#657: Vergrijpboete na een veroordeling: dezelfde persoon en hetzelfde feit?
In december 2025 nam AG Koopman een conclusie in een zaak waarin een bestuurder aansprakelijk is gesteld voor naheffingsaanslagen loonheffingen, inclusief een vergrijpboete, die aan de BV waren opgelegd wegens het opzettelijk betalen van een te laag bedrag aan loonheffing. Die bestuurder was eerder strafrechtelijk veroordeeld voor het leidinggeven aan opzettelijk onjuist gedane aangiften loonheffingen van de BV. De zaak was al bij de Hoge Raad geweest en kwam na verwijzing opnieuw terecht bij hof Arnhem-Leeuwarden. Dat hof zette een streep door de aansprakelijkstelling voor de vergrijpboete, omdat dit volgens het hof in strijd is met het una via-beginsel van artikel 5:44 Awb. In zijn conclusie buigt AG Koopman zich over de vraag of una via inderdaad in de weg staat aan een vergrijpboete die via bestuurdersaansprakelijkheid bij dezelfde persoon terechtkomt.
Belanghebbende is voormalig bestuurder van een BV die een uitzendbureau exploiteerde ten behoeve van infra- en elektriciteitswerken alsmede de metaalindustrie. Na boekenonderzoeken zijn aan de BV naheffingsaanslagen loonheffingen opgelegd over tijdvakken in de periode 1 januari 2011 tot en met 31 december 2013. Met betrekking tot de naheffing over tijdvakken in 2013 is ook een vergrijpboete opgelegd. Op enig moment is de bestuurder aansprakelijk gesteld voor onbetaald gebleven bedragen, waaronder ook die vergrijpboete.
Diezelfde bestuurder is strafrechtelijk veroordeeld voor het opzettelijk leidinggeven aan het onjuist of onvolledig doen van aangiften loonheffingen (artikel 69 AWR). Daarbij gaat het – zoals de Staatssecretaris benadrukt – om aangiften over de tijdvakken januari 2011 tot en met december 2012. De hamvraag is vervolgens: kan na een strafrechtelijke veroordeling nog een vergrijpboete via aansprakelijkstelling volgen?
De beoordeling van AG Koopman is tweeledig en sluit aan bij de voorwaarden van artikel 5:44 Awb. Eerst staat ter discussie of ‘dezelfde persoon’ tweemaal wordt gestraft: eenmaal strafrechtelijk en eenmaal via aansprakelijkstelling voor een bestuurlijke boete. Daarna komt de vraag aan bod of de strafvervolging en de boete betrekking hebben op ‘hetzelfde feit’.
Voor wat betreft de vraag of dezelfde persoon tweemaal wordt bestraft, is Koopman duidelijk: een vergrijpboete verliest haar punitieve karakter niet doordat zij via bestuurdersaansprakelijkheid wordt opgelegd. Als je een bestuurder aansprakelijk stelt voor een fiscale vergrijpboete die formeel aan de BV is opgelegd, raakt die boete in wezen de bestuurder. Dat verandert niet omdat de aansprakelijkstelling via de invordering loopt. Koopman concludeert daarom dat de aansprakelijkstelling voor een fiscale boete voor de toepassing van artikel 5:44 Awb op één lijn moet worden gesteld met het opleggen van een boete aan die bestuurder. Daarmee kan artikel 5:44 Awb dus in de weg staan aan aansprakelijkstelling, als ook aan ‘hetzelfde feit’-vereiste is voldaan.
Voor de beoordeling of sprake is van hetzelfde feit, dient gekeken te worden naar de juridische aard van de feiten en de aard van de gedragingen. Bij de juridische aard gaat het om de delictsomschrijvingen: wat wordt precies verboden en waarom? Daarbij is vooral van belang of beide bepalingen hetzelfde rechtsgoed beschermen. Koopman ziet juist daar overlap. Zowel het aangiftemisdrijf (artikel 69 AWR) als het betalingsvergrijp (artikel 67f AWR) strekken tot bescherming van hetzelfde rechtsgoed, namelijk het beschermen van een juiste belastingheffing. Koopman merkt verder op dat in het kader van artikel 5:44 Awb niet te zwaar moet worden getild aan de vergelijking van strafmaxima.
Maar met alleen die juridische vergelijking ben je er nog niet. Het tweede onderdeel – de gedragingen – is minstens zo belangrijk. Dan dient te worden gekeken naar welke gedragingen feitelijk hebben plaatsgevonden: de aard en de kennelijke strekking van de handelingen, én de tijd, plaats en omstandigheden waaronder deze zijn verricht. Een aangifte wordt nu eenmaal op een ander moment gedaan dan dat er wordt betaald, en die twee handelingen hoeven ook niet voort te komen uit één wilsbesluit. Dit laat zich niet vangen in een algemene vuistregel meent Koopman: je kunt niet in het algemeen zeggen dat het opzettelijk doen van een te lage aangifte en het opzettelijk betalen volgens die aangifte altijd wel, of altijd niet, hetzelfde feit opleveren. Juist omdat aangifte en betaling zo ver uit elkaar liggen, mag van de feitenrechter die tóch aanneemt dat sprake is van hetzelfde feit worden verwacht dat hij concreet benoemt welke omstandigheden dat oordeel dragen, aldus de AG.
Een ander punt waar Koopman op ingaat is het tijdvak. De vergrijpboete waarvoor aansprakelijk is gesteld ziet op 2013. In de strafzaak ging het weliswaar om strafbare gedragingen over een periode die doorloopt tot april 2013, maar de strafrechtelijke veroordeling ziet op de aangiften loonheffingen over de tijdvakken januari 2011 tot en met december 2012. Als dat zo is, kun je niet zonder meer zeggen dat de strafrechtelijke veroordeling hetzelfde feit dekt als de vergrijpboete in 2013. En als het hof wél heeft bedoeld dat de strafrechtelijke veroordeling ook het boetejaar 2013 dekt, dan moet dat worden toegelicht. Koopman vindt dat de vereiste onderbouwing ontbreekt.
AG Koopman concludeert daarom dat het hof te kort door de bocht heeft geoordeeld dat una via in de weg staat aan een vergrijpboete via de aansprakelijkstelling. Niet omdat una via hier niet kan opgaan, maar omdat het hof onvoldoende motiveert waarom de strafvervolging en de boete op hetzelfde feit zien. Daarom is verwijzing nodig.
Hoewel wij de conclusie van AG Koopman goed kunnen volgen, hopen wij dat in de praktijk meer oog blijft voor de sanctionering van de bestuurder. Het schuurt wanneer een bestuurder na een strafrechtelijke veroordeling alsnog via de achterdeur met een vergrijpboete wordt geconfronteerd. Dat voelt al snel als een tweede bestraffing, terwijl je juridisch nog kunt discussiëren of sprake is van hetzelfde feit. Zeker wanneer het in de kern om hetzelfde loonheffingsdossier gaat, maar het verschil wordt gezocht in het gekozen feit (aangifte versus betaling) of een knip in tijdvakken, wordt al snel ruimte gecreëerd voor een dubbele sanctionering.
Heb je hier vragen over of wil je hierover van gedachten wisselen met ons? Neem dan contact op met ons op via [email protected].

No Comments