#353: De civielrechtelijke werkelijkheid

In Vaklunch #227 besteedden wij aandacht aan de vrijspraak van een oud Achmea bestuurder door de Rechtbank Midden-Nederland. Tegen deze vrijspraak was hoger beroep aangetekend door het Openbaar Ministerie. Op 26 november 2019 heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden de bestuurder alsnog veroordeeld. Dit vonnis en arrest laten duidelijk zien dat de betekenis van valsheid in geschrifte nog niet is uitgekristalliseerd.

De discussie in deze zaak draait om de vraag of de allonges bij een huurcontract vals zijn. Uit een e-mail valt namelijk op te maken dat om fiscale redenen er de voorkeur aan wordt gegeven om een huurverhoging af te spreken in plaats van een andere beloningsstructuur. De huurverhoging komt overeen met de incentive die was bedoeld om er voor te zorgen dat de verdachte zou aanblijven als directeur.

De rechtbank komt tot het oordeel dat de huurverhoging in wezen een bijzondere beloning voor verrichte arbeid is. Uit de correspondentie volgt dat de premie louter om fiscale redenen is uitbetaald via de verhoging van huur. Om die reden is de rechtbank van oordeel dat de verdachte zich heeft moeten realiseren dat hij deze beloning bij de Belastingdienst diende op te geven als inkomen. Echter betekent dit volgens de rechtbank niet dat de allonges bij het huurcontract vals zijn. De huurpenningen zijn daadwerkelijk betaald en het feit dat de fiscale achtergrond niet in de overeenkomsten is opgenomen maakt de allonges evenmin vals, aldus de rechtbank.

Het hof komt echter tot een ander oordeel. Naar het oordeel van het hof zijn de allonges uitsluitend opgemaakt met de bedoeling te verhullen dat er een blijf- en presteerpremie werd betaald, zodat er geen of minder loon-of inkomstenbelasting over de premie verschuldigd zou zijn. Dat maakt de allonges intellectueel vals naar inhoud en intentie.

Het hof is dus in tegenstelling tot de rechtbank van oordeel dat indien een bepaalde afspraak louter is gemaakt om zo belasting te besparen het document waarin die afspraak is vervat vals is. Wij kunnen ons hierin niet vinden. Zelfs al is de juridische overeenkomst enkel en alleen ingegeven door een fiscale achtergrond dan betekent dit nog niet dat de overeenkomst civielrechtelijk geen betekenis heeft. Er kan in dat geval fiscaal bezien wel sprake zijn een fiscale herkwalificatie of toepassing van het leerstuk fraus legis. Maar deze twee leerstukken doen geen afbreuk aan de civiele werkelijkheid van de overeenkomsten. De civielrechtelijke werkelijkheid wordt enkel aangetast als sprake is van een schijnhandeling. In dat geval is het de vraag of de overeenkomst rechtskracht geniet of dat partijen in wezen iets anders hebben afgesproken. Beide partijen moeten in dat geval weten dat de naar schijn gesloten overeenkomst in wezen geen rechtskracht zou hebben. Uit het arrest blijkt ons inziens niet dat deze overeenkomsten geen rechtskracht zouden hebben.

Tegen het arrest is cassatie ingesteld. Wij hopen dat de Hoge Raad meer duidelijkheid geeft over de betekenis van een vals geschrift.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl. Uiteraard is het ook mogelijk om over dit onderwerp te praten in een Vaklunch on demand bij jou op kantoor.

 

Geen reacties

Plaats een reactie