#123: Sluit opzet schuld uit?

Hoewel het soms lijkt alsof het ten laste leggen van witwassen voor het Openbaar Ministerie ‘prijsschieten’ is, blijkt het Openbaar Ministerie soms ook de deksel op de neus te krijgen. Hof Amsterdam sprak de verdachte in het arrest van 30 juli 2013 vrij van het ten laste gelegde schuldwitwassen omdat enkel sprake was van een vermoeden van opzetwitwassen. Bewijs voor schuldwitwassen ontbrak, volgens het Hof. Maar het luistert volgens de Hoge Raad nauw als het aankomt op de bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten. En het één – opzetwitwassen – sluit het ander – schuldwitwassen – niet uit. Maar wat is nu het verschil?

In deze zaak is bij de verdachte in een plastic boodschappentas een bedrag van € 39.520 aangetroffen. Onder de zool van de schoen van verdachte is een geel papiertje aangetroffen met exact dat bedrag daarop vermeld. Voor het voorhanden hebben van het contante geldbedrag heeft de verdachte ‘geen concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring’ voor de herkomst van het geld gegeven. Aanvankelijk veroordeelt de politierechter in een niet gepubliceerd vonnis de verdachte voor schuldwitwassen. Het Hof ziet dat anders. Het Hof oordeelt dat het niet anders kan dan dat het geld (on)middelijk van een misdrijf afkomstig is zodat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzetwitwassen. Het Hof overweegt dat voor schuldwitwassen sprake dient te zijn geweest van ‘grove of aanmerkelijke onvoorzichtigheid’ ten aanzien van de omstandigheden waaronder de gedragingen zijn gepleegd. Het hof oordeelt dat uit het enkel aantreffen van een groot geldbedrag in een plastic boodschappentas en van een papiertje op de zool van de sandaal van verdachte met daarop een aantekening van dat geldbedrag, niet valt af te leiden dat bij verdachte sprake is geweest van dergelijke ‘grove of aanmerkelijke onvoorzichtigheid’ ten opzichte van de herkomst van dat geld. Uit de door verdachte afgelegde verklaringen kan geen bewijs voor schuldwitwassen worden geput. Deze verklaringen zijn van het bewijs uitgesloten. Het Hof spreekt de verdachte aldus vrij van schuldwitwassen.

Het Openbaar Ministerie heeft tegen dat arrest cassatieberoep ingesteld. De Hoge Raad oordeelt dat het Hof ‘te kort door de bocht gaat’: ‘Indien het Hof tot uitdrukking heeft willen brengen dat niet kon worden bewezen dat de verdachte “redelijkerwijs moest vermoeden” dat het geld uit een misdrijf afkomstig was omdat sprake was van “opzettelijk” handelen van verdachte en van “opzetwitwassen”, getuigt zijn oordeel van een onjuiste rechtsopvatting, omdat de daaraan ten grondslag liggende redenering onjuist is. Dat verdachte opzettelijk heeft gehandeld sluit op zichzelf niet uit dat, indien zulks is tenlastegelegd, bewezen kan worden verklaard dat verdachte “redelijkerwijs moest vermoeden” dat het geld uit een misdrijf afkomstig was en dat het handelen van verdachte daarom kan worden aangemerkt als schuldwitwassen als bedoeld in art. 420quater Sr.’ De Hoge Raad oordeelt, met andere woorden, dat het een het andere niet uitsluit. De Hoge Raad oordeelt verder dat als het Hof niet van deze onjuiste opvatting is uitgegaan, het oordeel evenmin begrijpelijk was, gelet op de vaststelling van een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring voor de herkomst van het geld. De zaak is teruggewezen naar het Hof.

Bij gebrek aan kennis van het dossier is het niet gemakkelijk een inschatting te maken van de uitkomst van de procedure bij het Hof. Dat de verklaring van verdachte daar een grote rol in speelt moge duidelijk zijn. Het is de vraag of de verdachte, op basis daarvan, redelijkerwijs moest vermoeden dat het geld afkomstig was van een misdrijf. Kan hij uitleggen waar het geld vandaan komt? Of kan hij uitleggen waar het plastic boodschappentasje met inhoud vandaan komt? Kende hij de inhoud van het tasje? En spelen de reeds afgelegde, maar van het bewijs uitgesloten, verklaringen hierin ook een rol? Het zal ons inziens aankomen op een scherpe verdediging. Wij houden het vervolg in ieder geval nauwlettend in de gaten.

Wat is jouw ervaring met het tenlastelegging van opzet- dan wel schuldwitwassen? En hoe (zorgvuldig) gaan rechters daarmee om?

Geen reacties

Plaats een reactie