#341: Beknibbelen

Je bent verdachte in een strafrechtelijk onderzoek. Je wordt gearresteerd en verhoord door de politie. Je staat machteloos. Je bent het lijdend voorwerp in een strafzaak. De enige strohalm die je op dat moment hebt is de juridische bijstand van een goede advocaat. Samen met je advocaat bereid je de zaak voor. Je hebt langdurige gesprekken met je advocaat over wat er wel en niet is gebeurd. Het dossier wordt opgevraagd bij de officier van justitie. Dit is omvangrijk. Alles moet gelezen worden, alles moet besproken worden en er moet onderzoek worden gedaan.

Je knokt vervolgens keihard met je advocaat om een rechtvaardig resultaat te behalen. En soms lukt dat. Uiteindelijk ziet de officier van justitie in dat je niet strafbaar hebt gehandeld en deze seponeert de zaak. Ondertussen heb je hoge kosten gemaakt om dit rechtvaardige resultaat te behalen. Want aan een goede advocaat hangt vaak wel een prijskaartje. En niet iedereen komt in aanmerking voor gefinancierde rechtsbijstand.

Als een zaak eindigt zonder straf of maatregel dan komen de gemaakte advocaatkosten voor vergoeding in aanmerking. Om de kosten vergoed te krijgen, dien je een verzoek ex. artikel 591a Sv in bij de rechtbank. Een vergoeding vindt plaats indien er daarvoor naar het oordeel van de rechtbank gronden van billijkheid aanwezig zijn. Een gedrocht van een maatstaf, want wat betekent dit nou eigenlijk: gronden van billijkheid? Het is een criterium dat veel ruimte laat om te beknibbelen op de advocaatkosten terwijl jij hierdoor juist jouw zwaarbevochten gelijk hebt kunnen krijgen. De rechtbank Amsterdam toont dit maar weer eens te meer aan.

De rechtbank oordeelt namelijk dat een maximum uurtarief van € 250,00 voor raadslieden in beginsel billijk is. Waar dit tarief op wordt gebaseerd is volstrekt onduidelijk. Slechts als zou blijken dat sprake is van heel bijzondere omstandigheden dan wel zeer complexe, specialistische problematiek in de strafzaak dan kan een hoger uurtarief billijk zijn. In deze zaak oordeelt de rechtbank echter dat hoewel de zaak omvangrijk was, niet is gebleken dat de zaak complex was of specialistische kennis noodzakelijk was. Om die reden matigt de rechtbank het uurtarief naar € 250 euro. Ook laat de rechtbank als grond voor de matiging meespelen dat de zaak met een sepot is geëindigd. Terwijl het juist zeer waarschijnlijk is dat dit sepot tot stand is gekomen dankzij de adequate juridische bijstand.

Een strafzaak is een omvangrijke en tijdrovende klus. En er staat nogal iets op het spel. Niet alleen de waarheidsvinding maar vooral iemands vrijheid. Een verdachte legt zijn lot in handen van zijn advocaat, want die kent het recht en die heeft de nodige ervaring. Het is dan ook van groot belang dat de verdachte zijn eigen advocaat kiest, iemand waarop hij kan vertrouwen. Het moet klikken en er moet een vertrouwensband ontstaan. Daarom is het recht op een vrije advocaat keuze zo ontzettend belangrijk.

Wij menen dat deze uitspraak afbreuk doet aan het recht op een vrije advocaatkeuze. Bovendien blijkt nergens uit de wet wat een billijk uurtarief is en wanneer in een zaak noodzaak is voor specialistische kennis. Hierdoor krijgt zowel deze rechtspraak als de maatstaf ‘billijk’ iets arbitrairs. Ons inziens is deze rechtspraak allesbehalve billijk.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl. Uiteraard is het ook mogelijk om over dit onderwerp te praten in een Vaklunch on demand bij jou op kantoor.

Geen reacties

Plaats een reactie