#290: De informatiebeschikking misbruikt voor het strafrecht?

Het fiscale recht kent een ruime informatieverplichting. Op grond van artikel 47 AWR dient een belastingplichtige alle gegevens en inlichtingen te verstrekken die van belang kunnen zijn voor de belastingheffing te zijnen aanzien. Deze informatieverplichting in het fiscale recht kan nog wel eens botsen met het recht om te zwijgen in het strafrecht. Hierover schreven wij bijvoorbeeld ook in Vaklunch #112  en Vaklunch #209. Voorkomen dient te worden dat de fiscale informatieverplichting wordt gebruikt voor strafrechtelijke doeleinden. Dat geldt overigens ook vice versa. Zo schreven wij in Vaklunch #274 al over de omgekeerde situatie waarin het strafrecht werd misbruikt voor een fiscale zaak. In de uitspraak van 1 oktober 2018 van de rechtbank Gelderland lijkt het echter alsof het fiscale recht gebruikt wordt voor strafrechtelijke doeleinden. Gelukkig steekt de rechtbank daar een stokje voor.

In deze zaak gaat het om een belastingplichtige die een buitenlandse bankrekening aanhoudt. Het vermogen op deze bankrekening was niet opgegeven bij de Belastingdienst. In het jaar 2014 heeft de belastingplichtige een inkeermelding gedaan en het vermogen op de bankrekening bekend gemaakt bij de fiscus. Tegen deze persoon is daarna een strafrechtelijk onderzoek gestart vanwege witwassen. In het verhoor van de politie is onder andere gevraagd naar de herkomst van het geld op de buitenlandse bankrekening.

Door de inspecteur is vervolgens ook aan deze belastingplichtige gevraagd naar de herkomst van de gelden op de bankrekening. De belastingplichtige heeft deze vragen niet beantwoord waarna een informatiebeschikking is uitgevaardigd. Tegen deze informatiebeschikking heeft de belastingplichtige bezwaar gemaakt. Een van de argumenten die de belastingplichtige aanvoert is dat de Belastingdienst geen heffingsbelang heeft bij deze vragen. De Belastingdienst stelt namelijk dat de gelden op de bankrekening mogelijk afkomstig zijn uit inkomsten van een coffeeshop van de partner van de belastingplichtige. Pas op de zitting stelt de Belastingdienst dat de gelden wellicht ook afkomstig zouden kunnen zijn uit werkzaamheden van de belastingplichtige zelf. De rechtbank stelt in de uitspraak van 1 oktober 2018 dat dit geen concreet heffingsbelang oplevert. Daarbij overweegt de rechtbank bovendien nog dat het uitvaardigen van een informatiebeschikking in strijd is met het interne beleid  van de Belastingdienst.

Een informatiebeschikking is bedoelt om de bewijslast om te keren en te verzwaren op het moment dat de gevraagde informatie niet wordt verstrekt terwijl daartoe een verplichting bestaat. De Belastingdienst kan echter ook de bewijslast omkeren en verzwaren als niet de vereiste aangifte is gedaan door de belastingplichtige. Nu de belastingplichtige over de betreffende jaren is ingekeerd staat vast dat de vereiste aangiften niet zijn gedaan en dus de bewijslast omkeert en verzwaart. De interne richtlijnen van de Belastingdienst schrijven in dat geval voor dat geen informatiebeschikking uitgevaardigd wordt.

Het lijkt dus alsof de Belastingdienst de informatiebeschikking gebruikt om informatie te verkrijgen over de herkomst van het geld terwijl dit voor de belastingheffing niet strikt noodzakelijk is. Laat de Belastingdienst zich hier gebruiken als verlengstuk van de politie en wordt de informatiebeschikking gebruikt om achter informatie te komen die relevant kan zijn voor een zaak tegen de partner van belanghebbende? Uiteraard staat tegen bewijsgaring op basis van misbruikte bevoegdheden de mogelijkheid van een niet-ontvankelijkheidsverweer open. Maar de Nederlandse rechters gaan daar helaas niet ruimhartig meer om, waardoor geen garantie bestaat dat dit verweer succesvol zal zijn.

We moeten er dus in alle stadia van procedures voor blijven waken dat de Belastingdienst en opsporingsambtenaren elkaar gebruiken als verlengstuk om achter informatie te komen of verklaringen af te dwingen. Daarvoor zijn de bevoegdheden simpelweg niet bedoeld.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen met ons? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl.

 

Geen reacties

Plaats een reactie