#097: Pulp Fiction?

Op de wijze van verbaliseren van verdachten- en getuigenverhoren is het nodige aan te merken. Dit is op zichzelf niets nieuws. Niettemin bevestigen de bevindingen van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en de Universiteit Leiden dat processen-verbaal van de politie bijzonder beperkt worden weergegeven en laten zien hoe ernstig het is gesteld met de processen-verbaal. Voor dit onderzoek zijn 55 verdachtenverhoren bij de politie geanalyseerd. Deze verhoren zijn ook audiovisueel vastgelegd om te verifiëren welke informatie wel en welke informatie niet in het proces-verbaal terecht is gekomen. Geconcludeerd is dat de hoofdvragen van een verhoor meestal wél worden weergegeven, meer specifiek 63%(!) ervan. Van de vervolgvragen en de antwoorden die zijn gegeven wordt slechts een kwart opgenomen in het proces-verbaal. Kan het huidige proces-verbaal van een verhoor nog wel bijdragen aan de waarheidsvinding in strafzaken? Zijn de processen-verbaal überhaupt als een weergave van de waarheid aan te merken of is het niet meer dan fictie?

Anders dan in bijvoorbeeld de Verenigde Staten is het proces-verbaal van verhoor in Nederland geen letterlijke uitwerking van hetgeen wordt gevraagd en geantwoord gedurende een verhoor. Daarom is het op basis van een proces-verbaal niet altijd mogelijk te beoordelen of bijvoorbeeld druk is uitgeoefend om een verklaring af te leggen of zelfs invloed is uitgeoefend op de antwoorden die de betrokkene geeft. Als tijdens een verhoor iets gebeurt wat niet door de juridische beugel kan, wordt dat aan de hand van een proces-verbaal dus niet altijd opgemerkt. Zeker nu het nog niet gebruikelijk is dat een advocaat aanwezig is bij het politieverhoor kan men zich afvragen welke bewijswaarde nog aan processen-verbaal kan worden toegekend?

In artikel #012 schreven wij reeds over de handicaps van processen-verbaal in het strafvorderlijk stelsel. In dat artikel hebben wij met name gewezen op het bedroevende waarheidsgehalte van processen-verbaal van verhoor, maar eveneens voor ambtsedige verklaringen en uitwerkingen van tapgesprekken. In dat geval oordeelde de rechter zelfs dat sprake was van doelbewuste en grote veronachtzaming van de rechten van de verdachte door de opsporingsambtenaren. Maar het kan ook (op het eerste gezicht) ‘onschuldiger’. In het arrest van 18 maart 2014 oordeelde de Hoge Raad dat het proces-verbaal van het getuigenverhoor van een van de betrokkenen onjuist is opgemaakt, door daarin een deel van de verklaringen van de getuige onjuist en voor de verdachte in belastende zin te verwoorden. Toch leidde dit niet tot echte problemen voor het Openbaar Ministerie omdat de verdediging door de beschikbaarheid van geluidsopnamen van de verhoren op de onjuiste weergave in het proces-verbaal heeft kunnen wijzen. Daarnaast is het verzuim hersteld doordat in hoger beroep een aanvullend proces-verbaal is opgemaakt. Van enig verwijtbaar handelen door de opsporingsambtenaar was kennelijk geen sprake. Deze ‘onschuldigere’ variant lijkt weinig problematisch omdat het allemaal is rechtgezet. Dit was alleen mogelijk door de geluidsopnamen van het verhoor die beschikbaar waren. Echter, niet in alle gevallen wordt een verhoor opgenomen. Het is niet moeilijk voor te stellen dat er (veel) meer processen-verbaal zijn die niet overeenkomen met hetgeen de getuige of verdachte heeft verklaard. Maar die onjuistheden zullen – met name in de gevallen waarbij geen verdediging aanwezig is geweest – niet aan het licht komen. Als de verdachte verklaart over hoe het er in werkelijkheid aan toe is gegaan bij zijn verhoor, dan wordt tot op heden meer bewijswaarde aan een proces-verbaal toegekend.

Het huidige Wetboek van Strafvordering staat – onder omstandigheden zoals opgenomen in verschillende Aanwijzingen – toe dat verhoren worden opgenomen. Het is echter geen wettelijke verplichting voor alle verhoren. Wij menen dat verhoren vaker moeten worden opgenomen. Niet ieder verhoor is dusdanig van belang dat een brondocument zal worden geraadpleegd om de inhoud ervan te verifiëren, alhoewel dit op voorhand moeilijk is vast te stellen. Opnames zijn met name van belang voor die gevallen waarin veel discussie is over de vaststelling van de feiten en daarnaast gebrek bestaat aan ander bewijsmateriaal. In de discussie omtrent de modernisering van het Wetboek van Strafvordering wordt aan dit onderwerp – gelukkig – de nodige aandacht besteed. Gepleit wordt voor het opnemen van eisen in de wet voor de processen-verbaal van verdachten- en getuigenverhoren. Ook wordt onderkend dat de audiovisuele en auditieve registratie van verhoren steeds belangrijker zal worden. De Europese wetgeving speelt in die ontwikkeling ook een rol. Zo dienen verhoren van minderjarige slachtoffers op basis van richtlijn 2013/29/EU te worden opgenomen en kunnen die opnamen als bewijsmiddel dienen. De discussie over dit onderwerp is in ieder geval nog lang niet beslecht. Tot die tijd is het aan de advocatuur om de rechterlijke macht ervan te doordringen dat een bewezenverklaring op basis van een zakelijke weergave van een getuigenverhoor of verdachtenverhoor niet zonder risico’s is en veelal geen recht doet aan de waarheid. Het onderzoek van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en de Universiteit Leiden zijn hiervan het bewijs.

Wat is jouw ervaring met het waarheidsgehalte van processen-verbaal? Is het proces-verbaal volgens jou (nog) een geschikt bewijsmiddel?

 

 

 

1 Comment

Plaats een reactie