#257: Strafbare valkuilen

Fraude onderzoeken kenmerken zich door enorme omvangen. Dat uiteindelijk veel ordners van het procesdossier overbodig blijken als het écht tot een zitting komt zal menig rechter, officier van justitie en advocaat beamen. Het enorme aanbod aan opsporingsmiddelen leidt tot een evenzo groot aanbod aan in beslag genomen materiaal. En het komt vaak voor dat zich in dat materiaal informatie bevindt waarvan de verdachte zich afvraagt hoe men daar aan is gekomen. Veelal wordt tijdens het onderzoek gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een vordering tot uitlevering van opgeslagen of vastgelegde gegevens ex artikel 126nd Wetboek van Strafvordering (Sv) uit te vaardigen. Deze vordering mag niet aan een verdachte worden gericht. Dit kan bijvoorbeeld de adviseur, de bank of de vermogensbeheerder zijn. De vordering verplicht diegene tot het verlenen van medewerking én tot geheimhouding, ook – of wellicht juist – tegenover de verdachte. In een recente zaak liep een verdenking van schending van deze geheimhoudingsplicht met een sisser af.Lees verder

#246: Tijdsverloop en getuigenverklaringen

In Vaklunch #091 schreven wij over het feilbare geheugen van de mens. Tijd is een van de meest belangrijke factoren die van invloed is op de betrouwbaarheid van het geheugen. Een studie die wij toen aanhaalden waaruit volgt dat tijdsverloop van grote invloed is op de betrouwbaarheid van een verklaring is het onderzoek van R. Hoselberg e.a. getiteld ‘Individual differences in the accuracy of autobiographical memory’. Immers blijkt uit deze studie dat mensen vaak hun eigen ervaringen van bijvoorbeeld zes maanden geleden niet (eens) meer herinneren als zij deze teruglezen, maar ook vice versa. Een recent arrest van het Hof Amsterdam laat zien dat tijdsverloop van grote invloed kan zijn op de uitkomst van een zaak.Lees verder