#164: Recht op antwoord?

In de Nederlandse strafpraktijk krijgt de verdediging pas in een zeer laat stadium de gelegenheid om onderzoek te doen. Angstvallig wordt de verdediging weg gehouden bij de getuigenverhoren in de onderzoeksfase. De gevolgen daarvan zijn immens. De verdediging kan op deze manier geen controle uitoefenen op de verhoren, de vraagstelling of zelf aanvullende vragen stellen. En dit is nodig want het geheugen dwaalt. Zodra je een herinnering vertelt, ben je de oorspronkelijke herinnering kwijt en komt hetgeen je hebt verteld in de plaats voor je oorspronkelijke herinnering. Je kan het vergelijken met een foto. De kleuren en de sfeer op de foto verdringen de herinnering, soms in het positieve en soms in het negatieve. De factor tijd heeft bovendien een grote invloed op het geheugen. Het is dus van belang dat de verdediging in zo een vroeg mogelijk stadium wordt betrokken bij getuigenverhoren. In een recent arrest van de Hoge Raad vraagt de verdediging de aandacht voor het feit dat het onmogelijk is om de verdedigingsrechten uit te oefenen als de getuigen door tijdsverloop simpelweg geen herinnering meer hebben aan hetgeen zou zijn voorgevallen.Lees verder