#142: Voorbereiding of beïnvloeding?

De verklaringsvrijheid van getuigen is van groot belang in het strafproces. Getuigen kunnen immers bijdragen aan de waarheidsvinding die centraal staat (of moet staan). Beïnvloeding van getuigen is dan ook uit den boze en zelfs strafbaar gesteld in artikel 285a wetboek van strafrecht. Dit betekent uiteraard niet dat de verdediging geen contact mag hebben met getuigen. Sterker nog, het is zelfs de taak van de verdediging te verifiëren of een potentiële getuige ontlastend kan verklaren. De gedragsregels staan ook toe dat de verdediging contact heeft met getuigen die zij zelf wenst op te roepen alsmede met getuigen die in een bijzondere relatie tot de cliënt staat. Kesteloo schreef hierover in Delikt en Delinkwent al eens een lezenswaardig artikel.[1] Contact met de getuige is dus – ook voor de verdediging – toegestaan. Maar wanneer is de grens van strafbare beïnvloeding van de getuige bereikt?Lees verder

#138: Vergeten is menselijk

Een verdachten- en getuigenverhoor zijn misschien wel de meest tot de verbeelding sprekende onderdelen van het strafproces. In menig film en TV serie wordt de spanning opgevoerd met scènes waarin een verdachte of een getuige stevig aan de tand wordt gevoeld door de rechercheur die het mysterie moet oplossen of door de schurk die staatsgeheime informatie probeert los te peuteren. En als het niet goedschiks kan, dan maar kwaadschiks. De verhoortechnieken van Jack Bauer (24), John Luther (Luther) en Le Chiffre (Casino Royale) trekken volle zalen, maar zijn niet representatief voor onze dagelijkse praktijk. De verhoren in ons strafproces gaan er een stuk ‘geciviliseerder’ aan toe. Toch is de betrouwbaarheid van een verklaring ook in ons rechtssysteem geen gegeven. Dat zal in ieder geval steeds weer moeten worden afgewogen.Lees verder

#134: Something old, something new..

De plannen voor het nieuwe Wetboek van Strafvordering zijn klaar. Dit blijkt uit de brief van 30 september 2015 van minister Van der Steur aan de Tweede Kamer. De brief betreft een eerste formele stap naar het moderne wetboek. Van der Steur kondigt aan dat het wetboek gemakkelijker in gebruik zal zijn en dat het de kwaliteit van de strafrechtspleging zal verhogen. De wetsvoorstellen worden in vier verschillende tranches ingevoerd. Volgens de planning zal de laatste tranche in december 2018 in het Staatsblad worden gepubliceerd. Over de voortgang van de plannen wordt tijdens het (tweede) Congres over de modernisering van het Wetboek van Strafvordering op 15 oktober a.s. verder gesproken. De plannen voor het nieuwe wetboek – opgenomen in de contourennota waar wij al eerder aandacht aan hebben besteed in artikel 118 en artikel 102 – zijn tot stand gekomen in intensief overleg met politie, Openbaar Ministerie, rechtspraak, advocatuur en met vertegenwoordigers uit de wetenschap. Maar zal het nieuwe wetboek haar doelen waarmaken?Lees verder

#132: ‘Het een en ander is niet goed gegaan’

Over de Landlord zaak is het laatste nog niet gezegd of geschreven. Rechtbank Limburg heeft het Openbaar Ministerie op 11 oktober 2013 niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van de verdachten in deze vastgoedfraudezaak. De Rechtbank heeft grove en doelbewuste schendingen van het recht op een eerlijk proces van de verdachten geconstateerd. De Rechtbank overwoog destijds: ‘Simpel gezegd, hebben naar het oordeel van de rechtbank té veel en té ernstige onrechtmatigheden plaatsgevonden om te kunnen zeggen dat de verdachte een eerlijk proces heeft kunnen hebben. De manier waarop het openbaar ministerie zich in deze strafzaak heeft opgesteld, is niet de manier waarop een strafproces in Nederland dient te worden gevoerd. Tegen deze achtergrond moet het belang van de verdachte, maar ook van de samenleving, op een eerlijk proces prevaleren boven het belang op strafvervolging.’ Het Openbaar Ministerie is tegen dit vonnis in hoger beroep gegaan en meent dat de Rechtbank één en ander te zwart wit ziet. Het arrest van het Hof wordt binnenkort verwacht. Hier alvast een opfrisser van de zaak in het licht van het aanstaande arrest.Lees verder

#129: Montesquieu en de tipgeversaffaire

Montesquieu is onze geestelijke vader van de Trias Politica. Volgens de Trias Politica dient er een evenwicht te bestaan tussen de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht. In de alom bekende tipgeversaffaire is in plaats van een scheiding der machten, een botsing der machten te zien.

Op 29 april 2015 heeft Advocaat-Generaal IJzerman een eerste conclusie geschreven in de zogenoemde tipgeversaffaire. In deze conclusie kwam de vraag aan de orde of een getuige tegen een tussenbeslissing van het Hof – waarin is besloten dat de getuige is gehouden om een verklaring af te leggen – een rechtsmiddel in kan stellen. De Advocaat-Generaal heeft deze vraag ontkennend beantwoord waarover wij in artikel #113 reeds schreven.Lees verder

#128: Het zijn net mensen

De televisieserie ‘Kijk in de ziel van rechters’ zal velen van u niet ontgaan zijn. In de serie maakt de kijker kennis met rechters en de te nemen beslissingen waar zij iedere dag mee te maken hebben. Rechters worstelen dagelijks met moeilijke vraagstukken en afwegingen van belangen. In deze serie was te zien dat rechters net mensen zijn, emoties hebben en soms ook deze emoties in de rechtszaal laten zien. Soms gaat dat te ver en wekt dat de schijn van partijdigheid. In dat geval kan de rechter gewraakt worden basis van artikel 512 Sv omdat hij zich niet als onbevangen en onpartijdige procespartij laat zien. Rechters mogen niet de schijn van partijdigheid wekken. Over de vraag of het wrakingsverzoek terecht is geweest beslissen doorgaans collega-rechters. De vraag is of een collega-rechter – ook een mens – onpartijdig over zijn directe collega kan oordelen. Om ook deze schijn te voorkomen en te onderzoeken of de behandeling van een wrakingsverzoek door een externe kamer bijdraagt aan het vertrouwen van rechtzoekende als het aankomt op wraking, is in 2014 de pilot ‘externe wrakingskamer’ opgezet. Heeft deze pilot nu een kritischere wrakingskamer opgeleverd?Lees verder

#127: Het trage malen van gerechtelijke molens

In strafzaken staat de waarheidsvinding voorop. De discussie over de vraag of de waarheid überhaupt bestaat daargelaten, zijn er vele factoren van invloed op het achterhalen of benaderen van de waarheid. Zo zal relevante informatie door verloop van tijd niet altijd meer beschikbaar zijn. In veel gevallen zullen de verklaringen die verdachten en getuigen kunnen afleggen omtrent de vermeende strafbare gedraging, een van de belangrijkste bronnen zijn om de waarheid te achterhalen. Door verloop van tijd kunnen de herinneringen van verdachten en getuigen vervagen. Ook kunnen herinneringen veranderen. Hoewel overschrijding van de redelijke termijn om een strafzaak te behandelen in beginsel leidt tot strafvermindering (zie daartoe HR 17 juni 2008), is onlangs de nodige jurisprudentie verschenen waarin het Openbaar Ministerie een ‘tik op de vingers’ heeft gekregen voor het te lang wachten met het aanbrengen van de zaak, waardoor de waarheidsvinding in het gedrang is gekomen. Ons inziens een juiste ontwikkeling.Lees verder

#122: Het ondervragingsrecht toegepast

Er is nog altijd veel te doen over het gebruik van getuigenbewijs. Belastende verklaringen van getuigen mogen niet zomaar gebruikt worden. Daarvoor gelden strenge regels die voortvloeien uit het in artikel 6 EVRM vervatte ondervragingsrecht van de verdediging. Tegen onjuist gebruik van dergelijk bewijsmateriaal moet de verdediging overigens proactief optreden om de rechten van de verdediging veilig te stellen. Het gebruik van getuigenbewijs luistert nauw en het is aan de verdediging alert te zijn op de wijze waarop dergelijk materiaal als bewijs wordt gebruikt door de rechter. Dat verweren op dat punt overigens niet voor dovemans oren bestemt zijn, blijkt onder meer uit een arrest van de Hoge Raad van 23 juni 2015.Lees verder

#118: Audio-opname zitting wenselijk voor controle proces-verbaal

Het proces-verbaal van de zitting blijft de gemoederen bezighouden. En dat is, gelet op de functie ervan, ook terecht. Het proces-verbaal van de zitting is de belangrijkste kenbron van hetgeen is voorgevallen ter zitting. Als iets niet in het proces-verbaal is opgenomen, is het in beginsel – juridisch gezien – ook niet gebeurd. Met de modernisering van het Wetboek van Strafvordering in het vooruitzicht, zullen ook de regels omtrent het proces-verbaal onder de loep moeten worden genomen. De hamvraag is of – gelet op de waarde die aan de inhoud van het proces-verbaal wordt gehecht – niet meer waarde aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het proces-verbaal en de mogelijkheid dat te toetsen moet worden gehecht.Lees verder