#185: Conservatoir beslag moet proportioneel zijn

Het Openbaar Ministerie heeft gedurende het vooronderzoek vergaande mogelijkheden om conservatoir beslag te leggen. Conservatoir beslag (artikel 94a Sv) wordt gelegd ter zekerheid van verhaal voor een op te leggen geldboete, schadevergoedingsmaatregel en/of ontnemingsmaatregel wegens wederrechtelijk verkregen voordeel. Het Openbaar Ministerie maakt gulzig gebruik van deze mogelijkheid wetende dat de rechtsmiddelen van de verdachte beperkt zijn en de rechter slechts marginaal het beslag kan toetsen. ‘Afpakofficier’ Dirk ten Boer vertelde laatst nog trots in een interview in Opportuun dat momenteel nog meer dan € 1,4 miljard onder beslag ligt. Onlangs heeft het Europese Hof een uitspraak gedaan over de proportionaliteit van het beslag in relatie tot het eigendomsrecht als bedoeld in artikel 1 eerste Protocol. Geeft deze uitspraak de verdediging handvatten om het grijpgrage Openbaar Ministerie te temmen?

Op 13 september 2016 heeft de Hoge Raad nogmaals het toetsingskader voor de rechter uiteengezet aangaande het conservatoir beslag. Bij de beoordeling van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv gericht tegen een conservatoir beslag ex artikel 94a Sv dient de rechter te onderzoeken of:

1) de inbeslagneming rechtmatig is (artikel 103 Sv),

2) het beslag voldoet aan de in artikel 94a Sv gestelde vereisten en

3) zich niet het geval voordoet dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, aan de verdachte een verplichting tot betaling van een geldboete dan wel de verplichting tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal opleggen.

De Hoge Raad stelt verder dat het onderzoek een summier karakter draagt en niet een onderzoek naar de proportionaliteit en subsidiariteit vergt. De Hoge Raad heeft niettemin op 15 januari 2008 geoordeeld dat de omstandigheden van het geval kunnen meebrengen dat de rechter in de motivering van zijn beslissing ervan blijk dient te geven een onderzoek naar de proportionaliteit te hebben verricht. Hetzelfde kan gezegd worden over de subsidiariteit.

In deze zaak is door de verdediging bepleit dat het beslag de waarde van de eventuele ontnemingsvordering ruimschoots overstijgt en dat het beslag op de privé gezinsauto derhalve disproportioneel is. De rechtbank verklaart om die reden het klaagschrift gegrond. De Hoge Raad casseert niettemin en stelt dat het oordeel van de rechtbank onvoldoende is gemotiveerd. Wellicht heeft dit te maken met het feit dat uit de uitspraak niet blijkt hoe hoog de eventuele ontnemingsvordering in deze zaak is. Wat hier ook van zij, wij vragen ons af of deze jurisprudentie van de Hoge Raad niet in strijd is met de Europese Jurisprudentie.

Op 17 mei 2016 heeft het EHRM een arrest gewezen in de zaak Džinić v. Croatia.  In deze zaak gaat het om de klacht van zakenman Džinić ten aanzien van het beslag op zijn onroerend goed dat is gelegd ten behoeve van verhaal aangaande een lopende strafzaak. Džinić maakt bezwaar tegen het beslag omdat het de waarde van het vermeende wederrechtelijk verkregen voordeel ruimschoots overstijgt. De Hoge Raad van Kroatië oordeelt echter dat de argumenten van de heer Džinić speculatief zijn. Džinić dient vervolgens een klacht in bij het Europese Hof en stelt dat zijn recht op eigendom als bedoeld in artikel 1 eerste Protocol is geschonden in relatie tot artikel 13 van het EVRM, waarin het recht op een effectieve rechtsgang is neergelegd. Hij stelt dat deze rechten zijn geschonden omdat er geen onderzoek is gedaan naar de waarde van het beslag in relatie tot de mogelijke ontnemingsvordering.

Het EHRM overweegt dat een inbreuk op een eigendomsrecht proportioneel moet zijn ook al is de inbreuk in overeenstemming met het recht. Het EHRM overweegt verder dat onder de gegeven omstandigheden:

“the impugned seizure of the applicant’s real property in the context of the criminal proceedings at issue, although in principle legitimate and justified, was imposed and kept in force without an assessment of whether the value of the seized property corresponded to the possible confiscation claim. The Court therefore finds that the application of such a measure was not adequate to demonstrate that a requirement of “fair balance” inherent in the second paragraph of Article 1 of Protocol No. 1 was satisfied.”

 Kortom, op basis van deze jurisprudentie mag een actieve rol van de rechter worden verwacht om de proportionaliteit van het beslag te toetsen. Wij menen dat de jurisprudentie van de Hoge Raad in strijd is met het Europese recht. Op het moment dat de verdediging onderbouwd dat het beslag de waarde van de eventuele ontnemingsvordering overstijgt dan dient de rechtbank daar onderzoek naar te doen.

Zie jij in deze Europese uitspraak van het EHRM mogelijkheden om de proportionaliteit van het beslag aan te vechten?

Tags:
Geen reacties

Plaats een reactie