#278: Artikel 10a AWR is niet strafbaar, maar is het wel beboetbaar?

In Vaklunch #189 schreven wij over artikel 10a AWR in het strafrecht. In dit artikel is een fiscale meldplicht opgenomen. Het artikel bepaalt dat een belastingplichtige uit eigen beweging onjuistheden of onvolledigheden bij de Belastingdienst moet melden zodra hij daarvan op de hoogte is gekomen. Bij algemene maatregel van bestuur is vastgelegd voor welke onjuistheden of onvolledigheden dit geldt. Bij algemene maatregel van bestuur is bepaald dat bijvoorbeeld een meldplicht geldt voor de suppletie aangifte omzetbelasting. Het niet doen van suppletie aangiften is volgens de AWR beboetbaar, maar is het ook strafbaar?

In Vaklunch #189 uitten wij onze kritiek op een aantal rechtbank vonnissen waarin een strafrechtelijke veroordeling plaatsvond op grond van artikel 69, lid 1, AWR jo. artikel 68, lid 1, sub a, AWR het niet, het onjuist of het onvolledig verstrekken van inlichtingen, gegevens of aanwijzingen naar aanleiding van het niet, onjuist of onvolledig doen van een suppletie aangifte.

Het Hof Den Bosch overweegt nu in een arrest van 10 juli 2018 in klare taal dat artikel 10 AWR niet strafbaar is. Het hof constateert dat in de parlementaire geschiedenis bij de invoering van artikel 10a van de AWR niets is vermeld omtrent de mogelijkheid tot strafvervolging bij overtreding van dat artikel, dat deze overtreding consequent is aangemerkt als beboetbaar feit en dat is vermeld dat tegen de sanctie bezwaar en beroep openstaat. Verder is in artikel 10a AWR bepaald dat sprake is van een overtreding zoals wij ook reeds constateerde in Vaklunch #189. Aangezien artikel 10a AWR niet in de wet is aangemerkt als strafbaar feit vinden artikel 70 en 71 AWR geen toepassing. In deze bepalingen is immers de maximale straf bepaalt voor overtredingen die als strafbare feiten zijn aangemerkt.

Verder merkt het hof nog terecht op dat zelfs als artikel 10a AWR wel strafbaar zou zijn dat deze bepaling dan in strijd met het nemo tenetur-beginsel zou zijn. Het hof overweegt daartoe:

De belastingplichtige is gehouden de inspecteur uit eigener beweging mededeling te doen van onjuistheden of onvolledigheden in voor de belastingheffing van belang zijnde gegevens en inlichtingen die hem bekend zijn of zijn geworden. Zodra de belastingplichtige constateert dat hij een aangifte over een tijdvak in de afgelopen vijf kalenderjaren onjuist of onvolledig heeft gedaan waardoor te veel of te weinig belasting is betaald, is hij gehouden alsnog bij wijze van suppletie de juiste en volledige inlichtingen, gegevens of aanwijzingen te verstrekken. Deze inlichtingen, gegevens of aanwijzingen zijn van de wil van de belastingplichtige afhankelijk, omdat de voor de suppletie benodigde inlichtingen, gegevens of aanwijzingen (over één of meer tijdvakken) voor die suppletie op de door de inspecteur aangegeven wijze (artikel 15, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968) moeten worden verzameld en opgesteld.

 Nu een wettelijke verplichting geldt ten aanzien van het verstrekken van informatie ten aanzien van onjuistheden of onvolledigheden in de aangiften wordt een belastingplichtige aldus verplicht om melding te maken van onjuistheden uit het verleden. Zeker als in het verleden opzettelijk onjuiste aangiften zijn gedaan dan is sprake van strijd met het nemo tenetur beginsel. Dit standpunt onderschrijven wij natuurlijk volledig en heeft wat ons betreft ook gevolgen voor de beboetbaarheid van dit feit. Dit onderschrijft overigens ook ons standpunt uit Vaklunch #189  dat artikel 10a AWR niet is geschreven voor situaties waarin bij het indienen van de eerste aangiften opzettelijk onjuiste aangiften zijn ingediend.

Voor het opzettelijk doen van een onjuiste aangifte is immers vereist dat opzet bestond op de onjuistheid op het moment van het indienen van de aangifte. Artikel 15 van het Uitvoeringsbesluit Omzetbelasting gaat er vanuit dat een suppletie moet plaatsvinden indien een onjuistheid wordt geconstateerd in de reeds ingediende aangifte. De bedoeling van dit artikel is ons inziens dus dat een later geconstateerde fout moet worden gemeld.

Mocht je vragen hebben over het voorgaand of van gedachten willen wisselen met ons, neem dan contact op via boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl.

Geen reacties

Plaats een reactie