#309: Op volle toeren

De witwasjurisprudentie blijft op volle toeren draaien. Ook deze week zijn er weer twee conclusies gepubliceerd waarin advocaat-generaal Bleichrodt concludeert in twee afzonderlijke witwaszaken. Kennelijk blijft dit juridische leerstuk een uitdagende aangelegenheid. Gelet hierop kan het geen kwaad om aandacht te blijven besteden aan dit soort zaken. Vandaag twee witwaslessen door middel deze conclusies van mr. F.W. Bleichrodt.

In de eerste zaak is cassatie ingesteld tegen het oordeel van het hof Arnhem-Leeuwarden. Het Hof had geoordeeld dat met illegale pokerspellen gewonnen geldbedragen afkomstig zijn uit enig misdrijf. Dit oordeel is gebaseerd op de verklaring van de verdachte dat hij in de ten laste gelegde periode voor 50% legale casino’s en voor 50% illegale casino’s bezocht. Aan deze klacht is ten grondslag gelegd dat de verbodsbepaling van de wet kansspelen zich richt tot degenen die zonder vergunning aan anderen gelegenheid geven deel te nemen aan kansspelen, terwijl de verdachte enkel gebruik maakte van dergelijke gelegenheden. Het gebruik is volgens de steller van het middel echter enkel een overtreding en geen misdrijf. De vraag is aldus of de opbrengsten uit de pokerspelen van misdrijf afkomstig zijn als de aanbieder van het pokerspel een misdrijf pleegt.

Volgens de advocaat-generaal is dit het geval. Je kan immers ook geld witwassen indien dit is verdiend doordat iemand anders een misdrijf pleegt. Je hoeft niet zelf het gronddelict te hebben gepleegd. Wel is dan relevant dat de verdachte opzet had op het witwassen en dus bekend was met het feit dat het geld uit misdrijf afkomstig is. Het opzet leidt het Hof af uit de verklaring van de verdachte. Hieruit volgt dat de verdachte zich bewust was van het feit dat hij voor 50% speelde bij illegale pokerhuizen. Daarmee was de verdachte aldus bewust van de illegaliteit en concludeert Bleichrodt tot verwerping van het cassatieberoep.

De andere conclusie kent een betere afloop voor de betrokken verdachte. In deze zaak heeft een jonge verdachte een jetski gekocht. De vader van de jongen heeft de jetski betaald met een grote hoeveelheid cash-geld. Beide worden vervolgd voor witwassen. Aan  de hand van een kasopstelling van het inkomen van zijn ouders wordt het bewijsvermoeden van witwassen onderbouwd. De ouders van de verdachte beschikken namelijk slechts over een beperkte uitkering blijkens deze kasopstelling. In het cassatieberoep wordt een klacht geformuleerd over de wetenschap van de zoon ten aanzien van het inkomen van zijn ouders. De ouders van de zoon betaalden namelijk wel vaker met grote bedragen cash geld. Bleichrodt heeft in deze conclusie weinig woorden nodig om te concluderen dat de klacht gegrond is. De bewijsmiddelen bevatten namelijk niets waaruit kan worden afgeleid dat de verdachte wist dat zijn ouders van een beperkte uitkering leefden. In zoverre kon de verdachte aannemen dat zijn ouders over contante gelden beschikten en dat het geld waarmee hij de jetski kocht niet van misdrijf afkomstig was.

Verweer voeren in een witwaszaak blijf een precisiewerk. Het Cambio-arrest geeft het zesvoudige stappenplan dat nodig is om te bepalen of een goed van misdrijf afkomstig is. Echter, ook de andere bestanddelen zoals opzet mogen zeer zeker niet worden vergeten.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je met ons van gedachten wisselen? Neem dan contact op via boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl.

 

Geen reacties

Plaats een reactie