#387: Meerdere wegen leiden naar Rome

Benadeelde partijen laten steeds vaker hun stem horen in het strafproces. In Vaklunch #003 schreven wij reeds over de steeds groter wordende rol van slachtoffers in het strafproces: van informatievoorzieningen tot aan herstel van de schade. Maar hoe kan de eventuele schade op de verdachte worden verhaald? Een recent vonnis van de rechtbank Rotterdam laat zien dat er meerdere wegen zijn die naar Rome leiden.

In deze zaak wordt de verdachte veroordeeld voor schuldwitwassen. De reden daarvoor is dat zij een geldbedrag van € 39.870 op haar bankrekening heeft laten storten door een bedrijf waarvan vaststaat dat dit geld door middel van oplichting is verkregen. De verdachte had moeten vermoeden dat dit geld uit misdrijf afkomstig was, mede gelet op het verzoek dat zij dit bedrag uiteindelijk in drie opeenvolgende dagen bij verschillende geldautomaten moest opnemen. De rechtbank oordeelt dat in het licht van deze feiten de verdachte zodanig is tekortgeschoten in haar onderzoeksplicht dat zij met de voor schuldwitwassen vereiste aanmerkelijke onvoorzichtigheid heeft gehandeld.

Onderdeel van het proces is tevens de vordering van een benadeelde partij. Op grond van artikel 51f Sv kan degene die rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit zich ter zake van zijn vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij voegen in het strafproces. De benadeelde partij vordert in deze zaak een vergoeding van € 39.870,- aan materiële schade en een vergoeding van € 300,- aan immateriële schade. De rechtbank verklaart de benadeelde partij echter niet-ontvankelijk. De vordering is namelijk ingediend door een natuurlijk persoon, terwijl uit het dossier blijkt dat het geldbedrag is overgemaakt door een bedrijf. Het voegingsformulier is om die reden niet door de juiste partij ingevuld. Hetgeen tot de niet-ontvankelijkheid van de vordering leidt.

De rechtbank heeft echter ook nog andere mogelijkheden om de schade te verhalen. Op grond van artikel 36f Sv kan de rechter ambtshalve een schadevergoedingsmaatregel opleggen. De schadevergoedingsmaatregel is een strafrechtelijke sanctie en kan door de rechter — los van de beslissing in de voegingsprocedure — worden opgelegd. De rechter heeft daar in deze zaak ook gebruik van gemaakt.

De rechtbank oordeelt dat vast staat dat het bedrijf schade heeft geleden door het bewezen verklaarde strafbare feit. Als de verdachte haar bankrekening niet ter beschikking had gesteld en niet had meegewerkt aan het opnemen van het geld, was de schade niet ontstaan volgens de rechtbank. De schade is dus een rechtstreeks gevolg van de bewezenverklaarde handeling en hiertoe wordt verwezen naar een arrest van de Hoge Raad, waarin eenzelfde situatie aan de orde was.  De rechtbank heeft daarom aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f Wetboek van Strafrecht opgelegd tot een bedrag van € 39.870,-, vermeerderd met de wettelijke rente.

Er zijn dus meerdere manieren waardoor een slachtoffer gecompenseerd kan worden. Dit vonnis van de rechtbank geeft de mogelijkheden goed weer.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl. Uiteraard is het ook mogelijk om over dit onderwerp te praten in een (digitale) Vaklunch on demand bij jou op kantoor.

Geen reacties

Plaats een reactie