#190: De mazen van het witwasvangnet worden groter

Daar gaan we weer: Witwassen. Misschien zijn de witwasbepalingen wel het grootste vangnet voor het Openbaar Ministerie. En het Openbaar Ministerie maakt daar grif gebruik van. In (bijna) iedere financiële fraude zaak duikt (ook) de verdenking van witwassen op. Maar ook als het Openbaar Ministerie geen directe verdenking van fraude kan construeren, is een verdenking van witwassen gemakkelijk gemaakt. Zolang de herkomst van bepaald vermogen niet duidelijk is en enige witwasindicatoren aanwezig zijn, kan een strafrechtelijk onderzoek worden opgetuigd. Het Openbaar Ministerie kan volstaan met de stelling dat sprake is van een redelijk vermoeden dat het vermogen – middellijk of onmiddellijk – afkomstig is van ‘enig misdrijf’. Voor een bewezenverklaring van witwassen is een nauwkeurig aangeduid misdrijf namelijk niet nodig. Maar dat houdt volgens Hof Arnhem-Leeuwarden niet in dat geen onderzoek behoeft te worden gedaan door het Openbaar Ministerie.

Met name de inhoudsindicatie van dit arrest trok onze aandacht: ‘Vrijspraak van witwassen bij gebreke van nader onderzoek door OM en politie naar de herkomst van het vermeende criminele geld’. Het ziet er aldus naar uit dat het Openbaar Ministerie hard(er) aan het werk moet om tot een bewezenverklaring van witwassen te komen. De teneur in de witwasjurisprudentie is dat voorwerpen ‘uit enig misdrijf afkomstig’ worden beschouwd indien geen rechtstreeks verband kan worden gelegd met een bepaald misdrijf maar het op grond van vastgestelde feiten en omstandigheden ‘niet anders kan zijn’ dan dat de voorwerpen een illegale herkomst hebben. Het resultaat is dat het vaak prijsschieten is voor het Openbaar Ministerie: Als de herkomst van een voorwerp of vermogen niet duidelijk is of wordt gemaakt, dan volgt al snel een veroordeling.

Uit de rechtspraak volgt dat in geval van een verdenking van witwassen van de verdachte mag worden verlangd dat hij tekst en uitleg geeft over de herkomst van een voorwerp of vermogen indien de door het Openbaar Ministerie aangevoerde omstandigheden het vermoeden rechtvaardigen dat het voorwerp of vermogen uit misdrijf afkomstig is. De verdachte dient dan een verklaring te geven voor de herkomst van de gelden of voorwerpen. Deze verklaring dient volgens de Hoge Raad ‘concreet, verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk’ te zijn. Indien de verdachte een dergelijke verklaring geeft, wordt aannemelijk geacht dat het voorwerp of het vermogen niet uit misdrijf afkomstig is. In dat geval kan witwassen niet bewezen worden verklaard.

in de zaak die diende voor Hof Arnhem-Leeuwarden gaf de verdachte zo een verklaring. Het hof schrijft helaas niet op hoe de verklaring van de verdachte luidt. Wel schrijft het hof in het arrest dat die verklaring concreet is, ‘min of meer’ verifieerbaar en niet op voorhand volstrekt onwaarschijnlijk. Het Openbaar Ministerie heeft daar, zo lijkt het althans, geen sjoege op gegeven, maar het oordeel van het hof met vertrouwen tegemoet gezien. Het hof trapt hier echter op de rem en verwijt het Openbaar Ministerie geen enkel onderzoek te hebben gedaan naar hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht. Het Openbaar Ministerie had de verklaring van de verdachte aldus moeten onderzoeken.

De crux zit ten aanzien van de inhoudsindicatie van dit arrest in het woordje ‘nader’. Ons inziens geeft dit arrest het juiste signaal af. Het Openbaar Ministerie kan niet achterover leunen als de verdachte een verklaring heeft gegeven over de herkomst van het voorwerp of vermogen en die verklaring min of meer plausibel is of kan zijn. Doet het Openbaar Ministerie dat niet, dan kan niet worden bewezen dat de verdachte het voorwerp uit misdrijf heeft gekregen. Of tegen het arrest cassatieberoep is ingesteld, is (nog) niet bekend. Het is ook de vraag of een dergelijke feitelijke beslissing zich leent voor een toets van de Hoge Raad. Wij houden de vakpers in ieder geval in de gaten.

Wat is jouw ervaring in witwaszaken waarin de verdachte een verklaring heeft gegeven over de herkomst van het vermogen. Onderneemt het Openbaar Ministerie dan actie om nader onderzoek te doen?

Geen reacties

Plaats een reactie