#373: Daar gaat ons bewijsstelsel

In Vaklunch #361 hebben wij ons kritisch uitgelaten over de werkwijze van het Openbaar Ministerie waarin enkel een selectie van vermeende onjuiste belastingaangiften ten laste wordt gelegd, maar vervolgens wel het grootschalige karakter van de fraude en de omvang van het belastingnadeel simpelweg wordt meegenomen in de strafmaat. Advocaat-generaal Knigge schreef een zeer terechte conclusie over deze gang van zaken. Maar de Hoge Raad heeft het laatste woord.

In de onderliggende zaak is ten laste gelegd dat 9 belastingaangiften opzettelijk onjuist zijn ingediend. De overige 23 onderzochte belastingaangiften zijn niet opgenomen in de tenlastelegging. Ten aanzien van deze aangiften verklaart de verdachte dat hij zelf nooit een aangifte heeft gedaan en dat hij dus niet weet welke aangiften precies onjuist zijn. Het Hof acht deze verklaring niet geloofwaardig. Het Hof neemt aan dat ook de overige 23 belastingaangiften onjuist zijn gedaan en neemt het belastingnadeel van deze 23 aangiften naast de 9 aangiften die wel vermeld zijn op de tenlastelegging, ook mee in de uiteindelijk op te leggen straf. Het Hof stelt dat – hoewel deze feiten niet ad informandum zijn gevoegd – de verdachte niet in zijn verdediging is geschaad nu 1) hij zich heeft kunnen uitlaten over deze aangiften, 2) de aangiften onderdeel uitmaken van het strafdossier en 3) niet is betwist dat de aangiften onjuist zijn.

Deze manier van ten laste leggen vindt zijn oorsprong in kinderpornozaken. De Hoge Raad heeft in dit soort zaken geoordeeld dat niet elk plaatje ten laste hoeft te worden gelegd, dit bezien vanuit efficiëntie en doelmatigheidsoverwegingen. In de conclusie van Knigge wordt uitgebreid ingegaan op het feit dat deze wijze van ten laste leggen in wezen het bewijsstelsel omzeilt en dat de werkwijze in kinderpornozaken derhalve als een uitzondering op de regel dient te gelden.

Ook wij menen dat kinderpornozaken en het indienen van belastingaangiften niet met elkaar kunnen worden vergeleken. In de jurisprudentie wordt ervan uitgegaan dat voor het indienen van een aangifte telkens een afzonderlijk wilsbesluit nodig is. Ons inziens dient dus per aangifte te worden beoordeeld of deze opzettelijk onjuist is ingediend en mogen niet ten laste gelegde aangiften niet worden meegewogen in de strafmaat.

De Hoge Raad wijst nu arrest in deze zaak. In zijn algemeenheid overweegt de Hoge Raad dat uit eerdere jurisprudentie volgt dat een rechter vrij is om bij de strafoplegging rekening te houden met niet ten laste gelegde feiten onder de volgende omstandigheden:

“- wanneer het gaat om een ad informandum gevoegd feit en – in een geval als het onderhavige waarin de verdachte ter terechtzitting is verschenen – op grond van de door de verdachte ten overstaan van de rechter die de straf oplegt gedane erkenning, aannemelijk is geworden dat hij dat feit heeft begaan en ervan mag worden uitgegaan dat het openbaar ministerie geen strafvervolging ter zake van dat feit zal instellen, of

– wanneer dit feit kan worden aangemerkt als een omstandigheid waaronder het bewezenverklaarde is begaan, dan wel

– wanneer de verdachte voor dit feit onherroepelijk is veroordeeld en de vermelding van dit feit dient ter nadere uitwerking van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.”

De Hoge Raad oordeelt dat het Hof de 23 belastingaangiften die niet ten laste zijn gelegd kennelijk heeft aangemerkt als omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde feit is begaan. De Hoge Raad oordeelt verder dat gelet op de door het Hof aangedragen omstandigheden dit niet getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. Daarmee is de zaak klaar. In dit oordeel schuilt een groot gevaar. Het Openbaar Ministerie zal met deze rechtspraak in de hand proberen met een lichtere bewijslast een hogere straf te bewerkstelligen. Het is nu dus zaak voor de verdediging om te reageren op alle onderzochte aangiften om te voorkomen dat men op de zitting wordt geconfronteerd met het feit dat de niet ten laste gelegde aangiften alsnog worden verdisconteerd in de strafmaat.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl. Uiteraard is het ook mogelijk om over dit onderwerp te praten in een digitale Vaklunch on demand.

Geen reacties

Plaats een reactie