#311: De afroomboete

Vorige week schreven wij in Vaklunch #310 al over de financiële herstelmogelijkheden voor strafbare feiten. De mogelijkheden die worden gebruikt om geld te ontnemen zijn veelzijdig: zo bestaat de ontnemingsvordering, de verbeurdverklaring en de schadevergoeding.  Maar hoe zit het met de “afroomboete”? Mag de rechter een boete opleggen met als doel het wederrechtelijk verkregen voordeel af te romen? Voor het opleggen van een boete gelden immers andere regels dan voor het vaststellen van een ontnemingsmaatregel. In een conclusie van advocaat-generaal Bleichrodt wordt advies gegeven aan de Hoge Raad over  de vraag of een dergelijke afroomboete mag worden opgelegd.

De verdachte in deze zaak is door het Hof veroordeeld voor witwassen van een bedrag van € 16.520,-. Het Hof legt in deze zaak een gevangenisstraf, een taakstraf en een geldboete op. De geldboete wordt vastgesteld op € 16.500. Bij de keuze om een geldboete op te leggen is door het Hof in aanmerking genomen dat niet is aangekondigd dat tegen de verdachte een ontnemingsvordering aanhangig is of wordt gemaakt en dat de financiële draagkracht van verdachte niet aan het opleggen van de geldboete in de weg staat. Verder stelt het Hof vast dat uit het dossier blijkt dat de verdachte de beschikking heeft gehad over deze bedragen en dat niet is gebleken dat dit geld aan een ander is toegekomen. Mede omdat de verdachte hierover geen verklaring heeft gegeven.

Hoewel het Hof vrij is in het toemeten van de straf stelt het middel dat de straf, voor zover deze ziet op de geldboete, ontoereikend is gemotiveerd. De reden hiervoor is dat de straf in wezen een afroomboete is blijkens de strafmotivering. Voor het ontnemen van wederrechtelijk verkregen voordeel dient echter vast te staan dat de veroordeelde het voordeel ook daadwerkelijk heeft genoten. Nu het Hof juist vaststelt dat het niet is vast te stellen of de veroordeelde het witgewassen geld nog ter beschikking heeft is de strafmotivering ontoereikend gemotiveerd.

Bleichrodt verwijst naar een arrest van de Hoge Raad waarin het oordeel van het Hof in stand is gelaten die had overwogen dat een boete ‘mede dient ter afroming van het wederrechtelijk verkregen voordeel’. Bleichrodt concludeert echter dat een boete niet mag worden opgelegd met het primaire doel om voordeel te ontnemen. Bleichrodt meent dat daarmee geen recht wordt gedaan aan het specifieke karakter van de ontnemingsmaatregel.

Zo heeft de ontnemingsmaatregel bijvoorbeeld een reparatoir karakter. Vastgesteld dient te worden welk voordeel de betrokkene daadwerkelijk heeft behaald. Bovendien kan de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel slechts worden ontleend aan de inhoud van wettige bewijsmiddelen. In een ontnemingsprocedure wordt ook specifiek gedebatteerd over de hoogte van het bedrag aan de hand van een financieel rapport. De advocaat-generaal merkt daarbij in het bijzonder nog op dat het in deze zaak gaat om een afroomboete voor witwassen. Ten aanzien van witwassen heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de enkele omstandigheid dat ten laste van de verdachte is bewezen verklaard dat hij geldbedragen voorhanden heeft gehad, nog niet meebrengt dat die geldbedragen daadwerkelijk voordeel opleveren. Het is bijvoorbeeld denkbaar dat de verdachte de geldbedragen voorhanden had voor een ander en daarvan zelf een bepaald percentage als beloning ontving. Voorkomen moet worden dat deze lijn in de rechtspraak kan worden omzeild door het bedrag dat de verdachte als voorwerp van witwassen voorhanden had bij wijze van ‘afroomboete’ te ontnemen.

Wij menen dat deze conclusie meer dan terecht is. De ontnemingsmaatregel is specifiek in het leven geroepen en biedt specifieke waarborgen. Over de hoogte van de boete wordt vaak niet eens gesproken tijdens de zitting. Zeker als het Openbaar Ministerie geen boete opneemt in de strafeis zoals in deze zaak het geval was. De verdachte kan dan dus worden overvallen door een dergelijke ‘afroomboete’. De waarborgen van de ontnemingsmaatregel zouden niet omzeild mogen worden door het opleggen van een afroomboete waarbij de rechter grote vrijheid krijgt in de straftoemeting. Wij zouden derhalve menen dat dit arrest van het Hof gecasseerd dient te worden in overeenstemming met de conclusie van Bleichrodt.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen met ons? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl.

Geen reacties

Plaats een reactie