette beoordeling van de feiten. Er is alleen sprake van voorwaardelijk opzet als iemand bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat een onjuiste aangifte wordt ingediend. Schakel je de hulp in van een deskundig adviseur en je hebt geen reden om aan zijn werk te twijfelen dan kan aan jou geen verwijt van opzet worden gemaakt.

Heb je vragen of wil je van gedachten wisselen over het voorgaande neem dan contact met ons op via boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl.

Geen reacties

Plaats een reactie