#651: Balanceren op het koord van het strafrechtelijk legaliteitsbeginsel

Op grond van artikel 1 van het Wetboek van Strafrecht is een feit pas strafbaar wanneer dit in de wet strafbaar is gesteld. Deze bepaling vormt de wettelijke verankering van het legaliteitsbeginsel. Wanneer de wetgeving is gewijzigd na het begaan van het feit, worden de voor de verdachte gunstigste bepalingen toegepast.

De gedachte achter het legaliteitsbeginsel is het waarborgen van rechtszekerheid en hangt samen met het uitgangspunt dat het recht bedoeld is om de burger te beschermen tegen willekeur. Het legaliteitsbeginsel houdt ook in dat strafbaarstellingen geen vage of onduidelijke bepalingen mogen bevatten (lex certa). Volgens de Hoge Raad is een zekere vaagheid in de aard en inhoud van bepaalde strafrechtelijke normen echter ‘onvermijdelijk’. Wel moeten die normen voldoende concreet zijn om de burger in staat te stellen zijn gedrag daarop af te stemmen. Van professionele marktdeelnemers mag worden verlangd dat zij zich gedegen laten informeren over de beperkingen waaraan hun gedragingen zijn onderworpen. Wanneer een rechter een strafbaarstelling in een concreet geval te onbepaald acht, kan hij deze onverbindend verklaren dan wel buiten toepassing laten. In dat geval kan de rechter tot de uitspraak ontslag van alle rechtsvervolging komen. Artikel 11 van de Wet algemene bepalingen schrijft weliswaar voor dat een rechter niet de ‘innerlijke waarde of billijkheid’ van een wet mag beoordelen, maar deze beperking moet hoe dan ook wijken voor de verdragsrechtelijke vastlegging van het legaliteitsbeginsel (artikel 7 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens).

Enkele weken terug begon de strafzaak tegen twee personen die ervan worden verdacht sinds 2016 via een webshop (onder meer) designerdrugs te hebben verkocht. De concrete delicten waarvoor deze personen vervolgd worden, zijn nog niet publiek bekend. Toch is deze zaak relevant met het oog op het legaliteitsbeginsel, gelet op het verbod op designerdrugs dat op 1 juli 2025 van kracht is geworden. Tot dat moment waren alleen stoffen (designerdrugs) verboden als deze op grond van de Opiumwet expliciet op de lijst met verboden stoffen stonden. Doordat stoffen pas na een risicobeoordeling op deze lijst konden worden gezet, ontstond een kat-en-muisspel tussen enerzijds het Openbaar Ministerie en anderzijds de producenten en dealers van designerdrugs. Een stof met een vergelijkbare werking als een verboden stof, maar met een (iets) afwijkende chemische samenstelling (zelfs op moleculair niveau), was niet verboden en daarmee legaal. Maar sinds 1 juli 2025 geldt een generiek verbod op hele groepen stoffen, wat inhoudt dat er een verbod is op alle middelen die kunnen worden afgeleid van de chemische basisstructuur van de betreffende substantie. Los van discussies over het lex certa-beginsel zou vanuit het oogpunt van het legaliteitsbeginsel ook de te hanteren pleegperiode een juridisch twistpunt kunnen opleveren.

Voorgaande zaak illustreert dat er een spanningsveld kan ontstaan tussen enerzijds de legitieme wens (en taak) van de overheid om op te treden tegen gedrag dat als onwenselijk wordt beschouwd en anderzijds de plicht van de overheid om het legaliteitsbeginsel na te leven. Rechtszekerheid en het verbod op willekeur zijn fundamentele elementen van een rechtsstaat. Zoals de actuele strafzaak over designerdrugs-webshops al laat zien gaat het handhavingsbelang in voorkomende gevallen inherent ten koste van het legaliteitsbeginsel. Extra complex wordt het als er sprake is van een gedraging die de wetgever bij het optellen van de normstelling niet heeft kunnen voorzien. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn bij bepaalde technische ontwikkelingen die een tijd terug ieders verbeeldingskracht te buiten gingen. Het kan dan problematisch zijn om zo’n ‘nieuwe’ gedraging onder een ‘oude’ strafbaarstelling te laten vallen. Immers liggen dan rechtsonzekerheid en willekeur op de loer. En in de woorden van de Hoge Raad: normen moeten voldoende concreet zijn voor betrokkenen om hun gedrag op af te kunnen stemmen. Vanuit de verdediging zullen wij hier in ieder geval voortdurend voor blijven waken.

Heb je hier vragen over of wil je hierover van gedachten wisselen met ons? Neem dan contact op met ons op via [email protected].

No Comments

Post a Comment