#412: De (on)mogelijkheden van nieuw beleid

Het Openbaar Ministerie is exclusief belast met het vervolgen van strafbare feiten. Het heeft voor de afdoening van vervolgbare feiten een arsenaal aan mogelijkheden. Zo kan het Openbaar Ministerie uiteraard een dagvaarding uitbrengen maar ook kan gekozen worden voor de strafbeschikking, een transactie, het ad informandum voegen van feiten, het overdragen van de zaak aan een andere instantie, of kiezen voor seponering van de zaak. Voor deze laatste afdoeningsmodaliteit zijn nieuwe beleidsregels opgesteld. Op 1 maart 2021 is de nieuwe Aanwijzing sepot en gebruik sepotgronden in werking getreden. Wat brengt deze nieuwe Aanwijzing ons?

Een sepot is een beslissing om niet verder te vervolgen door het Openbaar Ministerie. Hiertoe bestaat de mogelijkheid van een technisch sepot en een beleidssepot. Indien het Openbaar Ministerie tot de conclusie komt dat onvoldoende zicht bestaat op een veroordeling dan wordt de zaak afgedaan met een technisch sepot. Indien er andere redenen bestaan om de zaak te seponeren dan wordt een beleidssepot toegepast. De reden van het sepot wordt aangeduid met een sepotcode. In de bijlage van de Aanwijzing staan diverse redenen waarom kan worden afgezien van een vervolging. Dit varieert van gronden die samenhangen met de algemene rechtsorde, zoals het landsbelang en buitenlandse betrekkingen, tot persoonlijke gronden zoals de gezondheid en leeftijd van een verdachte.

Een belangrijke wijziging in de Aanwijzing is dat een beleidssepot in combinatie met bijzondere voorwaarden in beginsel niet meer wordt ingezet, behalve de algemene voorwaarde dat de verdachte geen strafbare feiten meer begaat binnen een proeftijd van maximaal een jaar. In het verleden werden nog wel eens bijzondere voorwaarden gesteld om op basis daarvan de zaak te seponeren, hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het niet meer uitoefenen van een bepaald beroep voor een bepaalde periode.

Vanaf 1 maart 2021 zal hier in beginsel de strafbeschikking voor worden gebruikt. Op basis van artikel 257a, lid 3, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) kan hiervoor een gedragsaanwijzing worden gegeven. In de subleden a tot en met e staan de mogelijkheden limitatief opgesomd. In sub e staat dat aanwijzingen kunnen worden gegeven aangaande het gedrag van de verdachte voor een proeftijd van een jaar.

Ons valt op dat de mogelijkheden om bijzondere voorwaarden te stellen bij een strafbeschikking beperkter zijn dan bij het sepot. Aan de ene kant biedt dit uiteraard duidelijkheid, maar aan de andere kant biedt dit minder mogelijkheden voor een efficiënte oplossing die vaak creatiever is. Gelukkig stelt de Aanwijzing dat ‘in beginsel’ geen voorwaarden worden gesteld bij een beleidssepot. Dit biedt de mogelijkheid om oplossingen aan te dragen, en, indien deze niet vallen binnen het strafrechtelijk kader van artikel 257a lid 3 Sv, uit te wijken naar een sepot.

Kortom, de mogelijkheden in het nieuwe beleid zijn beperkter dan voorheen, maar de woorden ‘in beginsel’ bieden zoals altijd kansen.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl. Uiteraard is het ook mogelijk om over dit onderwerp te praten in een digitale Vaklunch on demand.

Geen reacties

Plaats een reactie