#316: Practise what you preach

De laatste jaren is de wijze waarop verdediging wordt gevoerd in strafzaken behoorlijk veranderd. Het aloude adagium ‘beroep je op je zwijgrecht’ is allang niet meer het gebruikelijke advies. Dat concludeerden wij ook in Vaklunch #84. Doordat meer waarde wordt gehecht aan het verhaal van de verdachte, wordt de verdediging vaak anders ingericht. De aanpak van de verdediging is in die zin gemoderniseerd. En hoewel de modernisering van het wetboek van Strafvordering bij de wetgever al jaren op de agenda staat, lijkt het Openbaar Ministerie achter te blijven in die modernisering. Het Openbaar Ministerie verlangt van verdachten transparant te zijn, maar heeft die werkwijze zichzelf niet eigen gemaakt. Althans, nog niet.

Recente ontwikkelingen waarbij het Openbaar Ministerie herhaaldelijk het deksel op de neus kreeg lijken een verandering te forceren. Na de regen aan vrijspraken in grote fraudezaken waarover wij vorige week al schreven in Vaklunch #315, zag het Openbaar Ministerie zich vorige week ook geconfronteerd met een stevige uitspraak van de civiele rechter. In deze zaak laat een verdachte in een strafrechtelijk onderzoek blijkens berichtgeving in de Telegraaf beslag leggen op documenten onder de FIOD en het Openbaar Ministerie onder de last van een dwangsom.

Overigens is dat niet het eerste smetje in deze zaak voor het Openbaar Ministerie. Het civiele Hof heeft in een civiele procedure recent ook toestemming gegeven om officieren van justitie, FIOD ambtenaren en belastinginspecteurs te horen in een voorlopig getuigenverhoor. In deze zaak is vast komen te staan dat het strafrechtelijk onderzoek is gestart op basis van een valse brief. De verdachte heeft het vermoeden gehad dat  haar doelbewust schade is toegebracht met het strafrechtelijk onderzoek. Het doel van de voorlopige getuigenverhoren is om bewijs te verkrijgen over de betrokkenheid van de verschillende partijen en precieze handelwijze van de betrokkenen, in het kader van een potentiële civiele claim. Omdat niet aannemelijk is geworden dat het voorlopig getuigenverhoor uitsluitend is verzocht om bewijs in de strafrechtelijke procedure te verkrijgen, zoals de Staat in deze procedure had gesteld, heeft het Hof het verhoor toegewezen.

Hoewel deze zaak ongetwijfeld vele bijzonderheden kent, laten deze beslissingen van de civiele rechter wel zien dat het Openbaar Ministerie tekst en uitleg moet geven de schimmigheden die zijn ontdekt. Of in de woorden van de Telegraaf het Openbaar Ministerie ‘moet zelf met de billen bloot’. Deze ontwikkelingen laten zien dat ook het Openbaar Ministerie transparant dient te handelen. Het belang van de opsporing kan niet alles toedekken, ook niet bij het Openbaar Ministerie.

Wij juichen deze ontwikkelingen van harte toe. De verdediging in strafzaken heeft de laatste jaren moeten onderkennen dat de ouderwetse verdediging niet altijd de beste verdediging is. Transparantie wordt van verdachten verlangd. Het is tijd voor het Openbaar Ministerie to practise what they preach en transparant te zijn over de (motieven voor) de start van een onderzoek als reden bestaat om aan de zuiverheid daarvan te twijfelen.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen met ons? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl.

 

Geen reacties

Plaats een reactie