#351: Aanwezig of niet?

Het aanwezigheidsrecht van een verdachte bij zijn eigen zaak is een groot goed. Dat concludeerden we ook in Vaklunch #218 en Vaklunch #332. Maar wat gebeurt er als de verdachte niet bij de zitting aanwezig is? Wanneer moet een zitting worden geschorst en hoe vaak kan de rechter de zitting schorsen in verband met het effectueren aanwezigheidsrecht? Dat hangt helemaal af van de opstelling van de verdachte. In twee recente arresten zien we dat de redenen voor de afwezigheid van een verdachte kunnen verschillen, en dat dit leidt tot een totaal verschillende uitkomst van de zaak.

In het eerste geval gaat het om een zaak waarbij de verdachte vlak voor aanvang van de inhoudelijke behandeling van zijn zaak is uitgezet naar Libanon. De rechtbank behandelt de zaak wel en veroordeelt de verdachte tot een straf van 3 jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De verdachte gaat in hoger beroep. Voor de zitting in hoger beroep vraagt de verdachte een visum aan zodat hij bij de zitting aanwezig kan zijn. Verder koopt de verdachte een vliegticket en boekt een hotel, maar zijn visum wordt uiteindelijk afgewezen. Om die reden kan de verdachte niet naar Nederland komen en aanwezig zijn bij zijn strafzaak. Het Openbaar Ministerie stelt zich op het standpunt dat de zaak kan worden afgedaan buiten de aanwezigheid van de verdachte. Maar daar is het gerechtshof Amsterdam het gelukkig niet mee eens.

Het Hof overweegt dat het aanwezigheidsrecht een zwaarwegend recht is van de verdachte en dat het laten voeren van de verdediging door de raadsvrouw onvoldoende is om het gebrek aan aanwezigheid van de verdachte te compenseren. Belangrijk is daarbij dat de verdachte ook niet bij de zitting in eerste aanleg kon zijn. Daarnaast zijn de belangen groot nu hij tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is veroordeeld. Het hof is ook van oordeel dat deze inbreuk op het verdedigingsrecht onherstelbaar is. De verdachte heeft er immers alles aan gedaan om bij de zitting aanwezig te zijn terwijl de Nederlandse overheid geen enkele inspanning heeft geleverd om het aanwezigheidsrecht van deze verdachte te effectueren. Mede in het licht van de vele schorsingen die reeds hebben plaatsgevonden komt het hof tot de conclusie dat sprake is van onherstelbare inbreuk op de verdedigingsrechten en verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging.

Hoe anders kan het lopen als een verdachte simpelweg niet bij zijn zitting komt opdagen. Uit een arrest van de Hoge Raad van 26 november 2019 volgt dat als een verdachte zonder reden niet komt opdagen en de raadsman genoodzaakt is een aanhoudingsverzoek te doen, een dergelijk aanhoudingsverzoek flink onder de loep wordt genomen. De Hoge Raad herhaalt nogmaals de overwegingen uit het overzichtsarrest van 6 oktober 2018. In dit arrest heeft de Hoge Raad onder meer vooropgesteld dat, nadat in voorkomende gevallen gelegenheid is geboden voor een nadere toelichting of het overleggen van bewijsstukken, de rechter het verzoek om aanhouding van de zitting in verband met het effectueren van het recht op aanwezigheid reeds kan afwijzen op de grond dat de aan het verzoek ten grondslag gelegde omstandigheid niet aannemelijk is. Het enkel uiten van een vermoeden waarom de verdachte niet aanwezig was, was in deze zaak niet voldoende. Het Hof mocht de zaak daarom buiten de aanwezigheid van de verdachte voortzetten.

Hoewel het aanwezigheidsrecht van een verdachte dus een groot goed is en geen recht is dat door de aanwezigheid van een advocaat kan worden gecompenseerd, moet niet te gemakkelijk met dit recht worden omgesprongen. De verdachte moet kunnen aantonen dat hij bij de zitting aanwezig wil zijn en waarom dat niet kan. Ook zijn er omstandigheden denkbaar waarbij het Openbaar Ministerie zwaar wordt aangerekend als geen inspanningen worden geleverd om de verdachte bij de zitting aanwezig te laten zijn. Het ‘zomaar’ niet komen opdagen bij je eigen zitting doet echter afbreuk aan dit belangrijke aanwezigheidsrecht, maar de voorgaande jurisprudentie toont ook aan dat er niet zomaar vanuit moet worden gegaan dat een verdachte geen goede reden zou hebben om afwezig te zijn. Een aanhoudingsverzoek moet dus zorgvuldig worden beoordeeld en niet te gemakkelijk worden afgewezen.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl. Uiteraard is het ook mogelijk om over dit onderwerp te praten in een Vaklunch on demand bij jou op kantoor.

Geen reacties

Plaats een reactie