#261: Opgelicht én verduisterd?!

Commune delicten winnen aan terrein in fiscale en financiële fraudezaken. Niet alleen valsheid in geschrift en witwassen behoren tot het standaard arsenaal van het Openbaar Ministerie, inmiddels zien we ook het verwijt van oplichting of verduistering steeds vaker voorbij komen. Oplichting veronderstelt dat een voorwerp of geld onrechtmatig is verkregen door oplichtingshandelingen, terwijl bij verduistering het voorwerp of geld juist rechtmatig is verkregen maar iemand het zich wederrechtelijk toe-eigent. Kunnen deze twee delicten – die elkaar uitsluiten – gelijktijdig ten laste worden gelegd?Lees verder

#254: Zoete broodjes bakken

Of sprake is van oplichting is niet in iedere zaak meteen duidelijk. De jurisprudentie over dit onderwerp is ook erg casuïstisch. En dat is niet verwonderlijk. De vraag of sprake is van oplichting is typisch zo’n vraag die ‘afhankelijk is van de omstandigheden van het geval’. Ook de rol van het slachtoffer speelt een rol. De vraag is of de ‘zoete broodjes’ die de oplichter met zijn leugens bakt dusdanig geloofwaardig waren dat het slachtoffer niet aan te rekenen is dat hij een goed heeft afgegeven. Het arrest van de Hoge Raad van 9 januari 2018 – waarin de verdachte onder meer wordt verweten de bakker te hebben bewogen tot afgifte van gebakjes en bonbons – is toepasselijk.

Lees verder

#241: Opgelicht?!

Van strafbare oplichting is niet zomaar sprake. In vaklunch #216 bespraken wij het overzichtsarrest  van de Hoge Raad. Het arrest leidde tot kritische(re) oordelen van rechtbanken en hoven. Een enkele leugen of een enkele misleidende handeling om iemand te bewegen tot afgifte van een goed is niet voldoende om van oplichting te spreken. Er moet immers sprake zijn van een samenweefsel van verdichtsels. Ook blijkt uit het arrest dat de rol van de benadeelde meespeelt in het oordeel of sprake is van oplichting. Want wanneer wordt het slachtoffer ‘bewogen tot afgifte van een goed’ en wanneer had het slachtoffer ‘beter moeten weten’?

Lees verder

#216: Knollen voor citroenen verkopen

Dat commune delicten terrein veroveren in (onder meer fiscale) fraudezaken is geen onbekend fenomeen. Een voorbeeld daarvan is dat valsheid in geschrifte en/of witwassen vaak ten laste wordt gelegd. De laatste tijd duikt ook het verwijt dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan oplichting in de zin van artikel 326 Wetboek van Strafrecht steeds vaker op. Maar dat blijkt nog niet zo simpel als het lijkt. Want wanneer is er nou sprake van oplichting? Dat heeft het Openbaar Ministerie ook niet altijd helder voor ogen. De Hoge Raad heeft daartoe eind vorig jaar een lezenswaardig en helder overzichtsarrest gewezen. Rechtbanken en hoven oordelen daardoor kritisch(er) in oplichtingszaken.Lees verder