#311: De afroomboete

Vorige week schreven wij in Vaklunch #310 al over de financiële herstelmogelijkheden voor strafbare feiten. De mogelijkheden die worden gebruikt om geld te ontnemen zijn veelzijdig: zo bestaat de ontnemingsvordering, de verbeurdverklaring en de schadevergoeding.  Maar hoe zit het met de “afroomboete”? Mag de rechter een boete opleggen met als doel het wederrechtelijk verkregen voordeel af te romen? Voor het opleggen van een boete gelden immers andere regels dan voor het vaststellen van een ontnemingsmaatregel. In een conclusie van advocaat-generaal Bleichrodt wordt advies gegeven aan de Hoge Raad over  de vraag of een dergelijke afroomboete mag worden opgelegd.

Lees verder

#310: Mag ik even vangen?

Het strafrecht gaat niet enkel over de vraag of iemand in strijd met de wet heeft gehandeld en of dat verwijtbaar is. Steeds vaker gaat het strafrecht ook over de vraag hoe een strafbaar feit financieel hersteld kan worden. In een steeds internationaler strafrechtelijk landschap blijft het dan niet bij de vertrouwde Europese euro’s, maar gaat het ook om andere valuta. De mogelijkheden om wederrechtelijk verkregen vermogen af te pakken zijn veelzijdig. Zo kan bijvoorbeeld worden afgepakt via de ontnemingsprocedure. Maar constateerden we in Vaklunch #167 bijvoorbeeld dat wederrechtelijk verkregen vermogen soms ook via de route van verbeurdverklaring wordt afgepakt. Een andere optie is de schadevergoedingsmaatregel, waardoor een benadeelde partij een vordering krijgt op de veroordeelde. Maar hoe moet het bedrag in die schadevergoedingsmaatregel worden omschreven als andere valuta in het spel zijn?

Lees verder

#309: Op volle toeren

De witwasjurisprudentie blijft op volle toeren draaien. Ook deze week zijn er weer twee conclusies gepubliceerd waarin advocaat-generaal Bleichrodt concludeert in twee afzonderlijke witwaszaken. Kennelijk blijft dit juridische leerstuk een uitdagende aangelegenheid. Gelet hierop kan het geen kwaad om aandacht te blijven besteden aan dit soort zaken. Vandaag twee witwaslessen door middel deze conclusies van mr. F.W. Bleichrodt.Lees verder

#308: Vrijgesproken door het CBB

De jacht van het Openbaar Ministerie op facilitators is al jarenlang gaande. Daar waar inmiddels financiële instellingen onder het vergrootglas liggen, hebben accountants het ook flink te verduren (gehad). In de praktijk resulteerde dat in strafrechtelijke vervolging gevolgd door de officier van justitie ingediende tuchtklacht bij de accountantskamer. Soms wordt dit middel echter maar al te makkelijk ingezet. Het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) geeft het Openbaar Ministerie in de uitspraak van 29 januari 2019 een flinke tik op de vingers, omdat het onderzoek van het Openbaar Ministerie – dat ook ten grondslag ligt aan de tuchtklacht – vooringenomen en onzorgvuldig zou zijn.

Lees verder

#307: Inkeer, of niet?

In artikel 67n van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR) is geregeld dat van een vrijwillige verbetering (inkeer) sprake is indien een belastingplichtige alsnog een juiste en volledige belastingaangifte doet, dan wel juiste en volledige inlichtingen, gegevens of aanwijzingen verstrekt. Dat moet de belastingplichtige dan wel doen vóórdat hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de inspecteur met de juistheid of onvolledigheid bekend is of bekend zal worden. In dat geval kan een boete voor het doen van een onjuiste aangifte voorkomen worden of worden verminderd. In een recente zaak bij de rechtbank Gelderland is de vraag aan de orde of sprake is van een inkeer. De gemachtigde in deze zaak heeft drie brieven aan de Belastingdienst gestuurd om de inkeer te bewerkstelligen. De ontvangst van die brieven wordt echter betwist. Wat nu?

Lees verder

#306: Eén pv is geen pv

De bewijsmiddelen waarop een veroordeling kan rusten zijn opgenomen in het wetboek van strafvordering. Een bijzondere plek in het bewijsstelsel wordt ingenomen door het ‘ambtsedige proces-verbaal’ van de opsporingsambtenaar. Een ambtsedige verklaring heeft op basis van artikel 344, lid 2, Sv bijzondere bewijswaarde. De bewijsregel “één getuige is geen getuige” geldt niet voor opsporingsambtenaren. Op basis van artikel 344, lid 2, Sv kan een strafbaar feit bewezen worden verklaard op grond van een door een opsporingsambtenaar opgemaakt proces-verbaal. Op deze bijzondere bewijswaarde is veel kritiek geuit. Een opsporingsambtenaar kan immers ook fouten maken. En soms is die opsporingsambtenaar te goeder trouw, maar soms ook niet.

Lees verder

#304: Alle reden tot twijfel

In het strafrecht is een proces-verbaal de belangrijkste bron van informatie. Het gaat dan om processen-verbaal van bevindingen van opsporingsambtenaren, maar ook om processen-verbaal van verklaringen die zijn afgenomen bij getuigen of verdachten. Van die afgelegde verklaringen bestaat onder de huidige wetgeving in de regel geen audio opname. Dat betekent dat het proces-verbaal zo accuraat mogelijk moet worden opgemaakt, achteraf kan niet worden gecontroleerd wat de getuige of de verdachte echt heeft gezegd. Het is een zakelijke weergave van de verklaring en daarmee al een papieren werkelijkheid. Door het proces-verbaal na afloop van het verhoor te lezen kan uiteraard worden gecontroleerd of de inhoud ervan strookt met hetgeen is gezegd. Als dat niet het geval is dan kunnen tijdens het controleren van de het proces-verbaal opmerkingen worden gemaakt. Sommige opsporingsinstanties zijn bereid om die opmerkingen serieus te nemen en te verwerken. Anderen niet. In het laatste geval is het advies van een advocaat aan de verdachte of getuige veelal om het proces-verbaal van verhoor niet voor akkoord te tekenen en daarbij op het proces-verbaal te schrijven waarom je niet wenst te ondertekenen. Maar voorkomt dat dat het document als bewijs kan worden gebruikt?

Lees verder

#303: Ongelijkheid tussen straf- en bestuursrecht

Als je voor de strafrechter wordt gedaagd voor een fiscaal delict dan heb je ten opzichte van de administratieve route via het bestuursrecht in ieder geval het voordeel dat je geen griffierechten hoeft te betalen. Deze ongelijkheid tussen beide rechtsgebieden is aan de orde gesteld bij de Belastingkamer van de Hoge Raad. De belanghebbende in deze zaak vroeg zich met name af of deze ongelijkheid gerechtvaardigd was in het geval dat in het bestuursrecht enkel een boete – en dus geen belastingheffing – ter discussie stond. De Hoge Raad heeft hier nu over geoordeeld.

Lees verder

#302: De blinde vlek van opsporingsinstanties

Het nieuwe jaar is nog maar 9 dagen oud en staat nu alweer garant voor vele ontwikkelingen. De Brexit-krachten zijn volop in beweging, Nederlands bekendste megaproces staat deze week in de schijnwerpers door een door Peter R. de Vries ingebrachte tape. Maar ook op fiscaal gebied staan de nodige ontwikkelingen dit jaar voor de deur. Zo doet ook de FIOD een duit in het zakje met het jaarbericht van 4 januari getiteld: ‘de stille revolutie in de financiële opsporing’. Is alles voor de FIOD goud dat er blinkt?

Lees verder