#248: Is een eigenwijs Hof opportuun?

Het opportuniteitsbeginsel is een terugkerend onderwerp op vaklunch.nl. Heel recent schreven wij in Vaklunch #245 nog  over dit beginsel. In dit artikel bespraken wij een arrest van de Hoge Raad waarin kritisch werd getoetst of het Hof de juiste maatstaf had aangelegd bij de beoordeling van de vraag of het Openbaar Ministerie tot vervolging had mogen overgaan. Maar wat als het Openbaar Ministerie zelf vindt dat het niet ontvankelijk is in haar vervolging. Is het dan nog opportuun om tot een strafrechtelijke veroordeling te komen?

Lees verder

#149: Een koelbloedige Hoge Raad

De gelijkwaardigheid in het strafprocesrecht lijkt soms ver te zoeken. In een strafrechtelijk onderzoek hoeft het Openbaar Ministerie zich nauwelijks aan termijnen te houden. In beginsel moet het Openbaar Ministerie zorgdragen voor behandeling van de zaak binnen een redelijke termijn, maar een schending hiervan heeft verder nauwelijks gevolgen. Een verdachte echter is veelal gehouden maar gewoon af te wachten wanneer zijn zaak behandeld wordt. De paar rechtsmiddelen die een verdachte heeft zijn echter wel aan korte wettelijke termijnen gebonden en die worden strikt gehandhaafd. Zo strikt zelfs, blijkens een recent arrest van de Hoge Raad, dat het haast wat koelbloedig aanvoelt.Lees verder

#136: Vertrouw jij op de overheid?

Fouten maken is menselijk. Maar wat als een foute mededeling wordt gedaan door de overheid? Mag een burger dan toch op de juistheid van die mededeling vertrouwen? Of moet de burger een soort natuurlijk wantrouwen koesteren tegen uitlatingen van de overheid? Over dit onderwerp is veel geprocedeerd. Uit dat gegeven alleen al blijkt dat het niet altijd even duidelijk is wanneer de overheid ‘per ongeluk’ iets fout heeft gedaan. Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft onlangs het Openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van een verdachte nadat, weliswaar – zo bleek achteraf – per ongeluk, een politiesepot was gestuurd naar de betrokkene. Ons inziens terecht. Het moet natuurlijk niet zo zijn dat de burger wel ter verantwoording wordt geroepen voor zijn fouten en de overheid niet. Toch slaagt een beroep op het vertrouwensbeginsel niet altijd. Wanneer mag je de overheid vertrouwen?Lees verder

#132: ‘Het een en ander is niet goed gegaan’

Over de Landlord zaak is het laatste nog niet gezegd of geschreven. Rechtbank Limburg heeft het Openbaar Ministerie op 11 oktober 2013 niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van de verdachten in deze vastgoedfraudezaak. De Rechtbank heeft grove en doelbewuste schendingen van het recht op een eerlijk proces van de verdachten geconstateerd. De Rechtbank overwoog destijds: ‘Simpel gezegd, hebben naar het oordeel van de rechtbank té veel en té ernstige onrechtmatigheden plaatsgevonden om te kunnen zeggen dat de verdachte een eerlijk proces heeft kunnen hebben. De manier waarop het openbaar ministerie zich in deze strafzaak heeft opgesteld, is niet de manier waarop een strafproces in Nederland dient te worden gevoerd. Tegen deze achtergrond moet het belang van de verdachte, maar ook van de samenleving, op een eerlijk proces prevaleren boven het belang op strafvervolging.’ Het Openbaar Ministerie is tegen dit vonnis in hoger beroep gegaan en meent dat de Rechtbank één en ander te zwart wit ziet. Het arrest van het Hof wordt binnenkort verwacht. Hier alvast een opfrisser van de zaak in het licht van het aanstaande arrest.Lees verder

#127: Het trage malen van gerechtelijke molens

In strafzaken staat de waarheidsvinding voorop. De discussie over de vraag of de waarheid überhaupt bestaat daargelaten, zijn er vele factoren van invloed op het achterhalen of benaderen van de waarheid. Zo zal relevante informatie door verloop van tijd niet altijd meer beschikbaar zijn. In veel gevallen zullen de verklaringen die verdachten en getuigen kunnen afleggen omtrent de vermeende strafbare gedraging, een van de belangrijkste bronnen zijn om de waarheid te achterhalen. Door verloop van tijd kunnen de herinneringen van verdachten en getuigen vervagen. Ook kunnen herinneringen veranderen. Hoewel overschrijding van de redelijke termijn om een strafzaak te behandelen in beginsel leidt tot strafvermindering (zie daartoe HR 17 juni 2008), is onlangs de nodige jurisprudentie verschenen waarin het Openbaar Ministerie een ‘tik op de vingers’ heeft gekregen voor het te lang wachten met het aanbrengen van de zaak, waardoor de waarheidsvinding in het gedrang is gekomen. Ons inziens een juiste ontwikkeling.Lees verder

#124: De eenmanszaak en vereenzelviging in het strafrecht

Op 6 juli 2015 heeft de politierechter een interessant vonnis gewezen. In deze zaak heeft de officier van justitie een dagvaarding uitgebracht aan een eenmansbedrijf als ook aan de achterliggende natuurlijke persoon vanwege een vermeende overtreding van de Gezondheids- en Welzijnwet. De politierechter heeft geoordeeld dat de officier van justitie niet-ontvankelijk is in zijn vervolging ten aanzien van het eenmansbedrijf omdat in wezen sprake is van dubbele vervolging doordat de natuurlijke persoon is te vereenzelvigen met de eenmanszaak. Dit vonnis werpt twee interessante vragen op. Kan een eenmansbedrijf überhaupt een strafbaar feit plegen? En moet een vereenzelviging tussen man en bedrijf ook in andere gevallen leiden tot de conclusie dat sprake is van dubbele vervolging?Lees verder

#120: Het strafrecht als optimum remedium

De richtlijnen voor de Aanmelding en Afhandeling Fiscale Delicten (‘AAFD-richtlijnen’) zijn in het leven geroepen om te beschrijven hoe een belastingambtenaar mogelijke delicten op de gebieden van belastingen, toeslagen en douane dient aan te melden bij justitie. Ook beschrijven de richtlijnen hoe zaken door de Belastingdienst en het Openbaar Ministerie worden ‘uitverkozen’ voor strafrechtelijke afdoening. Op 25 juni 2015 is het besluit gepubliceerd met het nieuwe protocol AAFD dat vandaag, 1 juli 2015, in werking treedt. Blijkens het protocol is de groeiende behoefte aan snelle, (strafrechtelijk) interventies – een vorm van proactief, strafrechtelijk optreden ter voorkoming van (verdere) maatschappelijke schade – één van de drijfveren hierachter. Het strafrecht zal niet langer worden gezien als het ‘geïsoleerd repressief sluitstuk van de handhavingsketen’. In plaats van een ultimum remedium wordt het strafrecht ingezet als optimum remedium. Een instrument dat in verbinding staat met de andere vormen van handhaving en toezicht. Maar hoe zat het ook alweer met de richtlijnen die tot 1 juli 2015 golden? En wat zijn de meest in het oog springende wijzigingen?Lees verder

#113: De tipgeversaffaire, the story continues

In artikel #95 schreven wij reeds over het feit dat twee getuigen in de tipgeverszaak cassatie hadden ingesteld tegen het oordeel van het Hof dat aan hen geen beroep op het verschoningsrecht toekwam en derhalve moesten verklaren. Het draait in deze zaak om twee belastingambtenaren die in de zogenaamde tipgeversaffaire de naam van de tipgever weigeren prijs te geven. Deze weigering om te voldoen aan het oordeel van het Hof is ‘opgelegd’ van hoger hand wat zelfs heeft geleid tot een aangifte van het Hof tegen het Ministerie van Financiën wegens beïnvloeding van getuigen. Los van deze sensatiemakende affaire levert dit cassatieberoep eveneens een interessante rechtsvraag op. Kan een getuige tegen een dergelijke (tussen)beslissing van het Gerechtshof een rechtsmiddel instellen?Lees verder

#110: Hoe structureel wil je vormverzuimen hebben?

Iedere Nederlander wordt geacht de wet te kennen en de wet na te leven. Maar hoe staat het met de degenen die controleren of wij dat ook doen? Onlangs bood kersverse minister van justitie Van der Steur het rapport getiteld ‘parate kennis bevoegdheden politie’ aan de Voorzitter van de Tweede Kamer aan. Het rapport gaat in op de politieambtenaren die het dagelijks contact met de bevolking hebben. De conclusie is dat er winst te boeken is op het niveau van de parate kennis ten aanzien van staande houden en aanhouden, onderzoek aan de kleding en aan het lichaam, binnentreden, doorzoeken, in beslag nemen en identiteitsonderzoek. Verwijt de pot de ketel dat hij zwart ziet?Lees verder

#109: De opkomst van beginselen

Het geluid ‘vroeger was alles beter’ hoort u weleens vanuit de advocatuur. In de tijd waar vormverzuimen floreerden, had men nog mooie verhalen aan de borreltafel. Nu is een omslag merkbaar en moeten advocaten andere kansen grijpen. Deze kansen liggen bijvoorbeeld in het materiële strafrecht. De Hoge Raad ziet nu streng toe op de bewijsmotivering van bijvoorbeeld opzet en medeplegen. Maar waar de Hoge Raad zaak na zaak casseert omdat de feitenrechters het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk hebben verklaard vanwege vormverzuimen op grond van artikel 359a Sv, lijken de feitenrechters oog te houden voor dit verschijnsel. Ons inziens terecht. Immers bestaat er tot op heden geen enkel ander mechanisme waardoor vormverzuimen in toom worden gehouden. Daarnaast komt de straffeloosheid van vormverzuimen de rechtstaat niet ten goede. Aangezien de motiveringseisen van artikel 359a Sv dusdanig hoog liggen, is een andere trend waarneembaar: beginselen.Lees verder