#303: Ongelijkheid tussen straf- en bestuursrecht

Als je voor de strafrechter wordt gedaagd voor een fiscaal delict dan heb je ten opzichte van de administratieve route via het bestuursrecht in ieder geval het voordeel dat je geen griffierechten hoeft te betalen. Deze ongelijkheid tussen beide rechtsgebieden is aan de orde gesteld bij de Belastingkamer van de Hoge Raad. De belanghebbende in deze zaak vroeg zich met name af of deze ongelijkheid gerechtvaardigd was in het geval dat in het bestuursrecht enkel een boete – en dus geen belastingheffing – ter discussie stond. De Hoge Raad heeft hier nu over geoordeeld.

Het cassatieberoep bestond uit twee middelen. Het eerste middel stelde dat het heffen van griffierecht in een procedure waar enkel en alleen een boete ter discussie stond in strijd was met artikel 6 en artikel 13 EVRM. De Hoge Raad oordeelt echter dat deze bepalingen niet verbieden dat griffierechten worden geheven in procedures waar een boete ter discussie staat. Dit is echter anders als het bedrag aan griffierechten dusdanig hoog is dat deze voor de specifieke belastingplichtige een belemmering vormen om naar de rechter gaan. In dat geval moeten de griffierechten worden verminderd. Dit is ook conform de Europese jurisprudentie.

Uit de stukken van de rechtbank blijkt echter niet dat de belastingplichtige in de onderhavige zaak heeft aangevoerd dat de betreffende griffierechten een wezenlijke belemmering van toegang tot de rechter vormden. Om die reden verklaart de Hoge Raad dit middel ongegrond.

Het tweede middel stelt dat het heffen van griffierechten überhaupt niet mag in puur bestuursrechtelijke boetezaken gelet op de ongelijkheid die dan ontstaat met het strafrecht. De Hoge Raad oordeelt ten aanzien hiervan dat de wetgever ervoor heeft gekozen om griffierechten in te voeren in het bestuursrecht om ervoor te zorgen dat een weloverwogen beslissing wordt genomen om te gaan procederen. Deze keuze bestaat er in het strafrecht niet. Het is aan de officier van justitie of je voor de strafrechter wordt gedaagd. Gelet op dit verschil kan niet worden gezegd dat sprake is van gelijke gevallen in het strafrecht en het bestuursrecht waardoor deze regeling een onrechtmatige ongelijkheid zou opleveren. Ook dit middel wordt door de Hoge Raad aldus afgewezen.

Het bestuursrecht en het strafrecht is dus niet in elk opzicht gelijk en derhalve kan een ongelijke behandeling zijn toegestaan. Echter als iemand zijn griffierechten niet kan betalen of hierdoor de rechtsgang wordt belemmerd dan dient hier rekening mee te worden gehouden. Dit punt dient dan echter ook specifiek te worden onderbouwd.

Hoewel het strafrecht en het bestuursrecht dus niet in elk opzicht gelijk zijn zien wij wel dat de bestuursrechtrechter en de strafrechter steeds vaker de rechtspraak uniformeert. Het toetsen van de gelijkheid tussen beide rechtsgebieden is en blijft dus wel degelijk relevant.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je met ons van gedachten wisselen? Neem dan contact op via boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl.

2 Comments
  • Ellen Timmer (Pellicaan Advocaten)

    16 januari 2019 at 14:00 Beantwoorden

    Interessant artikel. Waar ik wel moeite mee heb: in het bestuursrecht worden hoge boetes door het bestuursorgaan opgelegd in plaats van – zoals het hoort – door de rechter. Daardoor komt het dat de burger naar de rechter moet om die biete aan te vechten. In dat licht acht ik de door jullie besproken uitspraak onjuist.
    Wat vinden jullie daar van?

  • Vaklunc

    17 januari 2019 at 11:40 Beantwoorden

    Absoluut een interessante gedachtegang. Ik vraag me inderdaad af of dit aspect voldoende is belicht in deze zaak!

Plaats een reactie