#445: Overall fairness weegt het zwaarst

De uitspraak die het EHRM begin dit jaar deed inzake Keskin tegen Nederland houdt de gemoederen nog altijd bezig. Wij schreven in Vaklunch #413, #421 en #436 al over dit arrest en de gevolgen daarvan voor de Nederlandse rechtspraak. Kortgezegd heeft Keskin ertoe geleid dat het toetsingskader voor het mogen horen van getuigen door de verdediging gedeeltelijk op de schop ging. In zijn post-Keskin-arrest stelde de Hoge Raad vast dat de onderbouwingseisen voor getuigenverzoeken moesten worden bijgesteld ten aanzien van niet eerder door de verdediging gehoorde getuigen à charge. Het nieuwe kader moet via de (lagere) rechtspraak uitkristalliseren. Toch zag de Hoge Raad vorige week aanleiding om de eigen rechtspraak op dit punt nog verder te verduidelijken. Lees verder

#444: Openbaar Ministerie schendt de privacy

Privacy is vandaag de dag een groot goed. Google en Facebook weten alles van je en gevoelige informatie belandt door hackers dikwijls open en bloot op straat. De roep om bescherming van onze privacy is dan ook niet vreemd. De PGP telefoon komt aan deze wens tegemoet nu deze de privacy van de gebruiker waarborgt doordat de communicatie door middel van encryptie is beveiligd. Deze telefoons worden echter juist vanwege deze bescherming ook vaak in verband gebracht met het criminele circuit. Maar betekent dit dan vervolgens dat het Openbaar Ministerie de privacy van alle gebruikers mag schenden?Lees verder

#443: Wie de witwasbal kaatst…

Witwasonderzoeken komen in vele soorten en maten. Eén variant die in onze praktijk regelmatig de revue passeert, is die waarin het Openbaar Ministerie geen onderzoek heeft gedaan naar een gronddelict. Onder officieren is deze variant met name populair wanneer de verdenking van witwassen ziet op geld dat (vermoedelijk) zijn oorsprong heeft in het buitenland. In een vonnis van 14 september 2021 bevestigt rechtbank Rotterdam dat de officier van justitie nader onderzoek dient te verrichten naar de verklaring van de verdachte over de herkomst van het geld, zelfs indien de officier van justitie aanloopt tegen de grenzen van de internationale rechtshulp. Lees verder

#442: Ten overvloede: de suppletieplicht

Zodra een belastingplichtige constateert dat hij een aangifte omzetbelasting in de afgelopen vijf kalenderjaren onjuist of onvolledig heeft gedaan en te weinig belasting is betaald, dan is hij op grond van artikel 15, lid 1, van het Uitvoeringsbesluit gehouden alsnog de juiste en volledige inlichtingen, gegevens of aanwijzingen te verstrekken door middel van een suppletie aangifte. Indien niet of niet tijdig, of niet op de door de inspecteur aangegeven wijze een suppletie wordt gedaan dan wordt dit aangemerkt als een overtreding. In geval van opzet of grove schuld kan daarvoor op grond van artikel 10a, lid 3, AWR een boete worden opgelegd. De vraag is of deze boete niet in strijd is met het nemo tenetur beginsel. Deze rechtsvraag komt – geheel ten overvloede – aan de orde in een recent arrest van de Hoge Raad van 24 september 2021.Lees verder

#441: Wat niet weet, wat niet deert

De laatste jaren wordt de roep om bestraffing van leidinggevenden van bedrijven die de wet overtreden steeds groter. Onder andere de schikking met ING in 2018 deed de verhitte discussie over klassenjustitie in het strafrecht weer oplaaien (zie ook Vaklunch #302). Waar de rechtspersoon ING namelijk een miljoenenboete moest betalen, bleef een vervolging van de bestuurders van de bank uit. Maar niet voor lang.Lees verder

#440: Het recht om vervolgd te worden

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden deed onlangs een opvallende uitspraak in een zogeheten artikel 12 Sv-procedure. Op grond van dat artikel kan een rechtstreeks belanghebbende klagen over de beslissing van de officier van justitie om een verdachte in een bepaalde zaak niet (verder) te vervolgen. Zo’n klacht leidt ertoe dat het gerechtshof de sepotbeslissing opnieuw moet beoordelen.   Normaal gesproken zijn slachtoffers en nabestaanden rechtstreeks belanghebbenden bij de vervolging van (rechts)personen. Zij verlangen natuurlijk dat iemand aansprakelijk wordt gesteld voor het leed dat hun is aangedaan. Maar soms komt een klacht uit onverwachte hoek. Lees verder

#439: Er leiden meerdere wegen naar het EOM

Zoals wij in Vaklunch #426 al schreven, is per 1 juni 2021 het Europees Openbaar Ministerie (EOM) van start gegaan. Dit werd ‘gevierd’ met een aantal perspublicaties, waaronder een bericht waarin hoofdofficier van justitie Laura Kövesi aankondigde binnenkort bekend te zullen maken welke zaken als eerste worden geopend. Voor zover wij weten, is hierover nog niet gecommuniceerd. Wel heeft het EOM via een persbericht van 16 juli 2021 laten weten dat het sinds 1 juni 2021 al meer dan 1000 meldingen van EU-fraude heeft verwerkt. Deze meldingen zijn afkomstig van lidstaten of andere EU-instellingen, die verplicht zijn zaken te melden die onder de reikwijdte van de werkzaamheden van het EOM vallen. In een tijd waarin meldplichten als paddenstoelen uit de grond schieten, was onze aandacht direct getrokken. Hoe komt het EOM eigenlijk aan zaken?Lees verder

#438: There are two sides to every story

De rechterlijke overtuiging neemt een centrale plaats in binnen het Nederlandse bewijsstelsel. Voor een veroordeling is niet alleen voldoende wettig bewijs vereist, maar dient de rechter ook overtuigd te zijn van de schuld van de verdachte. Een zogenoemd alternatief scenario kan in de weg staan aan die overtuiging, zo illustreert een vrijspraak van het hof Arnhem-Leeuwarden van 1 juli 2021.Lees verder

#437: Klassiek bankbeslag: een wolf in schaapskleren

Het leggen van beslag aan de start van een fraudezaak is eerder regel dan uitzondering. Computers, auto’s en huizen worden veelvuldig aan beslagrondes onderworpen. Ook op giraal geld wordt geregeld beslag gelegd. Wij menen dat dergelijk bankbeslag niet altijd op de juiste gronden gebeurt.Lees verder

#436: De ene getuige is de andere niet

In strafzaken kunnen getuigenverklaringen een belangrijke rol spelen in de bewijsvoering. Voor fraudezaken is dat niet anders. Daarnaast kunnen getuigenverklaringen relevant zijn voor de vaststelling van eventuele vormverzuimen die in het voorbereidend onderzoek hebben plaatsgevonden en die met toepassing van artikel 359a Sv kunnen worden bestraft. In een recente conclusie van 6 juli 2021 bevestigt Advocaat-Generaal (A-G) Bleichrodt dat deze zogenoemde ‘rechtmatigheidsgetuigen’ als een aparte categorie moeten worden gezien. Welke gevolgen heeft dit voor het doen van verzoeken tot het horen van deze getuigen en het voeren van 359a-verweren?Lees verder