#307: Inkeer, of niet?

In artikel 67n van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR) is geregeld dat van een vrijwillige verbetering (inkeer) sprake is indien een belastingplichtige alsnog een juiste en volledige belastingaangifte doet, dan wel juiste en volledige inlichtingen, gegevens of aanwijzingen verstrekt. Dat moet de belastingplichtige dan wel doen vóórdat hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de inspecteur met de juistheid of onvolledigheid bekend is of bekend zal worden. In dat geval kan een boete voor het doen van een onjuiste aangifte voorkomen worden of worden verminderd. In een recente zaak bij de rechtbank Gelderland is de vraag aan de orde of sprake is van een inkeer. De gemachtigde in deze zaak heeft drie brieven aan de Belastingdienst gestuurd om de inkeer te bewerkstelligen. De ontvangst van die brieven wordt echter betwist. Wat nu?

Deze kwestie draait om een echtpaar die een bankrekening in België hebben en die zij tot en met hun inkomstenbelasting van het jaar 2012 nooit hebben aangegeven. In een brief van november 2011 wordt op anonieme basis om vooroverleg gevraagd door de advocaat van de belastingplichtigen. In december 2012 wordt een herinnering gestuurd ten aanzien van deze brief. Een reactie blijft echter wederom uit. Op 27 februari 2012 stuurt de gemachtigde opnieuw een brief waarin hij de namen van het echtpaar kenbaar maakt alsook de rekening in België. Opnieuw blijft een reactie uit.

Vervolgens geeft het echtpaar het saldo op de buitenlandse bankrekening op in hun inkomstenbelastingaangiften over het jaar 2013. Naar aanleiding hiervan ontvangt het echtpaar vragen over het vermogen op de buitenlandse bankrekening en worden aanslagen met boetes opgelegd. Het echtpaar is het niet eens met de boetes onder verwijzing naar de drie brieven die door hun advocaat aan de Belastingdienst zijn gestuurd. De Belastingdienst stelt echter dat deze brieven nooit zijn ontvangen.

De kwestie wordt daarop voorgelegd aan de rechtbank. De rechtbank stelt ten aanzien van de eerste twee brieven dat deze op anonieme basis zijn verzonden en geen gegevens bevatten over de bankrekening. Om die reden kan geen sprake zijn van een inkeermelding. Of deze brieven zijn ontvangen door de Belastingdienst doet er derhalve niet toe.

De derde brief kan mogelijk wel als inkeermelding kwalificeren. Echter nu de Belastingdienst de ontvangst van deze brief betwist, dient te worden onderzocht of deze brief door de Belastingdienst is ontvangen. De ontvangsttheorie geldt voor het doen van een inkeer. De gemachtigde stelt dat de brief aangetekend is verzonden en legt een verzendbewijs over. De Belastingdienst betwist alsnog de ontvangst van de brief en stelt dat het kenmerk op het verzendbewijs afwijkt van het kenmerk op de brief. Verder stuurt de gemachtigde volgens de Belastingdienst normaliter inkeerbrieven naar Breda en nu naar Nijmegen. Dit acht de Belastingdienst opvallend.

De rechtbank komt tot het oordeel dat niet aannemelijk is gemaakt dat de brief van 27 februari 2012 door de Belastingdienst is ontvangen. Uit het verzendbewijs wordt onvoldoende duidelijk dat de brief op correcte wijze is verzonden. Om die reden concludeert de rechtbank dat geen sprake is van een inkeer en laat de boete in stand.

Een ontzettend vervelende situatie voor deze belastingplichtigen. Zeker nu uit de correspondentie wel kan worden afgeleid dat de belastingplichtigen wilden inkeren: zij hebben een advocaat ingeschakeld en zij hebben vervolgens het saldo van de bankrekening netjes aangegeven in hun aangiften. Enkel dit feit was reden voor de Belastingdienst om vragen te stellen en kan in wezen dus ook als een soort inkeermelding gelden.

Wij vinden het onbegrijpelijk dat de rechtbank met deze omstandigheden geen rekening houdt bij het vaststellen van de hoogte van de boetes. Dat de gemachtigde niet aannemelijk kan maken dat hij de inkeermelding heeft verzonden betekent niet dat de omstandigheid dat het echtpaar wilde inkeren niet van invloed moet zijn op de hoogte van de boete. Voor het bepalen van een boete dient immers rekening te worden gehouden met alle feiten en omstandigheden zodat de boete uiteindelijk passend is.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je met ons van gedachten wisselen? Neem dan contact op via boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl.

Geen reacties

Plaats een reactie