#370: Een valse factuur is geen basis voor witwassen

Is een geldstroom uit misdrijf afkomstig indien de begeleidende factuur een vals document is? Deze vraag komt in menig witwasonderzoek naar voren. De verdediging is het er vaak over eens: dat is niet mogelijk. Een valse factuur kan wellicht een illegale geldstroom verhullen. De geldstroom is dan echter niet afkomstig uit de factuur, maar uit iets anders. De geldstroom kan haar basis vinden in een legitieme koop van een product bijvoorbeeld. Onder omstandigheden kan ook een strafbaar feit aan de basis liggen, zoals bijvoorbeeld oplichting. Dat feit maakt de herkomst van het geld dan van misdrijf afkomstig. De valse factuur die een titel oplevert voor de transactie is in dat geval ‘hooguit’ een verhullingshandeling maar geen gronddelict. Het Openbaar Ministerie waagt zich toch regelmatig aan een dergelijke verdenking. Geeft de Hoge Raad eindelijk duidelijkheid?

Over de vraag wanneer geld of een goed afkomstig uit enig misdrijf is kennen wij al de zaak waarin het op basis van valse documenten transporteren van goud er niet toe leidt dat het goud een criminele herkomst krijgt. Daarover schreven wij in Vaklunch #298. Om te beoordelen of sprake is van een criminele herkomst, dient de herkomst van het goud te worden onderzocht. Daarover schreven wij in Vaklunch #365.

In de zaak van SNS Property Finance is een gelijksoortige vraag aan de orde. In die zaak ziet de verdenking op het met behulp van niet-ambtelijke omkoping en valse facturen witwassen van gelden. De niet-ambtelijke omkoping is echter niet bewezen verklaard. Maakt de valsheid van de facturen die de geldstroom begeleidde dan dat het geld een criminele herkomst heeft?

Advocaat-generaal Bleichrodt concludeerde in januari 2020 in de zaak tegen SNS Property Finance dat de bewezenverklaring van het Hof op dit punt niet door de juridische beugel kon:

“Vervolgens houden de bewijsoverwegingen in dat met de opgenomen valse omschrijvingen de werkelijke aard van deze betaalstroom is verhuld. Gelet op deze overwegingen over de werkelijke aard van de geldstroom, is het oordeel van het hof dat de geldbedragen afkomstig zijn uit valsheid in geschrift niet begrijpelijk. Het hof heeft immers juist vastgesteld dat de geldbedragen samenhingen met de onderling gemaakte afspraken in verband met het aanbrengen van de eerdergenoemde personen bij SNS PF. Door de valsheid in geschrift is de werkelijke aard van de titel van de betalingen verhuld. Niet valt in te zien dat de desbetreffende geldbedragen daarmee afkomstig zijn uit die valsheid in geschrift. In het licht daarvan acht ik het oordeel van het hof dat de geldbedragen afkomstig waren uit valsheid in geschrift niet begrijpelijk.”

De Hoge Raad is dat met de advocaat-generaal eens. De Hoge Raad oordeelt dat het Hof kennelijk heeft geoordeeld dat op de facturen valse omschrijvingen zijn opgenomen “ten behoeve van de verzwegen omkoping en de bijbehorende betaalstroom en zijn bedoeld om deze betalingen een titel te verschaffen.” De conclusie dat de geldstromen dan afkomstig zijn uit enig misdrijf om tot een bewezen verklaring van witwassen te komen kan de Hoge Raad niet volgen. De Hoge Raad oordeelt dat deze beslissing onbegrijpelijk is: Voorwerpen ‘met behulp waarvan’ een misdrijf is begaan, zijn bovendien niet reeds daardoor ‘afkomstig’ uit enig misdrijf.” Ons inziens is dit een terechte beslissing. Wij hopen dat het Openbaar Ministerie hiermee ook inziet dat er meer nodig is voor een verdenking van witwassen dan een verhullingshandeling.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl. Uiteraard is het ook mogelijk om over dit onderwerp te praten in een digitale Vaklunch on demand.

Geen reacties

Plaats een reactie