#349: Fouten maken mag niet meer?

Op 1 augustus 2008 is de Wet ter voorkoming van witwassen en het financieren van terrorisme (hierna: de Wwft) in werking getreden. In deze wet zijn verplichtingen zoals het cliëntenonderzoek en de meldingsplicht opgenomen. Indien instellingen die vallen onder de Wwft zich hier niet aan houden dan kunnen zij hiervoor strafrechtelijk worden vervolgd. De rechtspraak op dit terrein laat zien dat de normen en begrippen in deze wetgeving dusdanig ruim zijn dat een veroordeling al snel op de loer kan liggen. Wij vragen ons af of de wetgeving voldoende duidelijk is en het strafrecht een passende sanctie biedt.

Een voorbeeld is te vinden in een recente uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 27 november 2019. Het gaat in deze zaak om een administratiekantoor dat in het kader van de Wwft verplicht is om melding te maken van ongebruikelijke transacties. Of sprake is van een ongebruikelijke transactie kan worden vastgesteld aan de hand van objectieve en subjectieve indicatoren. Een objectieve indicator is een transactie waarbij er wordt betaald in contanten, cheques aan toonder of een vooraf betaald betaalinstrument (prepaid card) en er een minimale grens wordt overschreden. In een dergelijk geval moet een instelling de transactie melden aan FIU Nederland. Bij een subjectieve indicator moet de instelling de transactie melden wanneer er aanleiding bestaat te veronderstellen dat de transactie verband kan houden met witwassen of het financieren van terrorisme. Een minimum bedrag van de transactie is dan ook niet nodig.

De vraag is natuurlijk: wanneer is sprake van een subjectieve indicator? Hoe kan een instelling weten wanneer er aanleiding bestaat te veronderstellen dat de transactie verband houdt met witwassen? Juristen raken al niet uitgepraat over de betekenis van witwassen, hoe moeten instellingen dat dan precies weten?

Als hulpmiddel bij deze subjectieve indicatoren is een aantal leidraden opgesteld waarin situaties worden beschreven waarin de beroepsbeoefenaar alert dient te zijn op witwassen. In deze zaak is de leidraad naleving WWFT voor accountants, belastingadviseurs en administratiekantoren van belang. Aan de hand van de op dat moment bekende feiten en omstandigheden dient de beroepsbeoefenaar te beoordelen of er aanleiding is om te veronderstellen dat de transactie verband kan houden met witwassen en melding gedaan dient te worden bij het meldpunt. De voorbeelden in deze leidraad zijn echter niet uitputtend van karakter. In de onderhavige zaak lijdt de volgende situatie volgens de rechtbank tot een meldplicht.

De rechtbank overweegt dat de transacties verband hielden met de verbouwing van een woonhuis terwijl deze verbouwing niet overeenkwam met de doelstelling van de onderneming. Bovendien zouden er geen inkoopfacturen zijn verstrekt en had het verdachte moeten opvallen dat betalingen uit een hypotheekdepot werden gedaan. Dit had de verdachte extra alert moeten maken en als ongebruikelijk moeten aanmerken. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het BFT terecht heeft geconstateerd dat voornoemde transacties in ieder geval voldoen aan de volgende indicator zoals beschreven in de indicatorenlijst bij de leidraad:

D1 – De cliënt is betrokken bij transacties die ongebruikelijk zijn doordat deze niet passen in de normale bedrijfsuitoefening van de cliënten, terwijl daarvoor geen voor de instelling acceptabele verklaring kan worden gegeven.

Ook is er vervolgens de rechtbank een onverklaarbare discrepantie tussen de betaalde lonen en het aantal mensen dat in dienst was. Ook dit levert volgens de rechtbank een subjectieve indicator op omdat dit een transactie is die door haar omvang niet alleen ongebruikelijk maar feitelijk onmogelijk is voor een onderneming met één à twee medewerkers.

De rechtbank overweegt dat het verdachte administratiekantoor een deskundige is die deze transacties als ongebruikelijk had moeten aanmerken. Dit is voldoende om tot een veroordeling te komen. Immers is het niet nodig dat bewust de regelgeving is overtreden. Dit maakt deze rechtspraak zo ontzettend griezelig. Je kan op deze manier strafrechtelijk veroordeeld worden voor het maken van een fout in je werk of het niet goed genoeg onderkennen van een bepaalde situatie. Wij vinden dat het strafrecht daarvoor niet voor ingezet zou moeten worden. Zeker nu het interpreteren van deze regelgeving een zeer specialistische klus is. Het niet goed interpreteren van deze regelgeving zou niet zomaar gestraft moeten worden.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl. Uiteraard is het ook mogelijk om over dit onderwerp te praten in een Vaklunch on demand bij jou op kantoor.

Geen reacties

Plaats een reactie