#295: De kroongetuige in fraudezaken?

Uit de media kennen we ‘de kroongetuige’ met name als belangrijke figuur die een rol speelt in strafzaken rondom de zware criminaliteit. De meeste mensen zullen de term in verband brengen met strafzaken rondom liquidaties in de onderwereld. Recent is tijdens het algemeen overleg van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid gesproken over de vraag of een dergelijke regeling ook toegepast zou moeten worden bij een verdenking van witwassen. Maar hoe zit het eigenlijk? En is verdere ontwikkeling hiervan wenselijk?

De heer Van Dam van het CDA heeft tijdens het algemeen overleg van 4 oktober 2018 de Minister van Justitie verzocht na te denken over het toepassen van de kroongetuigenregeling bij witwassen: “Wij hebben in Nederland de kroongetuigenregeling, die wordt toegepast bij zware criminaliteit, liquidaties en meer van dat soort zaken. Maar mij bereiken geluiden dat ook in financiële instellingen mensen die zich zelf ook schuldig hebben gemaakt aan witwassen, best bereid zouden zijn om naar de overheid te stappen om hun verhaal te vertellen. Tot nu toe is dat nooit toegepast, maar ik denk dat daar een enorme mogelijkheid ligt.”

De vraagsteller lijkt te zijn geïnspireerd door de recente ING schikking. Als werknemers zelf meer geneigd zijn misstanden te melden – ook als zij daar zelf onderdeel van zijn – levert dat mogelijk meer situaties op waarin het Openbaar Ministerie kan ingrijpen. De minister van justitie heeft laten weten dat een werkgroep onderzoek doet naar de mogelijkheden.

De huidige regeling voor de kroongetuige is opgenomen in artikel 226g Wetboek van Strafvordering. De officier van justitie moet de rechter-commissaris informeren over de afspraak die hij met de getuige tegen een andere verdachte wil maken in ruil voor toezegging dat in de eigen strafzaak van die getuige strafvermindering met toepassing van artikel 44a Wetboek van Strafrecht zal worden gevorderd. Deze afspraak kan enkel worden gemaakt voor zaken als omschreven in artikel 67 Wetboek van Strafvordering. Daarnaast moet het gaan om misdrijven die i) zijn gepleegd in georganiseerd verband en gezien de aard of de samenhang met andere misdrijven een ernstige inbreuk op de rechtsorde opleveren of ii) naar misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld.

Het is de vraag of het uitbreiden van de kroongetuigeregeling naar financiële fraudezaken wenselijk is. De regeling is alleen bedoeld voor mensen die ook zelf strafbare feiten hebben gepleegd, althans daarvan worden verdacht. De vraag is echter wie er binnen een bedrijf verantwoordelijk is voor eventuele strafbare feiten. Dat is in financiële fraude zaken niet altijd zonneklaar. Daarnaast, verklaringen die door een verdachte worden afgelegd zijn per definitie ‘gekleurd’, immers degene die een verklaring aflegt is niet geheel vrij. Deze wordt beperkt door een eigen strafzaak tegen zichzelf. De afspraak is dat het Openbaar Ministerie strafvermindering vordert, de uitkomst wordt niet door het Openbaar Ministerie vastgesteld. De vraag is dus hoe betrouwbaar een dergelijke verklaring zal zijn. De betrouwbaarheid kan in de praktijk niet zonder meer worden aangenomen, deze moet altijd in het individuele geval beoordeeld worden.

Is het dan niet logischer om de regels omtrent ‘self-reporting’ te ontwikkelen? Op die manier kan hetzelfde doel worden bereikt: bedrijven hebben een incentive om eventuele strafbare feiten uit het verleden te melden. De wens voor duidelijke handvatten bij self-reporting wordt in de praktijk steeds vaker geuit. Met name bedrijven die intern onderzoek hebben laten verrichten naar mogelijke misstanden hebben daar behoefte aan. In Nederland weten bedrijven op dit moment niet waar ze aan toe zijn als ze naar het Openbaar Ministerie zouden stappen om een strafbaar feit te melden. Het zou ook een mogelijk onnodige lange strafrechtelijke procedures kunnen voorkomen, waardoor alle partijen eerder duidelijkheid kunnen verkrijgen. Dat zal ook de nodige capaciteit kunnen besparen. Wat ons betreft doet de werkgroep er goed aan om ook dit onderwerp bij het vraagstuk te betrekken.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen met ons? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl.

Geen reacties

Plaats een reactie