#190: De mazen van het witwasvangnet worden groter

Daar gaan we weer: Witwassen. Misschien zijn de witwasbepalingen wel het grootste vangnet voor het Openbaar Ministerie. En het Openbaar Ministerie maakt daar grif gebruik van. In (bijna) iedere financiële fraude zaak duikt (ook) de verdenking van witwassen op. Maar ook als het Openbaar Ministerie geen directe verdenking van fraude kan construeren, is een verdenking van witwassen gemakkelijk gemaakt. Zolang de herkomst van bepaald vermogen niet duidelijk is en enige witwasindicatoren aanwezig zijn, kan een strafrechtelijk onderzoek worden opgetuigd. Het Openbaar Ministerie kan volstaan met de stelling dat sprake is van een redelijk vermoeden dat het vermogen – middellijk of onmiddellijk – afkomstig is van ‘enig misdrijf’. Voor een bewezenverklaring van witwassen is een nauwkeurig aangeduid misdrijf namelijk niet nodig. Maar dat houdt volgens Hof Arnhem-Leeuwarden niet in dat geen onderzoek behoeft te worden gedaan door het Openbaar Ministerie.Lees verder

#166: Geen bewezenverklaring, toch veroordeeld

In #144 verwonderden wij ons over het vonnis van Rechtbank Limburg van 3 november 2015. In die zaak heeft de rechtbank de betrokkene op juridische gronden vrijgesproken maar voegde aan het vonnis toe dat dat voor de rechtbank een ‘zeer onbevredigende uitkomst’ was. Wij bekritiseerden deze toevoeging van de rechtbank omdat zij buiten haar taak trad. Ons inziens is het niet aan de rechter om in het kader van het maatschappelijk belang een technische vrijspraak van de nodige kanttekeningen te voorzien. Voor deze verdachte eindigde de zaak ondanks dat de rechtbank meende dat sprake is van strafbare – maar niet ten laste gelegde – feiten in een vrijspraak. Rechtbank Rotterdam vat zijn taken echter nog ruimhartiger op dan de Rechtbank Limburg. In het vonnis van 22 oktober 2015 – dat onlangs is gepubliceerd – overweegt de rechtbank dat het ten laste gelegde niet bewezen kan worden maar veroordeelt de verdachte toch.Lees verder