#649: Niets nieuws, wél een reminder
De Hoge Raad heeft in een arrest van 18 november 2025 opnieuw geoordeeld dat fiscale kwaliteitsdelicten alleen gepleegd kunnen worden door degene op wiens belasting- of betalingsplicht de aangifte betrekking heeft, of door degene die uit hoofde van art. 42 tot en met 44 AWR als vertegenwoordiger van de belasting- of betalingsplichtige kan optreden. Het arrest brengt geen omslag, maar wel een duidelijke herinnering: bepaal nauwkeurig wie welke rol vervult en leg dat consequent ten laste. De tenlastelegging blijft het kader waarbinnen de rechter kan oordelen.
De Hoge Raad start bij het uitgangspunt dat de tenlastegelegde feiten kwaliteitsdelicten zijn. Een kwaliteitsdelict is een strafbaar feit waarvan de wet vereist dat de dader een specifieke, in de delictsomschrijving benoemde hoedanigheid bezit. Zonder die hoedanigheid ontbreekt een constitutief bestanddeel en kan van daderschap als pleger geen sprake zijn. Wordt iemand als pleger gedagvaard zonder dat zijn hoedanigheid uit het dossier blijkt, dan kan de rechter dat niet repareren. Daarmee onderstreept het arrest het belang van een bewuste keuze voor de juiste rol in de tenlastelegging.
Tegelijk herhaalt de Hoge Raad zijn eerdere jurisprudentie dat het ontbreken van de hoedanigheid bij een betrokkene niet betekent dat hij buiten schot hoeft te blijven. Deelneming blijft mogelijk. De kwaliteit “zit” bij de pleger; de ander sluit daarop aan via de juiste deelnemingsroute. Is er sprake van medeplegen, medeplichtigheid, uitlokken of opdrachtgeven? Of is de pleger niet strafbaar en is er eerder sprake van doen plegen?
Het is aan het OM om de feitelijke verhoudingen tussen betrokkenen concreet te reconstrueren: wie had de hoedanigheid, wie verrichtte welke handelingen, en hoe verhouden die zich tot elkaar? Pas daarna volgt de keuze voor de juiste deelnemingsvorm of toerekeningsroute en de vertaling naar de tenlastelegging. Te vaak wordt “voor teveel ankers” gelegen, waarbij ingewikkelde cumulatieve en subsidiaire tenlasteleggingen plaatsvinden. Wij menen dat het aan het OM is om zorgvuldig onderzoek te doen naar de rolverdeling en op basis daarvan al dan niet een helder verwijt te maken. Dat zorgvuldige onderzoek ontbreekt nogal eens, waarbij een greep in de lucht wordt gedaan naar de feitelijke verhoudingen. Het OM mag pas dagvaarden als het de overtuiging heeft dat een strafbaar feit is gepleegd en hiertoe mag niet lichtvaardig worden overgegaan.
De tenlastelegging bepaalt de rechtsstrijd. De door het OM gekozen rol (pleger, medepleger, uitlokker, medeplichtige) stuurt de beslissingsruimte. Als het gaat om kwaliteitsdelicten bepaalt ook de stellingname van het OM ten aanzien van de hoedanigheid de speelruimte voor de rechter. Diffuse of onjuiste roltoedeling kan niet door middel van interpretatie worden gerepareerd. De boodschap is eenvoudig: eerst nauwgezet feitenonderzoek en rolduiding, vervolgens een strakke, consequente en door het dossier gedragen tenlastelegging.
Er is inderdaad “niets nieuws onder de zon”, maar dit arrest bevestigt dat kwaliteitsdelicten precieze juridische inzet vergen en dat deelnemingsvormen niet willekeurig uitwisselbaar zijn. Zorgvuldigheid aan het begin van het onderzoek en de dagvaarding voorkomt onnodige problemen aan het eind.
Heb je hier vragen over of wil je hierover van gedachten wisselen met ons? Neem dan contact op met ons op via [email protected].

No Comments