#389: Vermengen

Het leerstuk van witwassen kent vele complexe vraagstukken. Wanneer is geld uit misdrijf afkomstig? En als geld uit misdrijf afkomstig is, is het dan ook direct wederrechtelijk verkregen voordeel? Of wanneer is er sprake van een verhullingshandeling? Deze vraagstukken komen veelvuldig aan de orde in diverse Vaklunches. Eén aspect van de witwasproblematiek is echter nog niet vaak aan bod gekomen. Het betreft de vermengingsproblematiek. Een recent arrest van de Hoge Raad geeft daar nu aanleiding toe.

Het hof heeft vastgesteld dat ongeveer de helft van de omzet niet verantwoord en niet betrokken is geweest in de heffing van de vennootschapsbelasting en de omzetbelasting. De niet afgedragen belasting is daarmee uit misdrijf afkomstig. Het hof stelt verder vast dat er sprake is van vermenging van legaal verkregen en illegaal verkregen gelden. In ieder geval kan ten aanzien van een gedeelte van het contante geld dat buiten de boeken werd gehouden worden vastgesteld dat het naar Zwitserland is gebracht. Met dit geld zijn vervolgens leningen verstrekt en onroerend goed aangekocht, dit zouden de verhullingshandelingen zijn op basis waarvan sprake zou zijn van witwassen. Het hof beschouwt daarmee alle niet verantwoorde omzet als “uit misdrijf verkregen”.

De vraag is of alle niet verantwoorde omzet uit misdrijf is verkregen. De Hoge Raad spreekt klare taal. Allereerst stelt de Hoge Raad vast dat vermogensbestanddelen waarover men de beschikking heeft gekregen doordat belasting is ontdoken, kunnen worden aangemerkt als uit misdrijf afkomstig. Dit is dus niet de gehele niet verantwoorde omzet maar slechts het bedrag dat aan belasting had moeten worden afgedragen. Vervolgens komt de vermengingstheorie om de hoek kijken. In het geval dat van misdrijf afkomstige vermogensbestanddelen zijn vermengd met vermogensbestanddelen die zijn verkregen door middel van legale activiteiten, kan het vermengde vermogen worden aangemerkt als “mede” of “deels” uit misdrijf afkomstig. De Hoge Raad concludeert:

“De vaststellingen van het hof kunnen daarom niet de conclusie van het hof dragen dat “alle niet verantwoorde omzet” kan worden aangemerkt als “uit misdrijf verkregen”.

Opmerkelijk is echter dat de Hoge Raad vervolgens tot het oordeel komt dat alhoewel het middel terecht is voorgesteld dit niet tot cassatie kan leiden. De Hoge Raad oordeelt dat ondanks de overweging van het hof, bewezen is verklaard dat een aanzienlijk geldbedrag kan worden aangemerkt als uit misdrijf afkomstig en dat ook gelet op de andere omstandigheden in de zaak de verdachte onvoldoende belang heeft bij vernietiging van het bestreden arrest en een hernieuwde behandeling van de zaak.

Wij kunnen ons moeilijk neerleggen bij dit oordeel. In fraudezaken speelt de hoogte van het bedrag dat is witgewassen vaak een rol bij de strafmaat. Het maakt een groot verschil of “alle” niet verantwoorde omzet uit misdrijf is verkregen of ‘slechts’ het gedeelte dat niet is afgedragen aan de Belastingdienst.

Het arrest van het hof is echter niet gepubliceerd dus er valt niet na te gaan in hoeverre de hoogte van het witgewassen bedrag een rol heeft gespeeld in de strafmaat. Ons inziens zal dit waarschijnlijk wel enig effect hebben gehad waardoor wat ons betreft cassatie voor de hand had gelegen.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl. Uiteraard is het ook mogelijk om over dit onderwerp te praten in een (digitale) Vaklunch on demand bij jou op kantoor.

Geen reacties

Plaats een reactie