#321: Regels zijn regels

De verdachte kan op basis van artikel 279 Sv een raadsman machtigen namens hem ter zitting te verschijnen. Voorts voorziet artikel 450 Sv in de mogelijkheid dat dat een rechtsmiddel ook kan worden aangewend door tussenkomst van een advocaat. Daarbij dienen een aantal eisen in acht te worden genomen. Zo dient de advocaat onder meer expliciet te verklaren dat hij bepaaldelijk is gevolmachtigd. Dat deze eis van cruciaal belang is, blijkt onder meer uit het arrest van 3 april 2019 van Hof Den Bosch.

Uit het arrest blijkt dat bij de behandeling van het hoger beroep zowel de verdachte – gedetineerd in een PI – als de raadsman niet zijn verschenen. Daarop beziet het Hof kritisch of het hoger beroep op de juiste wijze is ingediend. In dit verband herhaalt het Hof nog eens het oordeel van de Hoge Raad van 19 september 2017. De volmacht die de advocaat aan de griffie verzendt, dient de volgende elementen de bevatten:

“i) een verklaring van de advocaat dat hij tot het instellen van het hoger beroep door de verdachte bepaaldelijk is gevolmachtigd;

ii) een verklaring van de advocaat dat de verdachte instemt met het door de griffiemedewerker aanstonds in ontvangst nemen van de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep;

iii) de vermelding van het door de verdachte opgegeven adres waarnaar een afschrift van de appeldagvaarding kan worden gezonden.”

In het geval van Hof Den Bosch 3 april 2019, voldoet de machtiging niet aan bovenstaande eisen. De advocaat schrijft onder de machtiging wel “Zonder uw andersluidende berichten ga ik ervan uit hiermee te hebben voldaan aan de formele vereisten”. Deze toelichting kan de rechtsgeldigheid van het hoger beroep echter niet redden. Het Hof overweegt daarover: “Een rechtsgeleerd raadsman moet worden geacht op de hoogte te zijn van de eisen waaraan een dergelijke volmacht dient te voldoen, terwijl op griffiemedewerkers in een geval als het onderhavige geen plicht rust de raadsman te wijzen op eerdergenoemde gebreken, laat staan dat het nalaten daarvan in de weg zou staan aan de door het hof te nemen beslissing.” Het is de vraag of de gebreken in de volmacht gerepareerd hadden kunnen worden als de advocaat of de verdachte aanwezig zouden zijn geweest tijdens de behandeling van het hoger beroep.

Hieruit blijkt in ieder geval maar weer dat een verdachte bijzonder afhankelijk is van de kundigheid van zijn of haar raadsman. In Vaklunch #149 schreven wij al over een zaak waarin de raadsman zijn cliënt heeft bevestigd dat hij hoger beroep heeft ingesteld. De raadsman en de verdachte bereiden ook gezamenlijk het hoger beroep voor. Niettemin wordt de verdachte ineens opgepakt en in detentie gezet. Dan blijkt dat geen hoger beroep is ingesteld. Het Hof verklaart het uiteindelijk alsnog – te laat – ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk omdat geen sprake is van een verontschuldigbare termijnoverschrijding. De Hoge Raad casseert de zaak niet. Volgens de Hoge Raad kan de verdachte op basis van de wet zelf hoger beroep instellen of een advocaat inschakelen om dat te doen. Nu de verdachte ook zelf hoger beroep had kunnen instellen, is de termijnoverschrijding niet verschoonbaar en het hoger beroep niet-ontvankelijk.

In zijn arrest van 3 april 2019, bevestigt Hof Den Bosch dat  een zorgvuldige behartiging van de zaak van een verdachte van groot belang is. Als de advocaat een formele fout maakt, staat de verdachte met lege handen, ook als de advocaat zich niet bewust was van de fout. Zeker in zaken waar het gaat om een vrijheidsbenemende straf kunnen die gevolgen zeer verstrekkend zijn.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen met ons? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl.

 

Geen reacties

Plaats een reactie