#052: Een tip(je) van de sluier?

Het afgelopen jaar is veel te doen geweest over de zogenaamde ‘tipgevers’ van de belastingdienst. In een aantal gevallen heeft de fiscus een overeenkomst gesloten met tipgevers, die in ruil voor een beloning de belastingdienst fiscaal relevante informatie verschaffen over Nederlandse belastingplichtigen. Een tip(je) van de sluier over de identiteit van de tipgever(s) wordt door de Belastingdienst echter niet opgelicht. Advocaat-generaal Wattel heeft zich in zijn conclusie in een (civiele) tipgeverszaak uitgelaten over de consequenties die het geheimhouden van de identiteit van de tipgever met zich zouden (moeten) brengen. Rechtspraak.nl vermeldt ten aanzien van deze zaak dat ‘[d]eze uitspraak is ingetrokken door de betreffende instantie’. Tot een ontknoping na deze cliffhanger zal het in deze zaak helaas dus niet komen.

Wel heeft de geheimhouderskamer van de Rechtbank Gelderland op 15 januari 2014  in een andere zaak het verzoek van de Belastingdienst tot geheimhouding van de identiteit van de tipgever toegewezen. Volgens de rechtbank weegt het belang van de privacy van de tipgever aanzienlijk zwaarder dat het belang van de belanghebbende bij het horen van de tipgever als getuige. Daarbij overweegt de rechtbank dat de Belastingdienst de mogelijkheid heeft opengelaten om de tipgever anoniem te horen. Ook bieden de geschoonde stukken die de Belastingdienst heeft overgelegd al voldoende inzicht in de vragen die nog bij de belanghebbende leven.

Maar hoe zit het nu eigenlijk met zo’n tipgever? Op basis waarvan wordt verzekerd dat de tipgever juiste en betrouwbare informatie klikt en dat hij niet ‘alleen’ wordt getriggerd door de beloning? Aan welke voorwaarden moet een tipgever voldoen? En wat is de rol van de Belastingdienst in de totstandkoming van een tipgeversovereenkomst? Op 7 januari 2014 heeft kamerlid Omtzigt vragen van een dergelijke strekking gesteld aan de staatsecretaris van Financiën. Op 12 februari 2014 heeft de staatssecretaris in een brief aan de Tweede Kamer de vragen beantwoord.

Een interessante kwestie die aan de orde is gekomen in de vragen van het Kamerlid Omzigt  is wanneer een tip of informatie over fiscale fraude in aanmerking voor een (opbrengstafhankelijke) beloning komt en wie die afweging maakt. De staatssecretaris licht toe dat als een tip binnenkomt, een afweging wordt gemaakt op basis van de in de brief van de staatssecretaris aan de Tweede Kamer van 2 februari 2010 vermelde criteria; 1. het moet gaan om een aanzienlijk fiscaal belang, 2. de belastingdienst moet zich ervan vergewissen dat het gaat om betrouwbare informatie; 3. in alle gevallen moet een inschatting worden gemaakt van mogelijke aan de tip verbonden risico’s voor de tipgever en de betrokken ambtenaren; 4. tipgeld wordt pas uitbetaald als en naar gelang de extra opbrengst in de schatkist is gevloeid; 5. concessies in de heffing-, invordering- en boetesfeer worden niet gedaan; 6. in geen enkel geval wordt strafrechtelijke immuniteit verleend en 7. met betrekking tot het uitloven van tipgelden wordt een zeer terughoudend beleid gevoerd.

Deze criteria laten echter bijzonder veel ruimte voor discussie. Want wat is een aanzienlijk fiscaal belang? En welke risico’s spelen wel of geen rol in de afweging of al dan niet gebruik wordt gemaakt van een tipgeldregeling? De staatssecretaris antwoordt  dat niet is overgegaan tot een nadere detaillering van de regeling, teneinde te voorkomen dat de precieze criteria als een stimulans zou kunnen worden gezien door de ‘fiscale premiejager’. Door zo terughoudend mogelijk om te gaan met de mogelijkheid van het aangaan van tipgeversovereenkomst wordt gewaarborgd en verzekerd dat geen sprake is van door de overheid geïnitieerde en gefaciliteerde onrechtmatige bewijsgaring, aldus de staatssecretaris.

Het tipgeversbeleid is dus nauwelijks uitgewerkt, om te voorkomen dat fiscale premiejagers daar hun voordeel mee doen. Een ander gevolg van dit beleid is echter dat de betrokken belastingplichtige niet kan controleren op basis waarvan de Belastingdienst een dergelijke overeenkomst aangaat. Het gebrek aan een controleerbaar beleid brengt ons inziens juist met zich dat de belastingplichtige in zijn zaak inzage moet krijgen in de gang van zaken omtrent de tipgeversovereenkomst, alsook de identiteit van de tipgever. Dit is de enige manier om de gang van zaken voor de belastingplichtige controleerbaar te maken. De compensatie die Rechtbank Gelderland bijvoorbeeld vindt in het aanbod de tipgever anoniem te horen en inzage in geschoonde stukken van de Belastingdienst is daartoe niet (per definitie) afdoende.

Wat vind jij? Zijn de rechten van een belastingplichtige voldoende gewaarborgd zonder inzage in de ‘tipgeversstukken’ en indien de identiteit van de tipgever hem onthouden blijft?

Geen reacties

Plaats een reactie