#324: Barking up the wrong tree

Officieren van het Landelijk Parket hebben afgelopen week in het NRC de noodklok geluid over het gebruik van het verschoningsrecht door advocaten. Ook op de website van het Openbaar Ministerie verscheen een nieuwsbericht hierover. De reden? Het verschoningsrecht van advocaten zorgt in de praktijk voor vertraging van omvangrijke opsporingsonderzoeken naar mogelijke fraude. De vertraging wordt veroorzaakt doordat de rechter-commissaris moet beslissen of terecht een beroep op het verschoningsrecht wordt gedaan. Het Openbaar Ministerie verwijt  de geheimhouders deze vertraging te veroorzaken. Maar ontstaat de vertraging dan door het beroep op het verschoningsrecht? Of ontstaat het door de trage procedure bij de rechter-commissaris?

De officieren stellen in het NRC: “Het is nu zo geregeld dat als een bedrijf claimt dat het beroepsgeheim in het geding is, we alles uit onze handen moeten laten vallen totdat een rechter-commissaris de vraag beantwoord heeft of dat een terechte claim is.” Deze werkwijze is correct. Dit is juist de wijze waarop de wetgever de bescherming van het verschoningsrecht heeft vormgegeven. In artikel 98 Wetboek van Strafvordering (Sv) is opgenomen dat de verschoningsgerechtigde beslist of stukken al dan niet onder zijn verschoningsrecht vallen. Dat oordeel is dus niet aan het Openbaar Ministerie. Als over die stukken een discussie bestaat is de rechter-commissaris bevoegd het oordeel van de verschoningsgerechtigde te toetsen. Tot de rechter-commissaris een beslissing heeft genomen kan het Openbaar Ministerie geen kennis nemen van die stukken. Het Openbaar Ministerie kan het opsporingsonderzoek gedurende deze procedure dus wel voortzetten, maar kan van de stukken die voorliggen bij de rechter-commissaris geen gebruik maken.

De twee officieren luiden hierover aldus de noodklok. Zij stellen dat een oplossing moet worden gevonden “onder meer over hoe om te gaan met advocaten en bedrijfsjuristen die claimen dat allerlei in beslag genomen documenten vanwege het beroepsgeheim niet gebruikt mogen worden.” Dit wekt de suggestie dat advocaten en bedrijfsjuristen hun geheimhoudingsplicht minder serieus zouden moeten nemen. Het is echter juist de taak van de advocaten om de geheimhoudingsplicht te waarborgen door een beroep te doen op het verschoningsrecht. De geheimhoudingsverplichting maakt dat cliënten vrijelijk met hen kunnen praten, zonder dat die informatie met derden wordt gedeeld. Het is ook de taak van advocaten om zorgvuldig met het beroepsgeheim om te gaan. Sterker nog, een schending van de geheimhoudingsplicht levert een strafbaar feit op. Roepen officieren van justitie nu daartoe op?

Overigens erkent het Openbaar Ministerie het belang van het verschoningsrecht ook in het nieuwsbericht op haar website. Het is volgens het Openbaar Ministerie een groot goed.  “Advocaten hebben de plicht de geheimen van hun cliënten te bewaken, dat hoort bij een goed functionerende rechtsstaat.” Het OM en de FIOD respecteren dat recht: “Indien een verdachte nu roept, dit is verschoningsrecht, dan leggen we die stukken apart.” Waarom wil het Openbaar Ministerie het wettelijk systeem van artikel 98 Sv dan aanpassen? Zou de oproep van de officieren niet juist moeten zien op het versnellen van de procedure bij de rechter-commissaris? Op die manier wordt het verschoningsrecht niet aangetast en kan de vertraging in opsporingsonderzoeken worden ingeperkt.

Op de noodkreet van het Openbaar Ministerie is in de pers inmiddels de nodige kritiek geuit door advocaten en wetenschappers. Het Openbaar Ministerie lijkt de vertraging in fraude onderzoeken als wapen te gebruiken tegen de al eerder geuite wens het verschoningsrecht in te perken. Maar dat is een oneigenlijk middel. Het verschoningsrecht is – en daar is het Openbaar Ministerie het mee eens – een groot goed in ons rechtssysteem en dient gerespecteerd en gewaarborgd te worden. Laten we dan vooral onze aandacht richten op het oplossen van het probleem dat de vertraging veroorzaakt en de rechter-commissaris de middelen geven om de artikel 98 Sv procedure sneller uit te voeren.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen met ons? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl.

Geen reacties

Plaats een reactie