#371: De hand boven het hoofd van het OM

Te pas en – helaas blijkt regelmatig ook – te onpas wordt beslag gelegd door het Openbaar Ministerie. Beslag kan op basis van het Wetboek van Strafvordering worden gelegd in het kader van de waarheidsvinding en ten behoeve van een verbeurdverklaring (94 Sv) of tot zekerheid van verhaal voor een op te leggen geldboete of een ontnemingsmaatregel wegens wederrechtelijk verkregen voordeel (94a Sv). Tegen dat beslag kan de beslagene een klaagschrift indienen bij de rechtbank. Hoewel er in de praktijk succesvolle voorbeelden zijn – Vaklunch #362 – zien we ook nog steeds dat het Openbaar Ministerie in dergelijke procedures de hand boven het hoofd wordt gehouden door feitenrechters.

Op 21 april 2020 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen naar aanleiding van een beschikking van de rechtbank Amsterdam. In deze zaak had het Openbaar Ministerie beslag gelegd op een auto van de verdachte op grond van artikel 94 Sv. Het is dan aan de rechtbank om te toetsen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert. Zo niet, dan dient het in beslag genomen voorwerp aan de beslagene te worden geretourneerd of aan een derde te worden teruggegeven indien deze de rechthebbende van het voorwerp is.

Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave van het in beslag genomen voorwerp als dit voorwerp 1) kan dienen om de waarheid of wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen of 2) het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat het voorwerp verbeurd verklaard zal worden. Opmerkelijk in deze zaak is dat de rechtbank dit toetsingskader schetst maar vervolgens niet in acht neemt. De rechtbank oordeelt namelijk dat het gelet op de lopende schikkingsonderhandelingen, die kennelijk gaande zijn tussen de verdediging en het Openbaar Ministerie, niet onaannemelijk is dat als men er niet uitkomt het beslag wordt omgezet in conservatoir beslag (94a Sv). Dat beslag wordt dan gelegd als zekerheid voor een op te leggen geldboete of een ontnemingsmaatregel wegens wederrechtelijk verkregen voordeel. Het is wat ons betreft duidelijk dat de rechtbank hier ver op de feiten vooruit loopt, een juridische toetsing van het beklag achterwege laat en het Openbaar Ministerie de hand boven het hoofd houdt.

De Hoge Raad steekt dan ook terecht een stokje voor de wijze waarop de rechtbank de beslissing om het beklag ongegrond te verklaren motiveert. Het enkele feit dat klassiek beslag omgezet kan worden in conservatoir beslag is onvoldoende voor het voortduren van het beslag, zelfs als er schikkingsonderhandelingen gaande zijn. De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam.

De mogelijkheid om te klagen tegen beslag lijkt dan wel rechtsbescherming te bieden, maar dat blijkt in een situatie als deze allesbehalve effectief. De auto is op 13 maart 2018 in beslag  genomen. Op 15 mei 2018 is een klaagschrift ingediend en de rechtbank heeft op 28 augustus 2018 het klaagschrift ongegrond verklaard. Inmiddels zijn ruim twee jaren verstreken tot de Hoge Raad arrest heeft gewezen. En nu is het nog wachten op de rechtbank, die de beslissing nog eens over moet doen. En de auto? Die staat ergens stilletjes in waarde te dalen terwijl de eigenaar nog altijd wacht op een beslissing van de rechter of de auto überhaupt in beslag genomen had mogen worden. De lange duur van deze klaagschriftprocedure maakt dus dat deze nauwelijks effectief te noemen is.

Daarnaast blijkt dat de advocaat-generaal ambtshalve inlichtingen ingewonnen heeft en dat in 2019 het beslag is omgezet naar conservatoir beslag. Ook is in december 2019 nog steeds niet bekend of een zitting gepland gaat worden. Het Openbaar Ministerie heeft gebruik kunnen maken van deze lange duur van de procedure en alsnog het beslag omgezet naar een andere grondslag. Ondanks dat de Hoge Raad recht heeft gesproken is het de vraag of de rechtsbescherming is gediend. De klaagschriftprocedure duurt veel te lang en de rechter houdt simpelweg de hand boven het hoofd van het Openbaar Ministerie zodat eventuele ‘fouten’ kunnen worden hersteld. Zelfs de Hoge Raad kan daar dan niets meer aan veranderen.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl. Uiteraard is het ook mogelijk om over dit onderwerp te praten in een (digitale) Vaklunch on demand.

1 Comment
  • Diederik

    14 mei 2020 at 11:27 Beantwoorden

    Dit is helaas gangbare praktijk. Ik vermoed dat er vaak opzettelijk slechts een art. 94 Sv beslag wordt gelegd (en art. 94a Sv opzettelijk niet wordt genoemd). Wanneer het eerste klaagschrift tegen het beslag slaagt, zet het OM het beslag alsnog om in een art. 94a Sv beslag, zodat je een nieuw klaagschrift kan indienen. Meerdere keren meegemaakt. Een procedure ex art. 552a Sv is daarmee zo goed als kansloos.

Plaats een reactie