#310: Mag ik even vangen?

Het strafrecht gaat niet enkel over de vraag of iemand in strijd met de wet heeft gehandeld en of dat verwijtbaar is. Steeds vaker gaat het strafrecht ook over de vraag hoe een strafbaar feit financieel hersteld kan worden. In een steeds internationaler strafrechtelijk landschap blijft het dan niet bij de vertrouwde Europese euro’s, maar gaat het ook om andere valuta. De mogelijkheden om wederrechtelijk verkregen vermogen af te pakken zijn veelzijdig. Zo kan bijvoorbeeld worden afgepakt via de ontnemingsprocedure. Maar constateerden we in Vaklunch #167 bijvoorbeeld dat wederrechtelijk verkregen vermogen soms ook via de route van verbeurdverklaring wordt afgepakt. Een andere optie is de schadevergoedingsmaatregel, waardoor een benadeelde partij een vordering krijgt op de veroordeelde. Maar hoe moet het bedrag in die schadevergoedingsmaatregel worden omschreven als andere valuta in het spel zijn?

In een recente zaak waarin advocaat-generaal mr. Paridaens een conclusie heeft genomen, kwam deze vraag aan de orde. Het gaat om een zaak waarin sprake was van een verdenking van het witwassen van GBP 120.000. Dit bedrag had de verdachte – werkzaam als financial controller bij een bedrijf – van de rekening van zijn werkgever overgemaakt naar zijn eigen bankrekening, zonder toestemming daartoe. Het Hof heeft in die zaak vastgesteld dat het vermogen afkomstig is uit een door de verdachte zelf gepleegd misdrijf. Zijn verklaring dat het geld voor een deel achterstallig salaris was ging volgens het Hof niet op.

Door met het geld vervolgens te speculeren op de beurs, is sprake geweest van een verhullingshandeling. Het hof concludeert dat sprake is van witwassen van het bedrag van GBP 120.000. Aan de verdachte is door het Hof een maatregel opgelegd om het bedrag van GBP 120.000 te vergoeden aan het bedrijf. Het gaat om een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f Wetboek van Strafrecht.

In cassatie wordt over verschillende onderdelen van het arrest geklaagd. Met name de klacht die ziet op het vaststellen van de schadevergoedingsmaatregel in Britse Ponden is interessant. Aangevoerd is dat de Hoge Raad in het arrest van 13 juli 2010 heeft bepaald dat een ontnemingsmaatregel in een wettig Nederlands betaalmiddel moet worden uitgedrukt. Dat zou volgens de steller van het middel ook moeten gelden voor een schadevergoedingsmaatregel.

De advocaat-generaal concludeert dat de steller van het middel terecht klaagt over het feit dat de schadevergoedingsmaatregel is opgelegd in Britse Ponden. Onder verwijzing naar het arrest van 13 juli 2010 kan worden gesteld dat het wederrechtelijk voordeel belichaamd in de betalingsverplichting aan de benadeelde partij. De advocaat-generaal concludeert dat het Hof zich mogelijk heeft laten leiden door het tweede lid van artikel 36f Wetboek van Strafrecht. Daarin is bepaald dat de maatregel kan worden opgelegd indien en voor zover de verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade en artikel 6:124 Burgerlijk Wetboek waarin is bepaald dat een vordering tot schadevergoeding wordt omgerekend naar de koers van de dag waarop de betaling plaatsvindt.

In het geval van de ontnemingsmaatregel ex artikel 36e Sr is er bij de vaststelling van de ontneming een mogelijkheid om te verwijzen naar de ‘bij openbare verkoop te behalen opbrengst’. In het geval van een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f Sr zal de hoogte van de betalingsverplichting echter wel door de rechter moeten worden vastgesteld. Zoals de Hoge Raad al oordeelde in het arrest van 13 juli 2010 mag geen misverstand bestaan omtrent de hoogte van het te betalen bedrag, daarom had het Hof het bedrag in euro’s moeten bepalen.

De advocaat-generaal meent dat aan deze fout van het Hof geen gevolgen dienen te worden verbonden, nu geen nieuw feitenonderzoek nodig is. Immers is door het Hof vastgesteld wanneer de veroordeelde de beschikking kreeg over het bedrag (29 april 2009), op basis daarvan kan de Hoge Raad ten principale recht doen door het bedrag zelf in euro’s te bepalen onder verwijzing naar de gehanteerde wisselkoers.

Deze praktische benadering van de advocaat-generaal kunnen wij volgen. De vraag is wel of de benadeelde partij het eens zal zijn met deze uitkomst. Immers, het is niet uitgesloten dat zij meer schade heeft geleden door bijvoorbeeld koersverlies. Zij zal zich dan tot de civiele rechter moeten wenden.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je met ons van gedachten wisselen? Neem dan contact op via boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl.

Geen reacties

Plaats een reactie