#623: Extra strafkorting bij procesafspraken in (fiscaal-)strafrechtelijke zaken; maatwerk leveren is een kunst

Wie goed doet, goed ontmoet. Ook voor verdachten in een strafrechtelijk onderzoek geldt dit adagium, zo blijkt uit de zaak over de Drentse kunstroof. Daarin ontbreekt nog ieder spoor van de zeer waardevolle buit. In dat licht is het begrijpelijk dat de officier van justitie één van de verdachten een deal aanbood met een korting van 50% op de strafeis. Dit is een mooi voorbeeld van maatwerk, waarmee wordt geïllustreerd dat de gebaande paden niet altijd ook de geëigende wegen zijn.

Maatwerk bij strafoplegging

Wij schreven al eerder over maatwerk bij de strafoplegging in fraudezaken (Vaklunch #603). Hierin concludeerden wij dat maatwerk in zowel strafzaken als belastingfraudezaken van belang is om recht te doen aan individuele omstandigheden, zodat daadwerkelijk kan worden gesproken van een ‘passende afdoening’. Wat ons betreft is hierbij een belangrijke rol weggelegd voor omstandigheden als het gegeven dat iemand voor het eerst de fout ingaat, dat iemand zijn leven heeft gebeterd en dat iemand openheid van zaken geeft. Om deze laatste factor ging het bij de poging vanuit het openbaar ministerie om een deal te sluiten in de Drentse kunstroofzaak.

In de Drentse kunstroofzaak zijn voorwerpen buitgemaakt die waren geleend van het Roemeense Nationaal Historisch Museum. De waarde van deze stukken (een gouden helm en drie gouden armbanden van zo’n 2500 jaar oud) blijkt echter niet alleen uit het feit dat deze voor maar liefst €5,8 miljoen verzekerd zijn, voor welk bedrag de Nederlandse regering overigens garant staat. In Roemenië is de helm namelijk niks minder dan een nationaal symbool, vergelijkbaar met wat de Nachtwacht voor Nederland is. Het moge duidelijk zijn dat de belangen groot zijn voor de Nederlandse Staat om de pronkstukken terug te vinden. De officier van justitie geeft er tegen de achtergrond van deze belangen blijk van een coöperatieve houding en schadeherstel te laten meewegen bij de uiteindelijke strafeis.

We zien het voorgaande ook terug in het fiscale boeterecht. Zo is in het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst opgenomen dat bij de straftoemeting kan worden betrokken hoe iemand zich heeft gedragen na het begaan van het beboetbare feit. Ook uit de LOVS-Oriëntatiepunten volgt dat er algemene strafmatigende omstandigheden zijn die bij veel strafbare feiten aan de orde kunnen zijn. Bovendien is in deze oriëntatiepunten expliciet opgenomen dat de rechter maatwerk dient te leveren in een strafzaak. De hiervoor bedoelde toe te passen strafvermindering en het te leveren maatwerk zijn in beginsel onbegrensd.

Straftoemeting bij procesafspraken; strafkorting van maximaal een derde?

De vraag dringt zich vervolgens op hoe een en ander zich verhoudt tot procesafspraken. Procesafspraken zijn blijkens de OM-Aanwijzing aan de orde ‘in zaken waarin dat met het oog op een effectieve afdoening of gestroomlijnde procesgang dienstig is’. Hierbij dienen het opportuniteitsbeginsel en de eisen van een eerlijk proces door de officier van justitie in acht te worden genomen. Rechters zijn echter op geen enkele wijze gebonden aan procesafspraken tussen de officier van justitie en de verdachte. Wij schreven daarover al eerder (Vaklunch #465 en Vaklunch #477). Wel heeft de Hoge Raad inmiddels voorzien in handvatten voor de toelaatbaarheid van procesafspraken (Vaklunch #494). Procesafspraken kunnen blijkens de OM-Aanwijzing onder meer zien op ‘aspecten van de strafzaak die gericht zijn op herstel van de rechtmatige toestand in financiële zin’ en op de strafeis van de officier van justitie.

Ook procesafspraken kunnen dus neerkomen op strafkorting in ruil voor een coöperatieve opstelling van de verdachte. Maar toch lijkt hierbij minder maatwerk mogelijk. In de rechtspraak (bijvoorbeeld ECLI:NL:RBMNE:2022:1493 en ECLI:NL:RBROT:2021:12699) en de literatuur[1] is namelijk algemeen aanvaard dat bij procesafspraken een korting van maximaal een derde kan worden toegepast. Ook het Openbaar Ministerie neemt normaliter een maximale strafkorting van een derde als uitgangspunt bij procesafspraken. In de strafeis wordt dan opgenomen dat vermindering van de hypothetische strafeis wordt toegepast. De rechter toetst vervolgens of deze hypothetische strafeis conform de bandbreedte is van straffen die in vergelijkbare zaken zijn opgelegd.

Of in de Drentse kunstroofzaak sprake is van (een poging tot) procesafspraken, is lastig te beoordelen. Maar op basis van de op dit moment bekendgemaakte informatie dringt die gedachte zich wel op. Het lijkt er namelijk niet op dat deze zaak met een strafbeschikking kan worden afgedaan gelet op de OM-Richtlijnen voor strafvordering en de LOVS-oriëntatiepunten. In dat licht roept het aangeboden kortingspercentage van 50% vragen op, hoewel het gelet op het grote belang van het terugvinden van de kunstschatten goed te volgen is dat maatwerk wordt geboden en de officier van justitie afwijkt van de reguliere maxima voor strafkorting. De zaak illustreert dus dat er situaties denkbaar zijn waarin het OM méér dan een derde korting biedt.

Conclusie

Straffen is maatwerk dat geboden kan worden door strafkorting. Dit geldt voor zowel strafzaken als voor belastingfraudezaken. Of dat nu via procesafspraken gaat, of ‘gewoon’ via de doorwerking van strafmatigende omstandigheden. Het kan zowel in het belang van het OM zijn als voor een verdachte om de vrijheid te hebben een geschikte korting te bepalen.

Heb je hier vragen over of wil je hierover van gedachten wisselen met ons? Neem dan contact met ons op via [email protected].

 

[1] L.J.J. Peters, Dealen met ondermijningsdelicten: Naar een efficiënte strafprocedure voor ondermijnende criminaliteit, Deventer: Wolters Kluwer 2018.

No Comments

Post a Comment