#438: There are two sides to every story

De rechterlijke overtuiging neemt een centrale plaats in binnen het Nederlandse bewijsstelsel. Voor een veroordeling is niet alleen voldoende wettig bewijs vereist, maar dient de rechter ook overtuigd te zijn van de schuld van de verdachte. Een zogenoemd alternatief scenario kan in de weg staan aan die overtuiging, zo illustreert een vrijspraak van het hof Arnhem-Leeuwarden van 1 juli 2021.

Van een alternatief scenario is, zoals wij eerder in Vaklunch #104 uitlegden, sprake wanneer de bewijsmiddelen in het dossier ook passen bij een door de verdachte geschetste alternatieve lezing van de gebeurtenissen, waarin de verdachte het strafbare feit niet heeft begaan. In het arrest van 16 maart 2010 legt de Hoge Raad uit hoe de rechter met een alternatief scenario dient om te gaan. Wanneer een alternatieve lezing van de verdachte niet kan worden uitgesloten, mag de rechter alleen tot een bewezenverklaring komen indien dit scenario kan worden weerlegd. De rechter kan een alternatief scenario weerleggen door te oordelen dat het scenario niet aannemelijk of ongeloofwaardig is. Het kan ook voorkomen dat een scenario zo onwaarschijnlijk is dat een uitdrukkelijke weerlegging door de rechter achterwege kan blijven. De verdachte hoeft een alternatieve toedracht niet te bewijzen, maar moet deze wel aannemelijk maken. Is het door de verdachte geschetste scenario voldoende aannemelijk en dus niet zonder meer te weerleggen, dan moet de rechter vrijspreken.

Een alternatief scenarioverweer kan dus het verschil maken tussen een veroordeling en een vrijspraak. De recente uitspraak van het hof Arnhem-Leeuwarden is daar een goed voorbeeld van. In deze zaak bestond een verdenking van verduistering van gelden door een bestuurder van een hockeyvereniging. De verdachte zou vanaf de bankrekening van de vereniging privéaankopen hebben betaald. Hij erkende de privéaankopen, maar verklaarde vanaf het begin consequent dat deze te maken hadden met de financiële situatie van de vereniging. Hij zou wegens financiële problemen van de vereniging onder andere meermaals bedragen vanaf zijn eigen rekening hebben voorgeschoten en werkzaamheden hebben verricht, waarbij hij ook onkosten maakte. Op een later moment betaalde hij zichzelf terug van de rekening van de vereniging of verrekende hij de betalingen met opnames of uitgaven van clubmiddelen voor privédoeleinden. Dit zou met medeweten en goedkeuring van de overige bestuursleden zijn gebeurd. De verdachte ondersteunde zijn alternatieve scenario met enkele e-mails die hij in hoger beroep had ingebracht. Daaruit bleek dat het bestuur op verschillende manieren had geprobeerd de maximale vrijwilligersbijdrage van de vereniging te omzeilen. Hiermee probeerde de verdachte aan te tonen dat de vereniging inderdaad in financieel zwaar weer verkeerde en dat er door het bestuur wel meer ongebruikelijke maatregelen werden genomen om geld vrij te maken. Zijn gewoonte om geld voor te schieten aan de vereniging en later te verrekenen, paste in dat rijtje, aldus de verdachte.

Deze e-mails lijken verdachte gered te hebben. Het hof overweegt dat de beschreven gang van zaken bij de vereniging in principe ongebruikelijk, niet transparant en uit financieel oogpunt niet correct is en ook de nodige vragen oproept. Gezien de ingebrachte e-mails oordeelt het hof echter vervolgens dat het alternatieve scenario niet valt uit te sluiten, noch  als niet aannemelijk, ongeloofwaardig of onwaarschijnlijk ter zijde kan worden geschoven. De verdachte wordt vrijgesproken.

Deze uitspraak demonstreert nog eens hoe belangrijk het is om als verdediging oog te hebben voor een eventueel alternatief scenario in een zaak. Tegelijkertijd worden aan het voeren van een dergelijk verweer behoorlijke eisen gesteld. Het alternatieve scenario hoeft weliswaar slechts aannemelijk te worden gemaakt, maar daarvoor is de enkele hypothese dat de bewijsmiddelen ook aanleiding kunnen geven tot een andere lezing over het algemeen niet voldoende. Deze alternatieve lezing moet – waar mogelijk – worden onderbouwd. Ook speelt mee of de verdachte al in een vroeg stadium openheid van zaken geeft over deze alternatieve gang van zaken of pas ter zitting met een ander scenario op de proppen komt. Een beroep op het zwijgrecht zal een verdachte in ieder geval weinig helpen. Het voeren van een proactieve verdediging is hierbij dan ook cruciaal.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen met ons? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl.

 

Geen reacties

Plaats een reactie