#096: Fraus legis op persoonlijke titel

In artikel #50 schreven wij reeds een kritische noot bij een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 26 november 2013 waarin het leerstuk van fraus legis werd gehanteerd en een vergrijpboete gehandhaafd bleef. Hoewel de Belastingdienst terughoudend is met het opleggen van een boete ingeval van fraus legis komt het nog steeds voor. De kritiek in de literatuur hierop blijkt niet mis. Graag attenderen wij je op twee artikelen die recent zijn verschenen in de vakliteratuur en die wellicht gebruikt kunnen worden in een procedure.

Fraus legis houdt in dat – ook al  bestaat volgens de letter van de wet geen recht op heffing – de inspecteur tot belastingheffing over kan gaan op het moment dat aan twee cumulatieve voorwaarden is voldaan. Ten eerste moet belastingverijdeling de doorslaggevende beweegreden zijn geweest voor het verrichten van (een) bepaalde handeling(en), ook wel het motiefvereiste genoemd. Ten tweede moet in strijd met doel en strekking van de wet zijn gehandeld, het normvereiste.

Dit kan fiscaal grote gevolgen hebben. Daarnaast is het de vraag of in het geval dat fraus legis wordt aangenomen een boete kan worden opgelegd.

Ten aanzien van de boete moet de vraag worden gesteld of het letterlijk voldoen aan de tekst van de wet een boete kan opleveren als deze bepaalde handeling strijd met doel en strekking van de wet oplevert? Wij zijn van mening dat een boete niet kan worden opgelegd in dit geval. Allereerst kan worden gesteld dat sprake is van een pleitbaar standpunt en er dus geen ruimte voor opzet en een boete is. Ook kan een verweer worden gevoerd dat het opleggen van een boete in geval van fraus legis in strijd is met het legaliteitsbeginsel omdat de letterlijke tekst van de wet onvoldoende duidelijk is. Daarnaast kan worden gedacht aan de strafuitsluitingsgrond rechtsdwaling.

Mr. G.J. van Leijenhorst schrijft in niet misverstane taal dat misbruik van recht geen fraude is.

“Fraude is strafbaar en misbruik van recht is dat niet.”[1]

Hoewel het artikel geen motivering ten grondslag legt aan deze uitspraak, laat deze uitspraak niet aan duidelijkheid te wensen over. Wellicht heeft op basis hiervan een boeteverweer in relatie tot fraus legis bij het Gerechtshof Den Haag meer kans van slagen dan bij andere Hoven.

Hij is overigens niet de enige die van mening is dat geen boete kan worden opgelegd indien een correctie in de belastingheffing plaatsvindt op grond van het leerstuk fraus legis. Dr. E. Poelmann schrijft het volgende:

“Betekent de constatering dat sprake is van fraus legis dan wel dat per definitie sprake is van een pleitbaar standpunt? Daar lijkt het wel op.”[2]

Hoewel dr. E. Poelmann dit artikel op persoonlijke titel schrijft, is het te verwachten dat een belastingambtenaar in de functie van regiocoördinator formeel recht en contactambtenaar AWR niet zomaar een dergelijk artikel schrijft. Hoewel de heer Poelmann zijn standpunt genuanceerd en afgewogen naar voren brengt, is zijn standpunt in beginsel duidelijk. Nog daargelaten of een verweer op basis van rechtsdwaling en/of het legaliteitsbeginsel iets uitwijst.

De uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 26 november 2013 ligt bij het Hof. Afhankelijk van de uitkomst zal de Hoge Raad naar aanleiding van dit arrest ook nog zijn licht laten schijnen over dit vraagstuk. Wij zijn benieuwd hoe jij hiertegen aankijkt. Heb jij in jouw praktijk vaker te maken met fraus legis in combinatie met een boete? Of heb jij een ander voorbeeld waarin het letterlijk aan de tekst van de wet voldoen – maar niet met doel en strekking – een strafbaar verwijt oplevert?

 

[1] G.J. van Leijenhorst, Vakstudie Nieuws, Uitvergroot: Column door Hans van Leijenhorst.

[2] Dr. E. Poelmann, ‘Enkele opmerkingen over fraus legis, pleitbaar standpunt en boete’, FUTD, Fiscaal Praktijkblad 2014-18, p. 13-16.

 

1 Comment

Plaats een reactie