#248: Is een eigenwijs Hof opportuun?

Het opportuniteitsbeginsel is een terugkerend onderwerp op vaklunch.nl. Heel recent schreven wij in Vaklunch #245 nog  over dit beginsel. In dit artikel bespraken wij een arrest van de Hoge Raad waarin kritisch werd getoetst of het Hof de juiste maatstaf had aangelegd bij de beoordeling van de vraag of het Openbaar Ministerie tot vervolging had mogen overgaan. Maar wat als het Openbaar Ministerie zelf vindt dat het niet ontvankelijk is in haar vervolging. Is het dan nog opportuun om tot een strafrechtelijke veroordeling te komen?

Lees verder

#245: Wat is opportuun?

Soms voelt het voor een verdachte niet opportuun dat hij wordt vervolgd; hij heeft het niet (expres) gedaan, hij kon niet anders of het is geen ernstig feit. Het komt er vaak op neer dat een vervolging voelt als ‘niet eerlijk’. Het is aan de advocaat van de verdachte om te bepalen of dat gevoel van oneerlijkheid ook vertaald kan worden naar een juridisch ontvankelijkheidsverweer. Ontvankelijkheidsverweren worden vaak gevoerd in het kader van ernstige vormverzuimen. Maar het komt ook voor dat de vervolging in strijd wordt geacht met de beginselen van een goede procesorde. In een heel enkel geval wordt het Openbaar Ministerie – ondanks het opportuniteitsbeginsel – in verband met een schending van de goede procesorde toch niet-ontvankelijk verklaard.
Lees verder

#197: Witwassen; een goed voornemen voor het nieuwe jaar?

Met het naderende einde van het jaar blikt de Hoge Raad terug op het verleden en kijkt het alvast vooruit naar de toekomst. In een mooi eindejaarsarrest van 13 december 2016 stelt de Hoge Raad dat de jurisprudentie omtrent witwassen en de geformuleerde kwalificatie-uitsluitingsgrond complex kan worden ervaren. Dit geeft aanleiding voor de Hoge Raad om een overzicht te geven. Deze jurisprudentie van de Hoge Raad is echter ook aanleiding geweest voor nieuwe witwaswetgeving. En op 1 januari 2017 treden de bepalingen aangaande “eenvoudig witwassen” (art. 420bis.1 Sr) en “eenvoudig schuldwitwassen” (art. 420quater.1 Sr) in werking. Reden voor de Hoge Raad om in dit arrest alvast een overzicht te geven van de geldende witwaswetgeving die in het nieuwe jaar van toepassing is. Of omvat dit arrest meer dan een overzicht en geeft het eveneens een stille hint aan het Openbaar Ministerie?Lees verder

#194: Knevelarij door het Openbaar Ministerie

De praktijk van een advocaat staat bol van wonderlijke situaties. Niet in de laatste plaats de praktijk van de strafrechtadvocaat. Wie denkt dat de natuurlijke vijand van de strafrechtadvocaat – het Openbaar Ministerie – altijd ‘volgens het boekje werkt’, heeft het mis. Onder omstandigheden krijgt het Openbaar Ministerie een reprimande van de rechter als het Openbaar Ministerie het te bont heeft gemaakt. Echter de tendens is dat de verdachte niet mag ‘profiteren’ van de fouten gemaakt door het Openbaar Ministerie. Die regel prikkelt het Openbaar Ministerie en het gehele opsporingsapparaat ons inziens te weinig om zelfkritisch te zijn. Het regent vormverzuimen zonder dat deze op enigerlei wijze worden bestraft. Als advocaat kijk je dus bijna nergens meer van op. Toch hebben wij ons weer verwonderd over de gang van zaken die aan de orde kwam in de uitspraak van Rechtbank Overijssel vorige week; geen vormverzuim maar pure knevelarij.Lees verder

#190: De mazen van het witwasvangnet worden groter

Daar gaan we weer: Witwassen. Misschien zijn de witwasbepalingen wel het grootste vangnet voor het Openbaar Ministerie. En het Openbaar Ministerie maakt daar grif gebruik van. In (bijna) iedere financiële fraude zaak duikt (ook) de verdenking van witwassen op. Maar ook als het Openbaar Ministerie geen directe verdenking van fraude kan construeren, is een verdenking van witwassen gemakkelijk gemaakt. Zolang de herkomst van bepaald vermogen niet duidelijk is en enige witwasindicatoren aanwezig zijn, kan een strafrechtelijk onderzoek worden opgetuigd. Het Openbaar Ministerie kan volstaan met de stelling dat sprake is van een redelijk vermoeden dat het vermogen – middellijk of onmiddellijk – afkomstig is van ‘enig misdrijf’. Voor een bewezenverklaring van witwassen is een nauwkeurig aangeduid misdrijf namelijk niet nodig. Maar dat houdt volgens Hof Arnhem-Leeuwarden niet in dat geen onderzoek behoeft te worden gedaan door het Openbaar Ministerie.Lees verder

#188: Bent u wel onpartijdig?

Afgelopen vrijdag, 14 oktober jl., vond de vierde landelijke Hertoghs pleitwedstrijd plaats in de (bijzondere) rechtbank in Breda. Studenten fiscaal recht en studenten strafrecht hebben met verve de zaak voor het Openbaar Ministerie en de verdachte bepleit aan de hand van een dossier dat nauwelijks van echt te onderscheiden was. De bijzondere zittingscombinatie bestaande uit een frauderechter, een officier van justitie en een advocaat hebben de studenten laten voelen hoe het is om écht in de rechtbank te staan. En de cliënt deed ook een duit in het zakje door de adviezen van zijn advocaten prompt te vergeten bij het binnentreden van de zittingszaal. Alle hens aan dek voor de procespartijen dus. En ook dit jaar zocht de rechtbank de grens van de schijn van partijdigheid op. Maar wat doe je als de rechter tegen de verdachte zegt: maar ik geloof u gewoon niet?Lees verder

#184: Schending van de ATV-richtlijnen?

Hoewel de ATV-richtlijnen niet meer bestaan en – na een aantal hervormingen – plaats hebben gemaakt voor het AAFD-protocol (hierover schreven wij al in #120), houden de ATV-richtlijnen de juridische gemoederen nog wel bezig. De ATV-richtlijnen zijn bedoeld om te bepalen of een fiscale zaak op basis van het fiscale nadeel in aanmerking komt voor het selectieoverleg tussen het Openbaar Ministerie en de Belastingdienst. Als dat het geval is, wordt op basis van de richtlijnen beoordeeld op welke wijze de zaak moet worden afgedaan; via de administratieve route of via de strafrechtelijke route. Onlangs kwamen de ATV-richtlijnen 2006 weer aan de orde in een arrest van de Hoge Raad omdat de zaak ten onrechte zou zijn aangemeld voor het overleg tussen de Belastingdienst en het Openbaar Ministerie.Lees verder

#182: Het OM dient de wet te kennen

Het Wetboek van Strafvordering kent strenge procedureregels ten aanzien van het verloop van een strafzaak. Procespartijen – waaronder burgers – moeten kunnen vertrouwen op een behandeling volgens de wet. Het past niet om daarvan af te wijken. Toch komt het in de praktijk weleens voor dat in strijd wordt gehandeld met de formeel wettelijke eisen, al dan niet bewust. Bijvoorbeeld als het gaat om het instellen of intrekken van rechtsmiddelen. Uit de jurisprudentie omtrent het instellen van een rechtsmiddel door de griffier van de strafgriffie op basis van een volmacht blijkt bijvoorbeeld dat de Hoge Raad streng erop toeziet of de volmacht aan alle eisen voldoet. Toch gaat het in de praktijk weleens mis als het aankomt op het instellen van rechtsmiddelen. Ook bij het Openbaar Ministerie, zo blijkt uit een recent arrest van Gerechtshof Amsterdam.Lees verder

#177: Grip op een SFO houden

Het Openbaar Ministerie zet stevig in op het afpakken van criminele gelden. In het begin van dit jaar trommelde het Openbaar Ministerie zich nog op de borst en deelde mede dat het in het jaar 2015 maar liefst een bedrag van 143,5 miljoen euro had afgepakt. Het ontnemen van gelden gaat veelal gepaard met een strafrechtelijk financieel onderzoek (hierna: SFO). Na een eenmaal afgegeven machtiging van de rechter-commissaris geniet de officier van justitie veel vrijheid om te doen en te laten wat hij wil. Welke middelen heb je als verdediging om grip te houden op het SFO?Lees verder

#169: Een doekje voor het bloedende verschoningsrecht

Het verschoningsrecht van de advocaat en de notaris is al enige jaren onderwerp van discussie. Als wapen gooit het Openbaar Ministerie een media offensief in de strijd waarin wordt bepleit dat het verschoningsrecht van de advocaat moet worden ingeperkt omdat er misbruik van zou worden gemaakt. Echter toen het Openbaar Ministerie werd gevraagd om toe te lichten waarop zij dit verwijt baseren, bleef het stil. Naast dit media offensief organiseert het Openbaar Ministerie ook steeds vaker een doorzoeking bij een verschoningsgerechtigde. De veelvuldige inzet van dergelijke doorzoekingen gaat gepaard met een even zo grote stroom aan jurisprudentie. Het laatste woord over de wijze waarop de doorzoeking en het beslag dient plaats te vinden alsmede of hetgeen al dan niet in beslag genomen mag worden en hoe het in beslag genomen materiaal mag worden doorzocht, is nog niet gezegd. De jurisprudentie lijkt zich in eerste instantie toe te spitsen op de vraag welke stukken in beslag genomen mogen worden bij een verschoningsgerechtigde.Lees verder