#177: Grip op een SFO houden

Het Openbaar Ministerie zet stevig in op het afpakken van criminele gelden. In het begin van dit jaar trommelde het Openbaar Ministerie zich nog op de borst en deelde mede dat het in het jaar 2015 maar liefst een bedrag van 143,5 miljoen euro had afgepakt. Het ontnemen van gelden gaat veelal gepaard met een strafrechtelijk financieel onderzoek (hierna: SFO). Na een eenmaal afgegeven machtiging van de rechter-commissaris geniet de officier van justitie veel vrijheid om te doen en te laten wat hij wil. Welke middelen heb je als verdediging om grip te houden op het SFO?Lees verder

#142: Voorbereiding of beïnvloeding?

De verklaringsvrijheid van getuigen is van groot belang in het strafproces. Getuigen kunnen immers bijdragen aan de waarheidsvinding die centraal staat (of moet staan). Beïnvloeding van getuigen is dan ook uit den boze en zelfs strafbaar gesteld in artikel 285a wetboek van strafrecht. Dit betekent uiteraard niet dat de verdediging geen contact mag hebben met getuigen. Sterker nog, het is zelfs de taak van de verdediging te verifiëren of een potentiële getuige ontlastend kan verklaren. De gedragsregels staan ook toe dat de verdediging contact heeft met getuigen die zij zelf wenst op te roepen alsmede met getuigen die in een bijzondere relatie tot de cliënt staat. Kesteloo schreef hierover in Delikt en Delinkwent al eens een lezenswaardig artikel.[1] Contact met de getuige is dus – ook voor de verdediging – toegestaan. Maar wanneer is de grens van strafbare beïnvloeding van de getuige bereikt?Lees verder

#139: Pragmatisme versus de wet

Het is in de praktijk inmiddels bijna standaard dat de rechter-commissaris aan de verdediging en de officier van justitie, voorafgaand aan een getuigenverhoor, verzoekt een lijst met vragen aan de getuige toe te sturen. De redenen hiervoor zijn met name praktisch van aard. Zo weet de rechter-commissaris immers welke vragen aan de orde zullen komen. Veelal wordt verzocht om een Word-bestand waarin de vragen staan genoteerd zodat de griffier alvast de vragen kan copy-pasten in het proces-verbaal. Ook kan de rechter-commissaris op die manier een tijdsplanning maken en bekijken of de vragen relevant zijn. Deze praktijk wordt ook bevestigd door een arrest van de Hoge Raad van 1 september 2015. Maar (dit) pragmatisme staat gelukkig niet boven de wet.Lees verder

#136: Vertrouw jij op de overheid?

Fouten maken is menselijk. Maar wat als een foute mededeling wordt gedaan door de overheid? Mag een burger dan toch op de juistheid van die mededeling vertrouwen? Of moet de burger een soort natuurlijk wantrouwen koesteren tegen uitlatingen van de overheid? Over dit onderwerp is veel geprocedeerd. Uit dat gegeven alleen al blijkt dat het niet altijd even duidelijk is wanneer de overheid ‘per ongeluk’ iets fout heeft gedaan. Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft onlangs het Openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van een verdachte nadat, weliswaar – zo bleek achteraf – per ongeluk, een politiesepot was gestuurd naar de betrokkene. Ons inziens terecht. Het moet natuurlijk niet zo zijn dat de burger wel ter verantwoording wordt geroepen voor zijn fouten en de overheid niet. Toch slaagt een beroep op het vertrouwensbeginsel niet altijd. Wanneer mag je de overheid vertrouwen?Lees verder

#134: Something old, something new..

De plannen voor het nieuwe Wetboek van Strafvordering zijn klaar. Dit blijkt uit de brief van 30 september 2015 van minister Van der Steur aan de Tweede Kamer. De brief betreft een eerste formele stap naar het moderne wetboek. Van der Steur kondigt aan dat het wetboek gemakkelijker in gebruik zal zijn en dat het de kwaliteit van de strafrechtspleging zal verhogen. De wetsvoorstellen worden in vier verschillende tranches ingevoerd. Volgens de planning zal de laatste tranche in december 2018 in het Staatsblad worden gepubliceerd. Over de voortgang van de plannen wordt tijdens het (tweede) Congres over de modernisering van het Wetboek van Strafvordering op 15 oktober a.s. verder gesproken. De plannen voor het nieuwe wetboek – opgenomen in de contourennota waar wij al eerder aandacht aan hebben besteed in artikel 118 en artikel 102 – zijn tot stand gekomen in intensief overleg met politie, Openbaar Ministerie, rechtspraak, advocatuur en met vertegenwoordigers uit de wetenschap. Maar zal het nieuwe wetboek haar doelen waarmaken?Lees verder

#132: ‘Het een en ander is niet goed gegaan’

Over de Landlord zaak is het laatste nog niet gezegd of geschreven. Rechtbank Limburg heeft het Openbaar Ministerie op 11 oktober 2013 niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van de verdachten in deze vastgoedfraudezaak. De Rechtbank heeft grove en doelbewuste schendingen van het recht op een eerlijk proces van de verdachten geconstateerd. De Rechtbank overwoog destijds: ‘Simpel gezegd, hebben naar het oordeel van de rechtbank té veel en té ernstige onrechtmatigheden plaatsgevonden om te kunnen zeggen dat de verdachte een eerlijk proces heeft kunnen hebben. De manier waarop het openbaar ministerie zich in deze strafzaak heeft opgesteld, is niet de manier waarop een strafproces in Nederland dient te worden gevoerd. Tegen deze achtergrond moet het belang van de verdachte, maar ook van de samenleving, op een eerlijk proces prevaleren boven het belang op strafvervolging.’ Het Openbaar Ministerie is tegen dit vonnis in hoger beroep gegaan en meent dat de Rechtbank één en ander te zwart wit ziet. Het arrest van het Hof wordt binnenkort verwacht. Hier alvast een opfrisser van de zaak in het licht van het aanstaande arrest.Lees verder

#127: Het trage malen van gerechtelijke molens

In strafzaken staat de waarheidsvinding voorop. De discussie over de vraag of de waarheid überhaupt bestaat daargelaten, zijn er vele factoren van invloed op het achterhalen of benaderen van de waarheid. Zo zal relevante informatie door verloop van tijd niet altijd meer beschikbaar zijn. In veel gevallen zullen de verklaringen die verdachten en getuigen kunnen afleggen omtrent de vermeende strafbare gedraging, een van de belangrijkste bronnen zijn om de waarheid te achterhalen. Door verloop van tijd kunnen de herinneringen van verdachten en getuigen vervagen. Ook kunnen herinneringen veranderen. Hoewel overschrijding van de redelijke termijn om een strafzaak te behandelen in beginsel leidt tot strafvermindering (zie daartoe HR 17 juni 2008), is onlangs de nodige jurisprudentie verschenen waarin het Openbaar Ministerie een ‘tik op de vingers’ heeft gekregen voor het te lang wachten met het aanbrengen van de zaak, waardoor de waarheidsvinding in het gedrang is gekomen. Ons inziens een juiste ontwikkeling.Lees verder

#111: Aan wie geeft de Hoge Raad een hint?

Indien de verdediging tijdens een zitting getuigen opgeeft en de rechtbank acht het in het belang van de verdediging en/of noodzakelijk om deze getuigen te horen, dan zal de rechtbank de zaak in zijn algemeenheid verwijzen naar de rechter-commissaris. Dit gaat veelal gepaard met de toverspreuk: “en voorts al datgene te doen wat de rechter-commissaris wenselijk of noodzakelijk acht.” Als een getuigenverhoor vervolgens aanleiding geeft om een andere getuige te horen, dan kan de rechter-commissaris hier op praktische wijze zelf in voorzien. Hoewel de wetgever het strafprocesrecht met name efficiënter wenst te maken, lijkt de Hoge Raad een stokje te steken voor deze praktische werkwijze.Lees verder

#103: Het beschermen van het verschoningsrecht

De praktijk leert dat in fraudezaken gedurende een doorzoeking veelal de gehele administratie in beslag wordt genomen en zoveel mogelijk digitale gegevens worden vastgelegd. Hierbij bestaat niet altijd oog voor eventuele geheimhoudersstukken die onderdeel zijn van de ‘buit’. Over de inbeslagneming van geheimhoudersstukken kan worden geklaagd door de geheimhouder, de cliënt van de geheimhouder en/of de beslagene. De vraag is of misstanden ten aanzien van het verschoningsrecht tijdens de doorzoeking kunnen leiden tot een gegrond klaagschrift ex artikel 552a Sv.Lees verder

#102: Kwantiteit versus kwaliteit

Ons huidige Wetboek van Strafvordering stamt uit 1926. Dat delen van het wetboek toe zijn aan vernieuwing, is dan ook niet vreemd. Inmiddels zijn de voorbereidingen voor de modernisering van het wetboek in volle gang en verschijnen regelmatig berichten over deze wetgevingsoperatie in de vakliteratuur. Maar wat gaat er nu echt veranderen?Lees verder