#247: De uiterlijke schijn van (on)partijdigheid

Op basis van artikel 512 Wetboek van Strafvordering kunnen het Openbaar Ministerie en de verdachte de rechter wraken indien zich feiten of omstandigheden voordoen ‘waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden’. Onder meer in vaklunch #128 schreven wij al over gevallen waarin een wrakingsverzoek kan worden gedaan en de wijze waarop een wrakingsverzoek wordt beoordeeld. Ook concludeerden we dat een wraking niet mag worden gebruikt als een ‘verkapt rechtsmiddel’. Grond voor wraking bestaat alleen als uit een beslissing een zwaarwegende aanwijzing van vooringenomenheid volgt. Dat is echter niet eenvoudig. Uit een recente beslissing van Rechtbank Zeeland-West-Brabant blijkt dat de moeite loont om de houding van de rechter te monitoren. Niet alleen op basis van zijn uitlatingen maar ook op basis van zijn beweegredenen om op een bepaalde wijze te acteren kan de schijn van onpartijdigheid blijken.

Lees verder