#346: Naar een geloofwaardiger OM?

Vormverzuimen in het opsporingsonderzoek worden in de regel niet bestraft. Slechts in heel uitzonderlijke gevallen leiden grove schendingen tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. De achterliggende gedachte is dat de verdachte niet zou mogen ‘profiteren’ van fouten van politie en justitie. Dit uitgangspunt houdt het maken van fouten in het opsporingsonderzoek echter in stand. Er is immers geen enkele prikkel voor politie en justitie om die vormverzuimen niet te maken. Komt er nu toch een prikkel om politie en justitie te weerhouden van het maken van vormverzuimen?

Artikel 359a Sv biedt een mechanisme dat moet waarborgen dat politie en justitie zich aan de strafvorderlijke regels houden. Als dat niet gebeurt, kunnen daar gevolgen aan worden verbonden door de strafrechter. Strafvermindering, bewijsuitsluiting en – in uitzonderlijke gevallen – niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, behoren tot de mogelijkheden. Helaas blijft het veelal bij een constatering van het verzuim, zonder consequenties. Deze milde consequenties doen voorkomen dat vormverzuimen niet erg zijn en dat strafvorderlijke regels met een korrel zout mogen worden genomen. Dat werkt vormverzuimen ons inziens enkel in de hand en maakt het Openbaar Ministerie als partij die anderen wel de maat neemt niet geloofwaardiger.

Het Openbaar Ministerie meldt in een nieuwsbericht van 7 november 2019 dat het college van Procureurs-Generaal heeft besloten een OM-Reflectiekamer Kwaliteitsontwikkeling in te stellen. Deze ‘kamer’ kijkt naar vormverzuimen die tijdens rechtszaken door de rechter zijn geconstateerd en hoe het Openbaar Ministerie hier lering uit kan trekken. In het nieuwsbericht wordt de reden voor dit besluit als volgt omschreven: “Binnen het strafproces hebben vormverzuimen, fouten gemaakt door de politie of het OM, niet altijd consequenties. De Hoge Raad is zeer terughoudend in zijn besluiten om een rechtszaak stuk te laten lopen en een verdachte te laten gaan als bijvoorbeeld onrechtmatig een woning is binnengetreden. Deze ontwikkeling betekent niet dat er geen reden is om vormverzuimen te voorkomen. Het is van groot belang dat opsporing en vervolging volgens de regels plaatsvinden.”

Kennelijk besloot het College deze zomer al tot de oprichting van een OM-Reflectiekamer Kwaliteitsontwikkeling, die zal bestaan uit oud-rechters, advocaten, politiefunctionarissen, wetenschappers en officieren van justitie, voorgezeten door een oud-rechter. Waarom dan nu een persbericht? Mogelijk heeft de uitzending van Zembla over “Fouten van het Openbaar Ministerie” die toevallig ook op 7 november 2019 werd uitgezonden hiermee te maken en bleek dit zomerse besluit alsnog nieuwswaardig?

De Kamer zal overigens niet naar individuele zaken kijken, maar zal wel onderzoeken of bepaalde vormverzuimen moeten leiden tot aanpassing van de werkwijze van het OM. Hieruit zullen dus mogelijk ook structurele vormverzuimen naar voren komen. Het lijkt ons raadzaam dat deze constateringen inzichtelijk worden gemaakt, zodat hier in individuele zaken wel gevolgen aan kunnen worden verbonden zoals de Hoge Raad heeft geoordeeld in het arrest van 19 februari 2013. Wat ons betreft kan dit punt meteen op de agenda van de eerste bijeenkomst van de Reflectiekamer die volgens het nieuwsbericht in 2020 zal plaatsvinden.

Hoe de Reflectiekamer zal opereren is (nog) niet duidelijk. Transparantie lijkt ons het sleutelwoord voor succes. Wij kijken in ieder geval al uit naar de notulen en rapportages van deze Reflectiekamer.  Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl. Uiteraard is het ook mogelijk om over dit onderwerp te praten in een Vaklunch on demand bij jou op kantoor.

Geen reacties

Plaats een reactie