#296: Een vergoeding voor advocaatkosten

Iemand die verdacht wordt van een strafbaar feit die zal zich daartegen willen verdedigen. Het voeren van een verdediging kost veel tijd en is daarom kostbaar. De advocaatkosten kunnen afhankelijk van de zaak flink oplopen. Als een zaak eindigt zonder maatregel of straf komen de advocaatkosten voor vergoeding in aanmerking. Een belangrijk onderdeel van de rechtstaat, zo lijkt ons.

Het is echter niet altijd makkelijk om de advocaatkosten vergoed te krijgen. Officieren van justitie proberen vaak de vergoeding te beperken door te stellen dat de hoeveelheid tijd die aan een zaak is besteed of het uurtarief dat is gehanteerd veel te hoog is. Vrijheid van advocaatkeuze brengt echter met zich mee dat als het gaat om een vergoeding van advocaatkosten niet beknibbeld mag worden op het uurtarief van de advocaat. De rechtbank Noord-Holland heeft dit gisteren, 20 november 2018, nog eens bevestigd.

Een vergoeding van advocaatkosten op grond van artikel 591a Sv wordt vastgesteld door de rechter naar gronden van billijkheid. Daarbij dienen de declaraties van de advocaat als uitgangspunt, maar daarvan kan worden afgeweken. De bovenmatigheid van een declaratie kan reden zijn voor een matiging van de kostenvergoeding. De rechtbank Noord-Holland geeft daarbij wel aan dat het moet gaan om een bovenmatigheid die in het oog springt. In elk ander geval dient de declaratie slechts marginaal getoetst te worden.

Deze marginale toetsing betekent volgens de rechtbank ook dat geen plaats is voor een toepassing van een standaard uurtarief. Slechts als een uurtarief van een advocaat qua hoogte zodanig afwijkt van wat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid aanvaardbaar is kan hiervan worden afgeweken. De rechtbank wijst in de betreffende zaak de kostenvergoeding volledig toe. Wij juichen deze ontwikkeling enorm toe.

De last die rust op een verdachte om voor zijn eigen onschuld te vechten mag niet worden onderschat. Een veroordeling – zeker als die niet terecht is – brengt grote gevolgen met zich mee. De verdachte heeft dus alle reden om hier tegen in het verweer te komen. Ook een sepot of vrijspraak neemt de jarenlange stress van een strafrechtelijk onderzoek niet weg. Een kostenvergoeding is dan wel de minste tegemoetkoming die van de Staat mag worden verwacht.

Het lijkt alsof rechters hier langzamerhand ook meer oog voor krijgen blijkens enige recente uitspraken. Hiervoor verwijzen wij bijvoorbeeld naar Vaklunch #276 en Vaklunch #194.  Wat ons betreft een goede ontwikkeling die wij van harte toejuichen.

Heb je vragen over het voorgaande of wil je hierover van gedachten wisselen met ons? Neem dan contact op met boezelman@hertoghsadvocaten.nl of boer@hertoghsadvocaten.nl.

Geen reacties

Plaats een reactie