#392: Oplossingsgerichte fraudebestrijding?

De toeslagenaffaire heeft een flinke smet op het blazoen van de Belastingdienst veroorzaakt. Hierover zal het laatste woord ook nog niet gezegd of geschreven zijn. Ook is duidelijk geworden dat de Belastingdienst als organisatie flink verbeterd zal moeten worden. Onlangs hebben staatssecretarissen Vijlbrief en Van Huffelen van Financiën een brief naar de Tweede Kamer gestuurd met daarin de stand van zaken van de verbeteringen en de plannen voor de toekomst. Met name de ambities voor effectieve fraudebestrijding trekken onze aandacht.

Blijkens de brief is het streven van de Belastingdienst om ervoor te zorgen dat burgers en bedrijven bereid zijn uit zichzelf fiscale regels na te leven, zonder dat de Belastingdienst dient in te grijpen. Daarbij is expliciet gemeld dat het doel is “bij de uitvoering adequaat te handelen”. Dat wil zeggen: “tijdig, zorgvuldig, deskundig en op een passende en respectvolle manier”. Dat is een nobel streven. Het roept wel de vraag op of dit streven dan nieuw is? En zo ja, waarom was dat eerder dan niet zo? Of concluderen de staatssecretarissen simpelweg dat dat eerder niet (altijd) is gelukt?

In onze praktijk komen wij met enige regelmaat met fiscale geschillen – met een straf- of boeterechtelijk randje – tegen die naar onze smaak onnodig op de spits zijn gedreven. In die zaken zijn de ingrediënten vanuit de overheid veelal torenhoge correcties met dito fiscale boetes, stevige invorderingsacties en soms als het kan ook nog een strafrechtelijk onderzoek. Wij kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat in de praktijk met een dergelijk zware aanpak wordt geprobeerd compliant gedrag af te dwingen. Dit staat haaks op de doelen die de politiek nu voor ogen heeft. Bovendien is er een gebrek aan realisatie dat zo’n stevige aanpak veel belastingplichtigen geen andere keuze laat dan stevig terug te bijten in procedures. Daardoor wordt er weinig ruimte gelaten voor een oplossingsgerichte aanpak.

Soms toont de Belastingdienst en/of het Openbaar Ministerie op den duur de benodigde zelfreflectie om de kwestie in de (relatieve) kiem te smoren. Maar soms ook niet. Dan duurt zo’n procedure onnodig lang, met alle schade van dien. Het lijkt erop dat de oorzaak van zo’n geschil vaak een wisselwerking is tussen partijen. Vaak spelen emoties daarin een rol. Van de belastingplichtige, maar ook van de betrokken ambtenaar.

In de brief staat de volgende ambitie beschreven:  “Met ons toezicht en onze opsporing willen we gepast corrigerend optreden wanneer dat nodig is. Dat doen we door ons optreden in alle onderdelen van ons werk af te stemmen op de houding en het gedrag van de belastingplichtige burger of bedrijf: in de reguliere uitvoering, door in te zetten op het voorkomen van fouten en in overleg met de burger en het bedrijf verhelpen van fouten, door dienstverlening, in de inning en door toezicht en het aanpakken van fraude. We gaan zoveel mogelijk uit van vertrouwen. De meeste burgers en bedrijven zijn immers te goeder trouw. Burgers of bedrijven die onbewust en onbedoeld fouten maken, moeten we helpen om dit te herstellen en het liefst zien te voorkomen. We moeten optreden tegen burgers en bedrijven die moedwillig en doelbewust misbruik maken van fiscale regelingen.”

De staatssecretarissen lijken te impliceren dat eigenlijk kan worden verwacht van inspecteurs dat niet de discussie wordt opgezocht uit emotie, maar dat oplossingsgericht wordt geacteerd. Helaas komt het in de praktijk maar al te vaak voor dat een onschuldige  “fout” wordt herkend als “frauduleus” en dat handelingen te goeder trouw ten onrechte worden opgevat als handelingen te kwader trouw. Niets menselijks blijkt ook de Belastingdienst vreemd.

Het zou mooi zijn als vanuit deze boodschap van de staatssecretarissen verder gewerkt zal gaan worden. Niet alleen voor toekomstige zaken, maar ook voor zaken uit het verleden waar nu over wordt gediscussieerd. Het zal ons inziens ook bij kunnen dragen aan een oplossing voor de druk op de belastingambtenaren en de rechterlijke instanties. Wellicht dat het zogenaamde “normoverdragend gesprek” waar in de praktijk soms met enige weemoed aan wordt teruggedacht, haar herintrede kan doen? Wij zullen het eens voorstellen.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl. Uiteraard is het ook mogelijk om over dit onderwerp te praten in een (digitale) Vaklunch on demand bij jou op kantoor.

Geen reacties

Plaats een reactie