#245: Wat is opportuun?

Soms voelt het voor een verdachte niet opportuun dat hij wordt vervolgd; hij heeft het niet (expres) gedaan, hij kon niet anders of het is geen ernstig feit. Het komt er vaak op neer dat een vervolging voelt als ‘niet eerlijk’. Het is aan de advocaat van de verdachte om te bepalen of dat gevoel van oneerlijkheid ook vertaald kan worden naar een juridisch ontvankelijkheidsverweer. Ontvankelijkheidsverweren worden vaak gevoerd in het kader van ernstige vormverzuimen. Maar het komt ook voor dat de vervolging in strijd wordt geacht met de beginselen van een goede procesorde. In een heel enkel geval wordt het Openbaar Ministerie – ondanks het opportuniteitsbeginsel – in verband met een schending van de goede procesorde toch niet-ontvankelijk verklaard.
Lees verder

#180: Meerdere wegen naar Rome?

Over sommige zaken wordt jarenlang geprocedeerd. Tijdverloop kan in een zaak een voordeel opleveren omdat het recht zich in de loop der tijd bijvoorbeeld ontwikkelt en/of (maatschappelijke) ideeën over een bepaalde kwestie rijpen. Het verstrijken van de tijd gaat echter ook gepaard met bepaalde nadelen. Hierbij valt met name te denken aan de onzekerheid of de spanning en frustratie die een procedure met zich meebrengt. Met name in die gevallen waarin geen discussie (meer) bestaat over de feiten, kan een snel oordeel van de Hoge Raad over een bepaalde rechtsvraag die partijen verdeeld houdt een uitkomst bieden en kan een extra procedure bij het hof worden voorkomen. Via de prejudiciële procedure is het sinds 1 juli 2012 al mogelijk voor civiele feitenrechters om een rechtsvraag voor te leggen aan de Hoge Raad. Sinds 1 januari 2016 is die rechtsvorm ook aan het fiscale recht toegevoegd. Het strafrecht is nog niet zo ver, maar daar komt wellicht op korte termijn verandering in.Lees verder

#173: Het blijft mensenwerk

Waar mensen werken worden fouten gemaakt, zo ook in het strafrecht. Dit geldt te meer nu het strafproces aan strenge regels is gebonden. Terwijl de tendens ten aanzien van vormverzuimen in het opsporingsverzoek is dat niet of nauwelijks gevolgen worden verbonden aan overtredingen van strafvorderlijke regels door opsporingsautoriteiten, blijken nog enkele strafvorderlijke regels heilig in de ogen van de Hoge Raad. Het gaat dan met name om de regels ten aanzien van de behandeling ter zitting en de vastlegging daarvan. In de afgelopen periode zijn in dat kader een tweetal interessante arresten verschenen.Lees verder

#162: Appels en peren

Medeplegen en medeplichtigheid zijn als appels en peren; het zijn toch écht twee verschillende dingen. Dat bevestigde de Hoge Raad in het arrest van 2 december 2014 nog eens heel duidelijk. Dat het onderscheid niet eenvoudig te maken is, kan niet worden ontkend. Juist daarom moet heel zorgvuldig naar de feiten worden gekeken. Het 2 december-arrest was een zeer welkom arrest. De jurisprudentie toonde legio voorbeelden aan waarin de verdachte werd veroordeeld voor het medeplegen terwijl uit de feiten niet overtuigend bleek dat sprake was geweest van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking aan een strafbaar feit. In die gevallen lag het verwijt van medeplichtigheid misschien meer in de rede. Maar alleen als medeplichtigheid ook ten laste is gelegd, kan de verdachte daarvoor worden veroordeeld. In de praktijk krabt het Openbaar Ministerie zich in thans lopende zaken nog wel eens achter de oren of in het verleden wel zo scherp op dit onderscheid is gelet. Dat het arrest van de Hoge Raad een enorme impact heeft gehad staat als een paal boven water en wordt bevestigd door conclusies van Hofstee en Spronken.Lees verder