#427: Eenzijdig onderzoek is geen onderzoek

De primaire taak van het Openbaar Ministerie is waarheidsvinding. Het is aan de officier van justitie, als leider van het opsporingsonderzoek, om op onbevooroordeelde wijze het strafdossier samen te stellen. Hoewel in een opsporingsonderzoek zowel naar belastend als naar ontlastend bewijsmateriaal dient te worden gezocht, signaleerden wij eerder al dat opsporingsinstanties in de praktijk niet zelden al bij aanvang in een bepaalde groef zitten en maar weinig aandacht hebben voor het verhaal van de verdachte. Hof Arnhem-Leeuwarden stak daar in een recent arrest echter een stokje voor. In dit arrest tikte het hof het Openbaar Ministerie op de vingers met een niet-ontvankelijkverklaring vanwege onder meer een eenzijdig en onvolledig opsporingsonderzoek.

In deze zaak werden verschillende zorginstellingen en medewerkers vervolgd voor fraude met persoonsgebonden budget (PGB). Vanaf het begin hadden de verdachten uitgebreid verklaard over de wijze waarop het PGB werd gefactureerd. De verdachten hadden hier met zorgkantoren en het Zorginstituut Nederland afspraken over gemaakt, omdat de toepasselijke regelgeving erg complex was en regelmatig veranderde. Uit navraag bij andere zorginstellingen bleek dat deze er in de praktijk soortgelijke afspraken op nahielden. Het Openbaar Ministerie had echter geen oog voor deze verklaring en besteedde geen enkele aandacht aan het feit dat deze praktijk door zorgkantoren werd gedoogd. Ook op andere punten liet het opsporingsonderzoek te wensen over. Nadere dossierstukken werden niet of te laat overgelegd en ook de bevraging van getuigen was onder de maat.

De rechtbank plaatste in eerste aanleg al een kritische noot bij de handelwijze van het Openbaar Ministerie en sprak daarnaast alle verdachten vrij op grond van het gedoogverweer. Het Openbaar Ministerie ging in hoger beroep, maar ook het hof maakte korte metten met het eenzijdige onderzoek in deze zaak. Het hof onderstreepte dat objectieve waarheidsvinding een belangrijke taak is van het Openbaar Ministerie. In dit geval was het enkel dankzij de inspanningen van de verdediging dat de werkelijke gang van zaken aan het licht was gekomen. Had het Openbaar Ministerie haar opsporingstaak wel naar behoren uitgevoerd, dan was bij de start van het onderzoek al duidelijk geweest dat vervolging hier niet voor de hand lag. Alle betrokkenen had dus een langdurig strafproces bespaard kunnen blijven.

Daar bleef het echter niet bij. Het hof concludeerde ook tot een schending van het gelijkheidsbeginsel. Hoewel het Openbaar Ministerie namelijk in eerste instantie in alle zaken hoger beroep had aangetekend, trok het Openbaar Ministerie het hoger beroep op een later moment in een deel van de zaken om onduidelijke redenen in. Een schending van het gelijkheidsbeginsel wordt niet snel aangenomen, omdat in de praktijk nauwelijks sprake is van gelijke gevallen. Nu de verdachten in deze zaak werden vervolgd voor dezelfde strafbare feiten op basis van vrijwel identieke feiten en omstandigheden, achtte het hof dat hier wel sprake was van gelijke gevallen. Door de vervolging tegen een deel van de verdachten wel in hoger beroep door te zetten en tegen het andere deel niet, was in dit geval sprake van een ongelijke behandeling, waar het Openbaar Ministerie geen goede reden voor wist te geven.

Gezien al deze missers oordeelde het hof dat voortzetting van het hoger beroep een schending oplevert van de beginselen van een behoorlijke procesorde. Zoals we eerder al in Vaklunch #414 zagen kan op een dergelijke schending maar één sanctie volgen: niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging. Dit arrest is niet alleen een welkome bevestiging van en herinnering aan de zorgvuldigheidseisen die worden gesteld aan het opsporingsonderzoek en het vervolgingsbeleid van het Openbaar Ministerie, maar illustreert ook hoe belangrijk het is voor de verdediging alle zeilen bij te zetten om haar kant van het verhaal voor het voetlicht te brengen. En wel zo vroeg mogelijk.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen met ons? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl.

 

Geen reacties

Plaats een reactie