#166: Geen bewezenverklaring, toch veroordeeld

In #144 verwonderden wij ons over het vonnis van Rechtbank Limburg van 3 november 2015. In die zaak heeft de rechtbank de betrokkene op juridische gronden vrijgesproken maar voegde aan het vonnis toe dat dat voor de rechtbank een ‘zeer onbevredigende uitkomst’ was. Wij bekritiseerden deze toevoeging van de rechtbank omdat zij buiten haar taak trad. Ons inziens is het niet aan de rechter om in het kader van het maatschappelijk belang een technische vrijspraak van de nodige kanttekeningen te voorzien. Voor deze verdachte eindigde de zaak ondanks dat de rechtbank meende dat sprake is van strafbare – maar niet ten laste gelegde – feiten in een vrijspraak. Rechtbank Rotterdam vat zijn taken echter nog ruimhartiger op dan de Rechtbank Limburg. In het vonnis van 22 oktober 2015 – dat onlangs is gepubliceerd – overweegt de rechtbank dat het ten laste gelegde niet bewezen kan worden maar veroordeelt de verdachte toch.

Wat was er aan de hand? Aan de verdachte oma in deze zaak wordt verweten dat zij vlees heeft gestolen in de supermarkt. In de tenlastelegging is opgenomen dat de verdachte dit feit heeft ‘doen plegen door aan die [kleinzoon] een tas met winkelgoederen te geven [zo]dat hij bovengenoemd misdrijf pleegt’. Dit blijkt echter niet uit het dossier. Uit het dossier volgt dat de verdachte in de winkel liep met een winkelwagen en dat zij het vlees in een van haar eigen tassen heeft gedaan. Op het moment dat de verdachte het vlees in haar tas deed, had zij het delict al voltooid. Het doen plegen valt dus niet te bewijzen en vrijspraak dient te volgen. Rechtbank Rotterdam overweegt dat ook met zoveel woorden. De rechtbank geeft daarbij een sneer aan het Openbaar Ministerie en overweegt dat ‘deze tenlastelegging […] hetzij op onvoldoende kennis van het geldende recht, hetzij op onzorgvuldige kennisname van het dossier, hetzij op beide’ berust.

Daarmee is de zaak klaar. Althans, dat zou je denken. Maar niets is minder waar. Nadat de rechtbank het Openbaar Ministerie fijntjes heeft gewezen op deze – volgens de rechtbank overduidelijke – onjuiste tenlastelegging, helpt de rechtbank het Openbaar Ministerie alsnog een handje. De rechtbank overweegt dat buiten twijfel staat dat het Openbaar Ministerie de verdachte diefstal van de stukken vlees heeft verweten. Als het verwijt niet zo zou worden uitgelegd zou dat moeten leiden tot een vrijspraak op technische gronden. Het is in die zin dezelfde situatie als de situatie waarmee Rechtbank Limburg zich geconfronteerd zag. Maar dat ziet de Rotterdamse Rechtbank niet zitten want ‘dat zou in strijd zijn met het maatschappelijk belang waarin in deze zaak ook recht wordt gewezen’. De rechtbank gaat verder door te overwegen dat de belangen van de verdachte met deze uitleg niet zijn geschonden. Een dergelijk belang is namelijk niet een vrijspraak. Daarnaast heeft de verdachte zich kunnen uitlaten over de beschuldiging en heeft de raadsman verweer gevoerd, aldus de rechtbank.

Het maatschappelijk belang wordt als de mantel der liefde gebruikt om ‘fouten’ in het strafproces te bedekken. Maar is een dergelijk vonnis – waarin een burger wordt veroordeeld terwijl het ten laste gelegde niet bewezen kan worden verklaard – wel in het maatschappelijk belang? In Nederland hebben wij met elkaar besloten dat wij gebruik maken van de grondslagleer en dat de officier van justitie in zoverre dominis litis is en de rechtbank gebonden is aan de tenlastelegging.

Ook in de vakliteratuur is al kritiek geuit op deze vrije toepassing van de regels.[1] Het is niet aan de rechter om de grondslag van de tenlastelegging te verlaten en door het zelfstandig te verbeteren. Enkel indien sprake is van een kennelijke verschrijving in de tenlastelegging mag een rechter een tenlastelegging verbetert lezen (zie HR 30 maart 2005). Maar daarvan is in deze zaak geen sprake. Het procesrecht voorziet in de mogelijkheid voor het Openbaar Ministerie een verzoek wijziging tenlastelegging te doen. Kennelijk is dit onderdeel van de tenlastelegging ter zitting niet besproken. Het Openbaar Ministerie heeft het overduidelijk niet gezien. De verdediging heeft het wellicht niet willen benoemen om te voorkomen dat een wijziging tenlastelegging zou volgen. Deze creatieve oplossing gaat ons inziens veel te ver. In zoverre menen wij ook dat de sneer van de Rechtbank Rotterdam richting de officier van justitie niet gepast is. Het is simpelweg niet aan de rechtbank om de inhoud van de tenlastelegging te bepalen. Ons inziens dient dit vonnis, door de rechtstatelijke beginselen van ons procesrecht aan te tasten, op geen enkele manier het maatschappelijk belang.

Wat vind jij? Gaat de rechtbank te ver door deze verdachte te veroordelen gelet op het maatschappelijk belang terwijl het ten laste gelegde niet bewezen kan worden verklaard?

[1] Mr. A.P. Altena, ‘Procesregels’, NJB, 2016/884.

1 Comment
  • Edo Moll

    20 mei 2016 at 08:32 Beantwoorden

    De rechter verwijt in het vonnis het OM onvoldoende kennis van het recht of onvoldoende kennis van het dossier. Maar het lijkt erop dat de rechter, door te veroordelen ondanks dat het ten laste gelegde niet bewezen kon worden (kennelijk) de wet wel kent, maar willens en wetens ‘omzeilt’. Zorgelijk en verontrustend. Het zou goed zijn wanneer de Advocaat-Generaal bij de Hoge Raad in deze zaak cassatie in het belang der wet instelt.

Plaats een reactie